|
|
|
Michael
|
Geplaatst op 10-07-2007, 22:29 |
Reageer
|
Berichten: 167
gebruiker
Verstuur privé bericht
|
Beste Alexander,
In Matt. 19:12 wordt door Jezus de ongehuwde staat "om der Hemelen wil" geprezen; iemand die uit liefde tot de Heer ongehuwd blijft om zich geheel aan Hem te wijden is dus prijzenswaardig. Paulus raadt het aan in 1 Cor. 7 (o.a :7) en geeft daar ook een aantal motivaties, o.a. 32-33, die hierop aansluiten. Ook Matt. 19:29 is relevant.
Uit 1 Tim. 3:2 blijkt dat personen die hertrouwd zijn niet voor het priesterschap of diakenschap in aanmerking kunnen komen. Dat zou de conclusie kunnen rechtvaardigen dat priesters getrouwd mogen zijn.
Vanaf het begin zijn er celibataire ambtsdragers geweest en de Katholieke Kerk heeft eeuwenlang gestreeft naar ook die vorm van reinheid (naast de reinheid die van oudsher al van priesters werd verlangd). Er is ook altijd sprake van een worsteling op dit gebeid geweest. Justinianus stond -voor de Oosterse Kerk- bijvoorbeeld aan mindere orden het huwelijk toe, maar priesters, diakens en subdiakens mochten na hun wijding niet meer trouwen. In de Westerse Kerk werd op het concilie van Elvira (± 300) en Nicea (325) geboden dat gehuwde priesters, diakens en subdiakens zich op straffe van degradatie moesten onthouden. Ook hier waren mindere orden vaak vrijgesteld van het celibaat, waardoor je in de Middeleeuwen ook gehuwde priesters en bisschoppen had. Vele malen is geprobeerd het celibaat definitief voor te schrijven (paus Siricius in 386, Paus Leo I (440 - 461), Gregorius VII (1073-1085), concilie van Lateranen (1123), wat uiteindelijk lukte op het concilie van Trente (1563).
De situatie is als ik mij niet vergis voor het Kerkelijk Recht van de Westerse Kerk nu als volgt: 1. Majoristen (geestelijken met een hogere wijding) kunnen op geen enkele wijze trouwen en zijn tot eeuwige zuiverheid verplicht; overtreding van die zuiverheid wordt beschouwd als heiligschennis (leidt tot excommunicatie).
2. Minoristen (geestelijken met een lagere wijding) mogen wel trouwen, maar verliezen daardoor van rechtswege het lidmaatschap van de geestelijke stand en ook hun kerkelijke ambten.
3. Reeds gehuwden kunnen een lagere wijding ontvangen, mits de gelofte van kuisheid wordt afgelegd
4. Een gehuwde kan zonder pauselijke dispensatie geen rechtmatige hogere wijding ontvangen (gewoonlijk legt de vrouw dan de kloostergelofte af)
5. De celibaatsverplichting is geen Goddelijke instelling maar een Kerkrechterlijke instelling, waarvan de Paus dispensatie kan verlenen. Voor een bisschop is nog nooit dispensatie verleend.
Vrede zij u.
Michaël
|
|
meld dit bericht aan een moderator
|
|
|
|