Hedy Geplaatst op 16-10-2006, 20:55 Reageer
Berichten: 1
gebruiker
Verstuur privé bericht

Voorts, mijn broeders, wordt krachtig17) in den Heere, en in de sterkte Zijner macht.
Doet aan de gehele wapenrusting Gods, opdat gij kunt staan tegen de listige18) omleidingen des duivels.
Want wij hebben den strijd niet tegen19) vlees en bloed,20) maar tegen de overheden,21) tegen de machten, tegen de geweldhebbers der wereld, der duisternis22) dezer eeuw, tegen de geestelijke boosheden23) in de lucht.
hemelsegewesten
efeze 6

zou iemand mij hierover zijn mening willen geven.

vriendelijke groeten,
Hedy


meld dit bericht aan een moderator

 
Stanislaw Geplaatst op 17-10-2006, 17:37 Reageer
Berichten: 107
gebruiker
Verstuur privé bericht

Goede vraag. ben ik ook wel benieuwd naar. De kenners alhier?


meld dit bericht aan een moderator

 
Edgar Geplaatst op 09-02-2007, 21:36 Reageer
Berichten: 42
gebruiker
Verstuur privé bericht

Goed als eerste:
Dit is een gedachte die je bij deze tekst zou kunnen verstaan
Een leraar heeft dit eens zo verwoord:

Voorts, weest krachtig in de Here en in de sterkte zijner macht.

Na de uitweidingen over de gedragingen der christenen in het natuurlijke leven gaat nu de apostel over op hun positie en toerusting in de onzienlijke wereld. Zijn aanmoediging  in deze tekst heeft vele eeuwen later menig christelijk gezin als wandtekst gestimuleerd om zijn sterkte bij de Heer te zoeken. Wie zijn lezers op aarde ook mochten zijn: mannen of vrouwen, ouders of kinderen, heren of knechten, allen zullen zij sterk behoren te zijn van wege hun gemeenschap met de Heer. Daarom moet de christen zich niet gering of klein achten, niet overweldigd zijn door paniekgeesten, niet onderworpen zijn aan de inspiraties van demonen, maar onversaagd en dapper zijn, omdat hij zich veilig mag weten bij zijn 'kurios'. Deze is immers niet de Heer van slappelingen, maar Hij is de Heer van de heren en de Koning van de koningen. Hij is de aanvoerder van de 'militia Christi', het leger van God. Zijn sterkte of zijn kracht ontleent de christen aan het woord van God dat hij in geloof bewaart, en aan de verbinding met de Heilige Geest die in hem woont. Hij is 'in de Here', dat wil zeggen in diens mystieke lichaam, de gemeente. Hij is daarmee ook in de sterkte zijner macht, zodat hij vol vertrouwen is, dat Christus zijn beloften aan hem nakomt en Hij ook aan zijn volk kan realiseren al wat Hij zich heeft voorgenomen te doen. De Heer is altijd de Sterkere en wie in Hem is, overwint de sterke tegenstanders.
Het is alsof de apostel hier een tekening van Gods volk wil geven, zowel in de zienlijke als in de onzienlijke wereld. Ze zijn in alle geledingen van het natuurlijke leven goede mannen en vrouwen, kinderen, heren en knechten. Ze zijn ook allen krachtige figuren, want naar de inwendige mens zijn ze zeker van hun zaak. Ze wankelen niet vanwege twijfelzieke vragen , zoals : zal God het wel doen? ze zijn krachtig, want ze slepen geen bestaan voort , maar leven intensief. Ze zijn in staat de duivel te weerstaan en hun medemens te helpen. Ze zijn als bomen geplant aan waterstromen, die hun vruchten op tijd geven, en waarvan het loof niet verwelkt. Ze bidden niet of de Heer hen wil (af)breken, want ze blijven ongebroken takken in de Boom des Levens. In de strijd staan ze niet radeloos en machteloos de handen te wringen, schreeuwen niet vanwege hun driften, huilen niet sentimenteel vanuit de onzekerheid wat de duivel 'nu weer te weeg zal brengen, maar geloven vast dat God doet wat Hij belooft en dat het dan ook zichtbaar wordt. Ze weten zeker dat de Heer hen zal bewaren, zodat hun voet niet zal wankelen. Daarom heeft de boze geen vat op hen en kan de Heer zijn woord aan hen bevestigen.
Het vermanend gedeelte wordt dus door de apostel afgesloten met een oproep tot een harde strijd. De christen moet zich opstellen in de hemelse gewesten. Daar is de Here zijn banier en de Heilige Geest zijn kracht tot overwinning. Op deze wijze begint Paulus een perikoop, waarin hij zijn lezers duidelijk maakt, dat er georganiseerde aanvallen op hen worden gedaan door onzienlijke tegenstanders. Deze zullen het stille en geruste leven van de christen, dat hij zojuist in familieverband geschilderd heeft, aantasten. Het gave huwelijk van man en vrouw, de prettige omgang met gehoorzame kinderen en de vriendelijke verhouding tussen meester en slaaf zullen de onzichtbare vijanden trachten te verstoren. Het is daarom nodig dat een christen weet wie hij is 'in Christus':sterk, machtig en onoverwinnelijk want de heerschappij over de tegenstander rust ook op zijn schouder.


Doet de wapenrusting Gods aan, om te kunnen standhouden tegen de verleidingen des duivels;

Om zich in de onzienlijke wereld te kunnen handhaven, moet men sterk zijn , niet in eigen kracht, maar 'in de sterkte zijner macht' , dus door de kracht van de Heilige Geest in de wereld der geesten moeten wij beschemd worden maar ook zelf zijn gewapend, want  behalve onze Verlosser, Helper en Redder en de heilige engelen, hebben wij daar ook vele vijanden, die het erom te doen is ons te doen struikelen, te laten vallen, te beschadigen en uit te schakelen. De tegenstanders van God zijn daar ook onze vijanden, en wij zullen niet alleen zijn medearbeiders maar ook medestrijders moeten zijn.
De middelen die de vijand in eerste instantie aanwendt, zijn verleiding, list en bedrog. 'Verleiding' richt zich op de geest van de mens door middel van leugen, en op zijn ziel door verkeerde begeerten op te wekken. Wij zouden met de vertaling Brouwer in verband met het woord 'wapenrusting' kunnen spreken van 'krijgslisten',
in plaats van verleidingen'. Krijgslisten, die de tegenstander vanaf het begin heeft gebruikt om de  mens in zijn macht te krijgen. Zo kan de duivel verschillende gestalten aannemen. Hij gaat rond als een brullende leeuw om te intimideren , maar nadert ook als een schuifelende, giftige slang om te verleiden, en komt ook tot de christen als een wolf in schapevacht om hem te bedriegen, ofwel als een engel des lichts om zich door enkele vriendelijke trekken acceptabel te maken.
Er is een strijd in de hemelse gewesten. Wij mogen en kunnen dus niet zeggen: Jezus heeft de overwinning behaald en nu behoeven wij niet meer te vechten. De heer zelf sprak immers tot de gelovigen dat zij duivelen zouden verdrijven en Hij gaf hun daartoe ook macht, gezag en kracht. in onze tekst roept  de apostel ons op 'de wapenrusting Gods' aan te doen. Hij immers bekleedt Zichzelf met gerechtigheid als een pantser en heeft de helm des heils op het hoofd. Hij bekleedt Zich met wraak als met een gewaad om zijn duistere tegenstanders te verdoen, en Hij hult Zich in ijver als in een mantel (Jes.59:17). Maar God heeft de mens nodig om medestrijder te zijn en de vijand te verslaan. Niet omdat Hijzelf niet bij machte zou zijn om zijn tegenstanders in één moment op te ruimen, maar om aan te tonen dat zijn schepping zo goed is, dat zij in zich de kracht tot overwinning en herstel heeft. De mens die eenmaal viel, is door Hem bestemd het oordeel tussen goed en kwaad, licht en duisternis, tot overwinning te brengen.
'De gehele 'wapenrusting' zoals de Statenvertaling luidt en vroeger ook de Nieuwe Vertaling had, was bij de Grieken de 'volle uitrusting' (panoplia) van de zwaar gewapende: schild, helm, borstharnas, scheenplaten, zwaard of lans. Dit zijn nu de beelden die Paulus transponeert naar de hemelse gewesten. De tegenstander daar wordt duidelijk aangewezen. Hij is de duivel, de 'diabolos', de lasteraar de aanklager van de volgelingen van zijn grote Tegenstander, Christus. Wij wijzen erop dat het woord 'diabolos' eveneens voorkomt in 1 Timótheüs 3:11, waar de vrouwen worden gewaarschuwd, geen 'kwaadspreeksters' te zijn (zie verder ook in 2 Tim. 3:3 en Titus 2:3). Kwaad spreken is dus iets diabolisch of duivels.
De duivel is de grootste van alle gevallen engelen, want hij getuigt onder meer, als verzoeker van Jezus, dat alle koninkrijken der wereld hem toe behoren en dat hij deze kan wegschenken aan wie hij wil. Hij wordt ook 'de overste dezer wereld' genoemd (Luc.4:5-8, Joh. 14:30 en 16:11). Ook staat in Openbaring 12:9 dat de grote draak op aarde werd geworpen. Zijn wisselende benamingen zijn daar: de oude slang, die genaamd wordt duivel en de satan, die de gehele wereld verleidt. Het is uit onze tekst en uit de volgende verzen wel duidelijk dat Christus na zijn verhoging de strijd aan ons overlaat. hij wacht af, totdat zijn vijanden door ons gemaakt worden tot een voetbank voor zijn voeten (Hebr. 10:13). De uiteindelijke zegepraal staat voor de soldaat van de hemelse armee vast, want 'de God nu des vredes zal weldra de satan onder uw voeten vertreden' (Rom. 16:20).


Want wij hebben niet te worstelen tegen bloed en vlees, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers dezer duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten.

'Wij strijden in het leger Gods, niet tegen vlees en bloed!'
Een ontzaglijke Paulinische uitspraak, waardoor het leven van de waarlijk geestelijke mens getypeerd wordt. Hier begint de geweldige vernieuwing van denken bij de christen.
Zij is een voortzetting van de opdracht van onze Heer aan al zijn volgelingen om onreine geesten uit te drijven en alle ziekte en kwaal te genezen (Matth. 10:1). Ook vandaag aan de dag is de opmerking die aan dit bevel voorafgaat, waar: 'De oogst is wel groot, maar arbeiders zijn er weinig. Bidt daarom de Heer van de oogst, dat Hij arbeiders uitzende in zijn oogst'.
Bij de val van de mens drongen de onzichtbare invasielegers binnen: eerst de leugenmachten die de woorden van God verdraaien door te zeggen: is het ook dat God heeft gezegd? Wie niet voldoende verweer bezit, wordt vroeg of laat door deze leugenaars misleid, en zijn geest, de drager van de wet van God, wordt aangetast. Daarna volgt de afdeling van zondemachten, van wie de bijbel zegt dat zij scheiding veroorzaken tussen God en de mens en deze geestelijk doden. Vervolgens zien we de cohorten ziektemachten, die hun slachtoffers naar de natuurlijke dood voeren. Bij het werkwoord 'worstelen' denken wij niet aan de rechtstreekse betekenis ervan, want dat past niet bij het begrip van een wapenrusting. We gebruiken het evenwel in overdrachtelijke zin voor een ingespannen, persoonlijke strijd. De gelovige is een soldaat van Jezus Christus en hij strijd als een kampvechter tegen de machten der duisternis (2 Tim. 2:3-5). Van zichzelf zei de apostel aan het einde van zijn leven: 'Ik heb de goede strijd gestreden' (2 Tim 4:7). Ook wij hebben de opdracht om onze leden te stellen als 'wapenen' der gerechtigheid in dienst van God (Rom. 6:13) De nacht is immers ver gevorderd en de dag is nabij. In dit nieuwe tijdperk doen wij dan 'de wapenen des lichts' aan (Rom13:12).
Wij gaan in deze strijd weer de wijze van oorlogvoering tussen heiligen in het licht en de onzienlijke rebellen die zich tegen God gekeerd hebben, verstaan. Wij hebben geen strijd tegen 'bloed en vlees', een uitdrukking die wij meestal omkeren. In onze tekst en in Hebreeën 2:14 lijkt ons 'bloed en vlees' de aanduiding van de levende mens naar zijn onzichtbaar en zichtbaar bestaan, terwijl de uitdrukking 'vlees en bloed' in Mattheüs 16:17, 1 Corinthiërs15:50 en Galaten1:16 meer ziet op de onderlinge relaties tussen de natuurlijke mensen. De apostel zegt hier, dat wij niet met de natuurlijke mensen een conflict hebben, maar in een permanente strijd met de boze geesten zijn gewikkeld, omdat zij degenen zijn die verleiden, verleugenen, pressen en verzieken.
Zijn er dan geen mensen die ons willen verleiden of door leugens ons tot dwaling willen brengen, of die het ons moeilijk maken? Die zijn er, maar ze zijn slechts instrumenten door wie de duivel werkt. Dat het instrument een slecht geluid voortbrengt, is te wijten aan hem die erop speelt. De boze doet zijn werk rechtstreeks door inspiraties en onderdrukking, of hij gebruikt mensen als zijn mede arbeiders. Ook bedient hij zich van levenloze dingen zoals boeken platen of films. Deze kunnen alle media zijn van boze geesten, evenals sterke drank, nicotine en andere verslavende genotsmiddelen.
Onze Heer kan evenwel ook gebruik maken van boeken, platen of cassettes tegenwoordig cd's teneinde van Hem te getuigen en zijn evangelie in de wereld te brengen. De efficiënte bestrijding van alle kwaad vindt echter alleen in de geestelijke wereld plaats bij zijn oorsprong. Daar staat het leger van Jezus Christus gevormd door zijn ware volgelingen met de heilige engelen, tegenover de legermacht van de satan.
Diep moet de overtuiging in het hart van de gelovige leven, dat hij nooit te kampen heeft met moeilijke mensen, moeilijke buren, een moeilijke werkgever of moeilijke werknemer, een moeilijke man of moeilijke vrouw of moeilijk kind, maar altijd met machten der duisternis die zulke mensen misbruiken om het hem moeilijk te maken. Er zijn voor ons geen menselijke tegenstanders en wij kampen niet tegen bloed en vlees, ook niet tegen ons eigen bloed en vlees, niet tegen ons eigen ik, maar tegen de duivel en daarom bidden wij: 'Verlos ons van de boze' en niet van onszelf!
In de bijbelverklaringvan Dächsel lazen wij bij onze tekst:
'Als Paulus schrijft: wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, bedoelt hij niet eigen vlees en bloed. In dat geval zou een geheel andere en wel omgekeerde tegenstelling volgen, dat onze werkelijke vijand buiten ons is'.
Wel een spitsvondige redenering en een verdraaiing van de woorden van de apostel. Alle eeuwen na Augustinus heeft men geleerd dat de zonde haar bron zou hebben in eigen vlees, en dat men de stijd moet aanbinden tegen zichzelf. Het  'ik' moest gedood en het vlees gekruisigd worden. De 'vrome' mens werd agressief tegen zichzelf, iets zo tegennatuurlijks dat men dit zelfs in de dierenwereld niet terugvindt. De Schrift gaat er evenwel zeer zeker vanuit dat de vijand buiten de mens is of in hem huist, als hij met geweld binnengedrongen is.  Daarom moeten wij gered worden van onze vijanden en uit de hand van allen die ons haten, teneinde zonder vreze, uit de hand der vijanden verlost, Hem te dienen in heiligheid en gerechtigheid voor zijn aangezicht, al onze dagen (Luc.1:71-75).
Wij gebruiken ook geen wapenen van natuurlijk geweld, maar de wapenen van het licht of de wapenen der gerechtigheid (Rom. 13:12,2 Cor.6:7).
Het leger van de vijand is georganiseerd in allerlei rangen en standen. Er zijn 'arches', overheden of grootvorsten van het koningkrijk van satan. Wij mogen evenwel zeker weten dat onze Heer sterker is, want Hij is het hoofd van alle overheid en macht en zijn volheid woont in ons (Col. 2:10). Wij zouden deze vijandelijke overheden in hun rang kunnen vergelijken met de heilige aartsengelen of 'arch'angels. De tweede groep wordt gevormd door de 'machten' of autoriteiten, die hun gezag ontlenen aan de eerstgenoemde aanvoerders en hun bevelen uitvoeren. Zij manifesteren zich in alle ellende, noden, verdrukkingen en dood die over de mensen kunnen komen.
De derde groep draagt de naam 'kosmo-kratoor', de wereld beheersers dezer duisternis, die  dus over volken en landen heerschappij uitoefenen. Wij denken bijvoorbeeld aan 'de vorst der Perzen' en 'de vorst van Griekenland' in Daniël 10:20.
Deze engelen der volken staan in het bijzonder vijandig tegenover de wereldgeesten, de samenbundeling van menselijke geesten en gezag, orde en wetmatigheid op aarde willen bewaren.
In het visioen van Daniël over de toekomst van het Israël Gods zien wij , hoe de aarts engel Michaël te hulp moet snellen om  het wetteloze oorlogsgeweld der wereldbeheersers te keren. Vandaar ook het vermaan in 1 Timótheüs 2:1,2 om voorbeden te doen voor koningen en alle hooggeplaatste personen, opdat wij een stil en rustig leven mogen leiden. De titel 'wereldbeheersers' was in de antieke wereld  een predikaat van de goden en daarom voegt Paulus er veel betekenend aan toe 'van de duisternis'. Ze zijn weer ondergeschikt aan 'de overste dezer wereld'of 'de god van deze eeuw' of van de wereld-tijd (2Cor. 4:4).
De statenvertaling spreekt over 'de geweldhebbers der wereld der duisternis dezer eeuw'. Ze zijn dus sterk en talrijk en regeren met harde hand, dus met anti-goddelijke kracht. Wij zouden op nieuwtestamentische wijze van de wereld van de voortijd kunnen zeggen: 'Door hun toedoen was de aarde vol geweldenarij' (Gen. 6:13).
Het is wel naïef wanneer de bekende bjbelverklaring van Matthew Henry bij onze tekst opmerkt: 'Ze regeren nu in de heidense volken, die nog in duisternis zijn'. Juist van de antichristen die van ons uitgegaan zijn, wordt gezegd, dat zij werken met 'allerlei krachten, tekenen en bedrieglijke wonderen'. Tenslotte eindigt Paulus zijn opsomming met de 'pneumatika ponerias' , de geestelijke goddeloosheid, terecht weergegeven door de boze geesten in de hemelse gewesten. Zij zijn de ontelbare legerscharen van het rijk der duisternis, de lagere engelen die het mindere werk uitvoeren. Jezus zelf heeft tegen deze geesten van het kwaad gestreden en heeft ze voor het eerst in de geschiedenis der mensheid openbaar gemaakt als de aanstichters van alle ziekte, zonde en ellende. Hij heeft ze ten toon gesteld, dus aangetoond wie ze werkelijk zijn en wat ze bedoelen en hoe ze werken. Hij gaf ook de methode aan om ze te weerstaan, te overwinnen en zelfs uit te drijven door het woord en de kracht van de Heilige Geest. In Colosssenzen 2:15 staat dat de overheden en machten ontwapend werden. Hun wapenen zijn hun beschuldigingen en verwijten. Door de vergiffenis van onze zonden zijn deze wapenen hun ontnomen. De geestenwereld vindt haar plaats in de niet zintuiglijk waarneembare schepping.

De hemelse gewesten vormen de onzienlijke wereld met zijn heilige engelen en demonen. Daar is ook de Vader, de Zoon, maar ook de tegenstander, de satan.

Van een leraar gelezen
Groetjes,
Edgar

Dit bericht is gewijzigd op 15-02 12:43.


meld dit bericht aan een moderator

 
djessyca Geplaatst op 10-07-2008, 15:06 Reageer
user icon
Berichten: 9
gebruiker
Verstuur privé bericht

hallo,
er wordt dag in en uit een strijd gevoert om joun hart. en dat is niet een strijd tussen mensen (want wij hebben den strijd niet tegen vlees en bloed), maar in de geestelijke wereld. want de duivel wil je hart maar al te graag hebben maar God ook!
maar zij zijn beiden geest.. en werken dus door mensen heen. waar door wij kunnen gaan denken dat wij tegen mensen moeten strijden, tegen vlees en bloed.
maar wanneer je geopenbaart krijgt dat God door mensen heen werkt..maar ook de duivel, zul je veel makkelijker met de dingen die je tegen komt om kunnen gaan.
want het is dag in en uit als ware zo : "God --> --> --> <-- <-- <-- duivel.."
dag in en uit probeert God je dingen duidelijk te maken op verschillende manieren,door mensen heen maar ook op andere manieren. maar ook de duivel op zijn beurt probeert met allemaal peilen via mensen of hoe dan ook je hart te berijken en voor zich zelf te winnen..
en daarom moeten wij daar op voorbereid zijn, en ons verdiepen in God's woord zodat wij weerstand kunnen bieden in de strijd. wat ook in de tekst voor komt..
liefs djessyca


meld dit bericht aan een moderator

 
fb934634 Geplaatst op 13-08-2008, 16:26 Reageer
user icon
Berichten: 668
gebruiker
Verstuur privé bericht

Degene die van de wereld is, is in duisternis. Degene die in de wereld is niet. Deze wereld is verziekt, daarom behoeven we ons te beschermen met het Woord afkomsting van God ( dit houdt veel meer dan de bijbel alleen in).
Gods Woord is één zaak, verzet tegen innerlijke (geestelijke) luiheid een andere.
Als men niet innerlijk streeft en geen verzet biedt tegen geestlijke luiheid, zal de wereld je ook overmeesteren. Alleen de bijbel lezen is dus niet genoeg.
Luiheid is een oorkonde des duivels!
Bijvoorbeeld: fastfood in macdonnels tegenover een gezellige kookactiviteit thuis. De keuze is ook aan christenen! De wereld is trouwens aan het "vermacdonneliseren".

Dit bericht is gewijzigd op 13-08 16:26.


meld dit bericht aan een moderator

Een goede leermeester leert van zijn leerlingen. 
Nathaniel Geplaatst op 25-07-2009, 16:59 Reageer
Berichten: 536
gebruiker
Verstuur privé bericht

Inderdaad, strijdbare helden strijden de goede strijd.

zegen,
Nathaniel


meld dit bericht aan een moderator