Berichten: 2737
gebruiker
Verstuur privé bericht
|
1 Tim 4:16 Zie toe op uzelf en op de leer … 3.6 Een leer van opstanding der doden. Het volgende facet is de “leer van de opstanding der doden”. Ook op dit punt is er veel verschil van mening onder de “gelovigen”. Des te vreemder omdat vers 1 van Heb 6 zegt, dat dit behoort tot het eerste onderwijs aangaande Christus. Als over dit eerste onderwijs al verschil van mening is, hoe groot zal het verschil dan zijn of worden als er wat dieper op het onderwijs ingegaan wordt, als we ons gaan richten op het volkomene? Yeshua is ons voorgegaan en is ons voorbeeld als het gaat over de opstanding der doden. In het oude testament wordt er al verwezen naar de opstanding van Yeshua, denk daarbij aan Jona, die drie dagen en drie nachten in het ingewand van de vis was en daarna zijn opdracht ging uitvoeren. Yeshua haalt dat voorbeeld zelf aan wanneer Hij in gesprek is met de Farizeeën en de Sadduceeën, Matt 16:4 Overal waar de apostelen prediken over Christus, vermelden ze zijn kruisdood en zijn opstanding, Hand 2:22-24; 4:10; 10:39-41; 13:28-31; 17:2-3 en 31; 26:23. Eerder had Yeshua zelf daar al over gesproken. Mar 8:31 en 9:31 en 10:34 en nog meerdere keren, toen Hij sprak over het afbreken en opbouwen van de tempel, waarmee Hij naar zijn eigen lichaam verwees, Mar 14:58 en 15:29; Joh 2:19. Zie ook Matt 27:52 toen Yeshua aan het kruis de geest gaf, beefde de aarde, de rotsen scheurden en de graven gingen open en vele lichamen der ontslapen heiligen werden opgewekt. Dat mensen uit de doden op kunnen staan heeft Yeshua meerdere malen aangetoond. Denk aan Lazarus in Joh 11, het dochtertje van Jaïrus in Luk 8, de jongeling in Luk 7. Dat zijn allemaal voorbeelden die aangeven dat God macht heeft over leven en dood. Wanneer we echter meer willen weten over de leer van de opstanding der doden moeten we naar 1 Kor 15. 1 Kor 15 gaat over het belang van de opstanding van Yeshua en over ons geloof in Hem en in zijn opstanding. Hier blijkt dat het geloof zonder de leer van opstanding der doden een inhoudsloos geloof is. Heel het hoofdstuk onderbouwt van begin tot eind, wat de leer van de opstanding der doden inhoudt. Deze leer is een basis element van ons geloof, een fundament om op verder te bouwen. Het is goed om dit hoofdstuk meerdere keren te lezen om meer inzicht te krijgen. Wat moeten we ons nu voorstellen bij dat “nieuwe lichaam”, dat opstandingslichaam? We kunnen daar over lezen in 1 Kor 15:39-58. Allereerst wordt duidelijk gezegd dat er twee verschillende soorten lichamen bestaan, namelijk hemelse en aardse en dat de glans daarvan zeer verschillend is, vers 40. Vervolgens krijgen we wat gegevens over die twee lichamen, de verzen 42-44. Er wordt gezaaid in vergankelijkheid en opgewekt in onvergankelijkheid. Er wordt gezaaid in oneer en opgewekt in heerlijkheid. Op die heerlijkheid komen we nog terug. Er wordt gezaaid in zwakheid en opgewekt in kracht. Er wordt een natuurlijk lichaam gezaaid en een geestelijk lichaam opgewekt. Is er een natuurlijk lichaam, dan is er ook een geestelijk lichaam. Eerst komt het natuurlijke, stoffelijke, aardse lichaam, daarna het geestelijke, verheerlijkte, hemelse lichaam verzen 45-46. Vervolgens wordt dit verduidelijkt met een voorbeeld. Adam, de eerste mens werd uit het stof der aarde gemaakt. Yeshua, de tweede mens kwam uit de hemel. 1 Kor 15:22 Want evenals in Adam allen sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden. Omdat we allemaal van Adam afstammen, dragen we allemaal dat stoffelijke lichaam. Vers 47-49 De eerste mens is uit de aarde,stoffelijk, de tweede mens is uit de hemel. Gelijk de stoffelijke is, zijn ook de stoffelijken, en zoals de Hemelse is, zijn ook de hemelsen. En gelijk wij het beeld van de stoffelijke gedragen hebben, zo zullen wij het beeld van de hemelse dragen. De mensen die wedergeboren zijn en als het ware uit God zijn geboren (voortgekomen), zullen een hemels lichaam krijgen net als Yeshua. En dan komt de verklaring waarom er twee lichamen zijn. Vers 50 Laat ik heel duidelijk zijn, broeders; Lichamen van vlees en bloed kunnen geen deel hebben aan het Koninkrijk van God. Het vergankelijke beërft het onvergankelijke niet. Om deel te krijgen aan Gods koninkrijk dienen wij dus eerst een ander soort lichaam te krijgen en dat is dus wat er gebeurt bij de opstanding der doden en bij hen die nog in leven zijn als Yeshua komt op de wolken om de zijnen tot zich te roepen. De verzen 51-52 hebben we reeds hierboven aangehaald. Ons vergankelijke, sterfelijke lichaam zal verwisseld worden voor een onvergankelijk, onsterfelijk lichaam, vers 53. Als dat heeft plaats gevonden heeft de dood geen grip meer op ons, dan is de dood overwonnen. Dat hebben wij niet verdiend of te weeg gebracht of gepresteerd, dat is alles het werk van Yeshua, die dat voor ons bewerkt heeft. Ons geloof in Hem en in wat Hij gedaan heeft en hoe wij daar op reageren geeft dat wij deel uit mogen (gaan) maken van zijn Lichaam (gemeente). Hij is het Hoofd en wij zijn de leden. Wij vormen dan als het ware één geheel, één totaal lichaam met Hem. Luk 9:28-36. Drie apostelen Petrus, Johannes en Jakobus hebben personen aanschouwd in zo’n verandert, verheerlijkt lichaam. Zij zijn getuige geweest van de gedaanteverandering van Yeshua op de berg. We hebben het over Mozes en Elia die verschenen in die verheerlijkte toestand, in een geestelijk lichaam. Verzen 30-31 En zie, twee mannen spraken met Hem, en wel Mozes en Elia. Dezen, in heerlijkheid verschenen, spraken over …. In Mar 9:2-13 staat hetzelfde verhaal en daar lezen we dat dit gebeuren te maken heeft met Zijn opstanding, de verzen 9-10 En terwijl zij van de berg afdaalden, verbood Hij hun, dat zij iemand zouden vertellen, hetgeen zij gezien hadden, voordat de Zoon des mensen uit de doden zou zijn opgestaan. En zij hielden dit woord vast en trachten onder elkaar te weten te komen, wat het was, uit de doden opstaan. Deze drie apostelen hebben “in een gezicht” Mozes en Elia gezien in een geestelijk lichaam, Matt 17:9. Het hield hun bezig, ze spraken er met elkaar over om meer duidelijkheid te krijgen over deze gebeurtenis. Dezelfde zaken die ons nu nog bezighouden, de opstanding uit de doden, daar spraken de apostelen ook over en ook zij probeerden “te weten te komen” waar het over ging. Het is een kleine voorafschaduwing van wat in de toekomst nog op grote schaal zal plaats vinden. In 2 Pe 1:17-18 wordt ook nog verwezen naar deze gebeurtenis. Deut 34:6 En Hij (Yahweh) begroef hem (Mozes) in een dal in het land Moab, tegenover BetPeor, en niemand heeft zijn graf geweten tot op de huidige dag. Mozes is dus gestorven, 120 jaar oud, en begraven maar werd, in een visioen, gezien in heerlijkheid op de berg der verschijning. Zelfs na de opstanding van Yeshua, bij het lege graf hebben Petrus en Johannes nog steeds geen helder beeld van de opstanding, Joh 20:9 want zij kenden de Schrift nog niet, dat Hij uit de doden moest opstaan. Kennen wij de Schrift wel? Zijn wij op de juiste wijze onderwezen met betrekking tot de opstanding? Als je zo deze verzen leest over de verschijning op de berg, zou je de vraag kunnen stellen; hoe wist Petrus dat het Mozes en Elia waren? Er zitten vele honderden jaren tussen het aards optreden van deze twee mensen en de apostelen en toch schijnt Petrus ze te kennen. In Joh 20:14 herkent Maria van Magdala, Yeshua ook niet na zijn opstanding; Na deze woorden keerde zij zich om en zag Yeshua staan, maar zij wist niet, dat het Yeshua was. En wat te denken van de twee Emmaüsgangers, die zo verblind waren door alles, dat ze Yeshua niet herkenden toen Hij met hen meeliep. Pas toen Hij een aantal handelingen deed die hen zeer bekend voorkwamen herkenden ze Yeshua. Misschien is het zo, dat woord en gebaar in het opstandingslichaam de belangrijkste tekenen zijn om iemand te herkennen. Die tekenen Bijbelstudie-Homepage http://www.christenpagina.nl hebben dan de plaats ingenomen van de vroegere uiterlijke lichaamskenmerken? Het gaat om wat je zegt en doet en niet om hoe je eruit ziet. Hoewel thans in de wereld het voor veel mensen veel belangrijker is hoe ze eruit zien, dan wat ze doen en zeggen. In Mat 22:23-33, Mr 12:18-27 en Luk 20:27-40 wordt gezegd dat in de opstanding niet gehuwd of ten huwelijk genomen wordt, maar dat de mensen “zijn als engelen”. Uit diverse voorbeelden uit de bijbel blijkt dat engelen op aarde kunnen verschijnen. Waren Mozes en Elia bij de verschijning op de berg reeds “als een engel”? Mozes is dan het voorbeeld van de gestorvene die een opstandingslichaam heeft gekregen en Elia, het voorbeeld van de niet gestorvene, die een veranderd lichaam heeft gekregen. Zoals eerder gezegd is, kan dit dan een verwijzing zijn naar het moment van de opname van de gemeente. Want de reeds gestorven gelovigen zullen eerst opstaan en daarna zullen de levenden in een oogwenk verandert worden. Het is interessant om alle drie de evangelisten over deze passages te raadplegen. De Sadduceeën kwamen vragen aan Yeshua wie bij wie hoort in de opstanding als je meerdere huwelijken hebt gehad. Kennelijk hadden ze een heel verkeerde voorstelling van zaken, want Yeshua zegt hun; U begrijpt er niets van omdat u de Schrift niet kent en ook de macht van God niet. Dit zou ons aan het denken moeten zetten. Kennen wij de Schrift wel? Of nog belangrijker, denken wij dat we de macht en de kracht van God kennen? Misschien dat onze geestelijke rugzak nog rijkelijk gevuld is met (ballast) van wat ons allemaal geleerd is in het verleden. Lukas 20:35-36 zegt hierover, dat, de mensen die waardig bevonden worden om in Gods nieuwe wereld te leven, na de opstanding niet meer kunnen sterven, zij zijn aan de engelen gelijk en derhalve ook kinderen Gods, omdat zij kinderen van de opstanding zijn. Dus engelen zijn kinderen Gods, ze worden vaak in de bijbel de zonen Gods genoemd.. Verder zegt Lukas in vers 38;”Hij is niet een God van doden maar van levenden, want voor Hem leven zij allen.” Voor ons zijn de overledenen dood, maar hebben wij wel een juist besef van de macht en de kracht van God? Kunnen wij ons daar wel een voorstelling van maken? We weten waarschijnlijk iets van Gods kracht, maar eigenlijk gaat die kracht tot nu toe ons denkvermogen ver te boven. Wat voor ons dood is, kan leven voor God. De Sadduceeën kenden die kracht Gods niet, daarbij dwaalden zij, zij waren van de rechte weg, van de waarheid afgeleid. Ze waren in hun denken verkeerd, ze kenden de Schriften niet. Denk bij de “kracht Gods” ook aan de opname van Henoch en Elia. Mat 24:40-41 Dan zullen er twee in het veld zijn, één zal aangenomen worden en één achtergelaten worden. Twee vrouwen zullen aan het malen zijn met de molen, één zal aangenomen worden en één achtergelaten worden. Luk 17:34 Ik zeg u, in die nacht zullen er twee in een bed zijn, de één zal aangenomen worden en de ander zal achtergelaten worden. Zou dit verschil tussen dag en nacht bedoeld zijn om aan te geven dat de opname wereldwijd plaats vindt, bij de een is het dag en bij de ander is het nacht? Er zijn dus maar twee mogelijkheden, of je wordt aangenomen, dat is aanvaard worden, opgenomen worden bij God. Of je wordt achtergelaten, dat is niet aanvaard worden, afgewezen worden. We hebben nu wel wat gegevens over wat er zal gebeuren, maar niet over wanneer het precies zal gebeuren. De apostelen stelden Yeshua twee vragen; Mat 24:3b Zeg ons, wat is het teken van Uw komst en van de voleinding der wereld. Op die vragen wordt geantwoord, dat dit alleen zichtbaar is aan de tekenen die plaats vinden in de wereld. Want, Mat 24:36 Doch van die dag en die ure weet niemand, ook de engelen in de hemel niet, ook de Zoon niet, maar de Vader alleen. Dus we hebben wel tekenen waar we houvast aan hebben, maar een exacte datum en een exact tijdstip weten we niet. Niet van de terugkomst op de wolken voor zijn gemeente Kunnen we te weten komen of de opname voor, tijdens of na de grote verdrukking plaats vindt? Want ook over dit onderwerp is een enorme verdeeldheid onder de gelovigen. Volgens Mat 24:29-31 zou je zeggen dat het na de grote verdrukking is, maar laten we eens lezen wat 1 Thess 1:10 zegt; en uit de hemelen zijn Zoon te verwachten, die Hij uit de doden heeft opgewekt, Yeshua, die ons verlost uit de komende toorn. Het Griekse woord dat vertaald is met “verlost” heeft de betekenis van redden, bevrijden, tot zich trekken, maar ook, beschermen en bewaren. Je zou dus zowel kunnen zeggen dat de gemeente vóór de toorn naar Yeshua opgetrokken (opgenomen) wordt, maar ook dat de gemeente tijdens de toorn bewaard en beschermd wordt. Hiervan zijn in de geschiedenis meerdere voorbeelden te noemen. Van een aantal plagen voor de uittocht uit Egypte had het volk Israël geen last ondanks dat ze in hetzelfde land woonden. Ze werden als het ware beschermd. Vooral bij de tiende plaag bracht het bloed van het lam dat aan de deurposten gesmeerd was redding voor de eerstgeborenen. Wat te denken van Daniël in de leeuwenkuil en zijn drie vrienden in de brandende oven. Denk ook aan Noach en zijn gezin en Lot en zijn familie. Allemaal mensen die gered, bewaard werden tijdens oordelen. Of de opname nu vóór tijdens of ná de grote verdrukking plaats vindt, moet voor ons eigenlijk een onbelangrijk feit zijn. De wetenschap dat we bewaard worden voor de toorn moet voldoende voor ons zijn.i 1 Tim 4:16 … volhard in deze dingen; want door dit te doen zult gij zowel uzelf als hen, die u horen, behouden.
|