Berichten: 118
gebruiker
Verstuur privé bericht
|
Op 06-10-2011, 16:46 Statenvertaling schreef:
[...] Ik heb al veel vaker gezegd dat ik het dan raar vind dat het wtg toch voortdurend, ondanks dat het zijn leerstellingen steeds moet bijstellen, toch beweert het de volledige waarheid te hebben. Ook ontkennen alle jg dat er het wtg voorspellingen over 1975 heeft gedaan terwijl het wtg dat wel heeft gedaan, maar dat gewoon wegmoffelt. [...] Zie vorige. [...] Ben je op die manier bij de jg's gekomen? [...] Heeft het wtg dan de uitspraak dat Bijbellezen niet in de plaats van wachttorenstudie mag komen teruggenomen? [...] Wat jammer dat mensen die een Bijbeltekst anders interpreteren of een andere mening hebben over bepaalde leer dan het wtg er zonder pardon uitgetrapt worden.
[...] inderdaad, maar helaas praat je dan tegen dovemansoren.
[...] Kijk eens wat tussen de discussies tussen Ken en ik, misschien is er nog iets tussen waarover je wil discussiëren of bedenk iets anders. Als je niet altijd zoals ken verschrikkelijk ergens omheen draait (vat dit niet als een belediging op, ik heb alleen geen zin om te discussiëren als de ander voortdurend voorbijgaat aan mijn punt) wil ik best wel eens een discussie voeren.
|
Beste SV
1975 is 1 van die fouten. Klopt! En of de organisatie daar destijds op gewezen heeft laat ik even in het midden0 (ik kan het niet terugvinden in mijn bibliotheek en die loopt terug tot de jaren 60), ik weet wel dat individuele Getuigen verkeerde verwachtingen hadden t.a.v. 1975. Mensen maken fouten, en zoals al gezegd de organisatie ook. Daar heb ik geen problemen mee, juist ook omdat in tegenstelling tot wat je zegt, de organisatie daar geen geheim van maakt.
Het is voor buitenstaanders alleen een heel groot issue, omdat dat vaak een punt is om ons als groep op aan te vallen. En dat begrijp ik ergens wel dat dat gebeurt, er moet altijd wel iets te vinden zijn. En je hebt gelijk, er is altijd wel wat te vinden. Daar zijn we echt niet blind voor en ontkennen we ook niet.
Maar begrijp me niet verkeerd, maar als er tegen de gevestigde kerken iets te vinden is dan kan je wel even doorgaan. Ik doel hierbij voor een groot gedeelte wat ook Ken heeft geschreven, dat kerken bloedschuld op zich hebben geladen als collectief door de politiek en oorlogen te steunen en zelfs te zegenen.
Er zijn zat christenen die daar niets mee maken willen hebben, maar wel een organisatie/kerk aanhangen die dat in het verleden gedaan heeft.
Dat zijn voor mij zaken die niet recht te praten zijn. Daarnaast blijkt overigens dat niet alleen binnen de katholieke kerken incest schering en inslag is, maar ook hier veelvuldig is voorgekomen binnen de protestantse kerken. Met alle doofpotten die erbij horen. (dit heb ik trouwens niet via via gehoord, maar van direct betrokken). En laten we eerlijk zijn, als er ergens omheen gedraaid wordt dan is het wat betreft het bovenstaande.
Als je Calvijn beschouwd, respect voor zijn werk als reformator, maar een tegenstander ter dood veroordelen is toch een minpunt op zijn C.V.
Met alle respect voor christenen op dit forum, dit is geen persoonlijke aanval, maar als je weet dat dat binnen je kerk in het verleden is gebeurd, of nog steeds gebeurt, dan zou ik me toch ernstiger zorgen gaan maken over dat soort problemen dan over wat je zojuist noemde.
Overigens weet ik niet wat je bedoelt met dat WT-studie belangrijker wordt geacht dan bijbelstudie, die komt uit de fabeltjeshoek. Natuurlijk is de WT voor ons een belangrijk hulpmiddel, maar staat nooit boven bijbelstudie/lezen. Ik neem aan dat jullie ook je boekjes, bundels en belijdenissen hebben.
En als je een andere interpretatie hebt, dat mag, maar net zoals andere kerken maak je het jezelf alleen maar moeilijk omdat dergelijke interpretaties (ik ken ze), vaak niet steekhoudend zijn. Heel simpel, je hoeft geen JG te zijn, je mag het. Het is en blijft een vrijwillige keuze, maar net zoals je binnen de kerk regels en tucht hebt is dat bij ons ook. En ik heb het overigens niet over kleine interpretaties, maar fundamenteel andere leerstelligheden. Dat mag, maar begin dan gewoon een eigen groep. Het is toch veel leuker om gelijkgezinden bij je te scharen dan je standpunt te moeten verdedigen tegenover andersdenkenden. Dat is wat ook vaak gebeurt hier in de omgeving, zijn we het er niet mee eens, dan scheuren we ons af. Hebben we mot met elkaar dan gaan we ergens anders zitten. Mogen we de voorganger niet, vier jij de sabbat niet etc. En uiteindelijk is er vaak niks van over.
Ik draai graag nergens omheen, geef graag toe dat er fouten zijn gemaakt, maar dat gebeurde in bijbelse tijden ook. We hebben nooit gezegd dat we volmaakt zijn, maar wel dat we geloven dat we de waarheid omtrent de bijbel begrijpen en valse leerstellingen verwerpen. En waarschijnlijk doe jij dat ook, en is je geloof op de rotsen gebouwd. Je moet jezelf overtuigen dat datgene waar je voor staat waar is. Als je dat niet kan zeggen dan ben je nog zoekende. En ik geloof persoonlijk dat wat ik geloof overeenstemt met de bijbel en wereld om me heen. (ik zeg niet dat ik alles weet, absoluut niet).
Overigens komt dit op een publicatie van het genootschap uit 1970 (vergewist u). Misschien interessant om te bepalen of de "organisatie" zich boven de bijbel stelt.
Bijbel Het Woord van Jehovah God Ex. 20:1 „Voorts sprak God al deze woorden.” Jes. 7:7 „Dit heeft de Heer Jehovah gezegd.” Jer. 1:9 „Jehovah [stak] zijn hand uit en deed die mijn mond aanraken. Toen zei Jehovah tot mij: ’Zie, ik heb mijn woorden in uw mond gelegd.’” Joh. 14:10 „De dingen die ik tot ulieden zeg, spreek ik niet uit mijzelf; maar de Vader, die in eendracht met mij blijft, doet zijn werken.” (Zie ook Joh. 8:28.) Ef. 6:17 „Neemt . . . het zwaard van de geest, dat is, Gods woord, [aan].” Door God geïnspireerd, niet van menselijke oorsprong 2 Tim. 3:16, 17 „De gehele Schrift is door God geïnspireerd en nuttig om te onderwijzen, terecht te wijzen, dingen recht te zetten, streng te onderrichten in rechtvaardigheid, opdat de mens Gods volkomen bekwaam zij, volledig toegerust tot ieder goed werk.” 1 Thess. 2:13 „Daarom ook danken wij God zonder ophouden, want toen gij Gods woord hebt ontvangen, hetwelk gij van ons hebt gehoord, hebt gij het niet als het woord van mensen aangenomen, maar, wat het ook inderdaad is, als het woord van God.” Mensen door Gods geest tot schrijven bewogen 2 Petr. 1:20, 21 „Geen profetie der Schrift [ontstaat] door enige eigen uitlegging . . . Want nooit werd profetie door de wil van een mens voortgebracht, maar mensen hebben van Godswege gesproken zoals zij door heilige geest werden meegevoerd.” 2 Sam. 23:1, 2 „En dit zijn de laatste woorden van David: ’. . . De geest van Jehovah heeft door mij gesproken, en zijn woord was op mijn tong.’” Hand. 1:16 „Het schriftwoord moest vervuld worden dat de heilige geest bij monde van David tevoren gesproken heeft.” Hand. 28:25 „Paulus [deed] deze ene opmerking . . .: ’De heilige geest heeft passend door bemiddeling van de profeet Jesaja tot uw voorvaders gesproken.’” Hand. 3:21 „God [heeft] bij monde van zijn heilige profeten van oudsher . . . gesproken.” Wijze van inspiratie Num. 12:8 „Van mond tot mond spreek ik tot hem [Mozes], hem aldus dingen tonend.” Ezech. 1:3 „Het woord van Jehovah [kwam] uitdrukkelijk tot Ezechiël . . . en op hem kwam op die plaats de hand van Jehovah.” Hab. 2:2 „Toen antwoordde Jehovah mij en zei: ’Schrijf het visioen op en zet het duidelijk op tafelen.’” Dan. 7:1, 2, 7 „Daniël zelf [aanschouwde] een droom en visioenen van zijn hoofd op zijn bed. Aanstonds schreef hij de droom op. Het volledige relaas van de zaken vertelde hij. Daniël nam het woord en zei: ’In mijn visioenen tijdens de nacht kreeg ik te aanschouwen . . . Hierna bleef ik aanschouwen in de nachtvisioen.’” Profetieën bewijzen dat bijbel van goddelijke oorsprong is 2 Petr. 1:21 „Nooit werd profetie door de wil van een mens voortgebracht, maar mensen hebben van Godswege gesproken zoals zij door heilige geest werden meegevoerd.” Jes. 46:9, 10 „Ik [ben] de Goddelijke . . . Degene die van het begin af de afloop vertel, en van oudsher de dingen die niet gedaan zijn.” Deut. 18:22 „Wanneer de profeet in de naam van Jehovah spreekt en het woord geschiedt niet of komt niet uit, dan is dat het woord dat Jehovah niet gesproken heeft.” Joh. 14:29 „Ik heb het u nu daarom gezegd, voordat het geschiedt, opdat gij, wanneer het geschiedt, moogt geloven.” Zie ook „Profetie”, blz. 363-371. Betrouwbaarheid van bericht blijkt uit eerlijkheid van schrijvers Num. 20.12 „Later zei Jehovah tot Mozes en Aäron: ’Omdat gij geen geloof in mij hebt getoond, om mij voor de ogen van de zonen van Israël te heiligen, daarom zult gij deze gemeente niet in het land brengen dat ik hun stellig geven zal.’” 1 Kon. 11:9 „Jehovah werd vertoornd op Salomo, omdat hij zijn hart had afgewend van Jehovah, de God van Israël, die hem twee maal verschenen was.” Jona 1:1-3 „Het woord van Jehovah nu kwam tot Jona, de zoon van Amittai, zeggende: ’Sta op, ga naar Ninevé, de grote stad, en kondig tegen haar af dat hun boosheid voor mijn aangezicht is opgestegen.’ Toen stond Jona op en nam de wijk naar Tarsis, weg van het aangezicht van Jehovah.” Mark. 14:66, 67, 71, 72 „Terwijl Petrus zich nu beneden op de binnenplaats bevond, kwam daar een van de dienstmeisjes van de hogepriester, en toen zij Petrus zag, die zich zat te warmen, keek zij hem recht aan en zei: ’Gij waart ook bij deze Jezus de Nazarener.’ Maar hij begon te vloeken en te zweren: ’Ik ken die mens niet over wie gij spreekt.’ En onmiddellijk kraaide een haan voor een tweede maal; en Petrus herinnerde zich het woord dat Jezus tot hem had gesproken: ’Voordat een haan tweemaal kraait, zult gij mij driemaal verloochenen.’ En hij kon zich niet meer bedwingen en begon te wenen.” Eer aan God gegeven en niet aan mensen Ps. 113:3, 4 „Van de opgang der zon tot aan haar ondergang dient Jehovah’s naam geloofd te worden. . . . zijn heerlijkheid is boven de hemelen.” Jes. 40:22, 23 „Er is er Een die woont boven het rond der aarde — waarvan de bewoners als sprinkhanen zijn — . . . Degene die hoogwaardigheidsbekleders terugbrengt tot niets, die zelfs de rechters der aarde tot louter onwerkelijkheid heeft gemaakt.” 1 Kor. 1:26-31 „Niet veel wijzen naar het vlees werden geroepen, niet veel machtigen, niet velen van edele geboorte; maar God heeft de dwaze dingen der wereld uitgekozen om de wijzen te beschamen; en God heeft de zwakke dingen der wereld uitgekozen om de sterke dingen te beschamen; en God heeft de onedele dingen der wereld uitgekozen en de dingen waarop wordt neergezien, . . . opdat geen vlees zou roemen voor het aangezicht van God. . . . opdat het moge zijn zoals er staat geschreven: ’Wie roemt, roeme in Jehovah.’” Openb. 7:12 „De zegen en de heerlijkheid en de wijsheid en de dankzegging en de eer en de kracht en de sterkte zij onze God tot in alle eeuwigheid.” Archeologie heeft de volgende bijbelverslagen, en vele andere, bevestigd Gen. 19:24, 25 „Jehovah [liet] zwavel en vuur van Jehovah, uit de hemel, op Sodom en Gomorra regenen. Aldus ging hij ertoe over deze steden ondersteboven te keren, ja, het gehele District en alle inwoners der steden en de planten van de aardbodem.” (Geologen bevestigen de catastrofale explosie die gevolgd werd door een regen van zwavel en een vernietigend vuur waardoor het gehele District omstreeks 1900 v.G.T. werd verzwolgen. Een expeditie heeft onder water vele overblijfselen aangetroffen van een beschaving die 4000 jaar geleden had gebloeid en gestorven was, en die nu onder water bedolven ligt onder het zuideinde van de Dode Zee.) Joz. 1:4 „Van de wildernis en deze Libanon tot de grote rivier, de rivier de Eufraat, dat wil zeggen, heel het land van de Hethieten.” (Vooral sinds 1906 is de omvang van het Hethitische rijk aan het licht gebracht. Opgravingen in Boǧazköy, Turkije, de plaats van een oude Hethitische hoofdstad, hebben een grote hoeveelheid oudheidkundige voorwerpen en ongeveer 10.000 kleitabletten in Hethitisch spijkerschrift en andere talen blootgelegd.) Joz. 6:1, 20, 21 „Jericho nu was wegens de zonen van Israël goed afgesloten . . . Nu geschiedde het dat zodra het volk het horengeschal hoorde en het volk een luide strijdkreet aanhief, daar stortte de muur tegen de vlakte. . . . Voorts gaven zij alles wat in de stad was . . . aan de vernietiging prijs.” (Vanaf 1929 hebben expedities onder leiding van professor Garstang de ruïnes van Jericho blootgelegd, waardoor het bijbelse verslag werd bevestigd.) 2 Sam. 5:7, 8 „David [ging] ertoe over de vesting Sion, dat wil zeggen de stad van David, in te nemen. David dan zei op die dag: ’Laat al wie de Jebusieten slaat, door middel van de watertunnel contact leggen.’” (In 1867 werd een oude watertunnel ontdekt, die van de bron Gihon terugliep de heuvel in en in de oude stad omhoogleidde. In 1909-1911 werd het gehele tunnelsysteem dat van Gihon uitging, blootgelegd.) 1 Kon. 14:25, 26 „In het vijfde jaar van koning Rehábeam . . . [trok] Sisak, de koning van Egypte, tegen Jeruzalem op . . . En hij nam toen de schatten van het huis van Jehovah en de schatten van het huis van de koning mee; en alles nam hij mee.” (In 1830 werden schrifttekens op de buitenmuur van de Egyptische tempel te Karnak ontcijferd, en deze bleken Sisaks overwinningsdocument te zijn.) 2 Kon. 3:4, 5 „Wat Mesa betreft, de koning van Moab, hij werd schapenfokker, en hij betaalde de koning van Israël honderdduizend lammeren en honderdduizend ongeschoren mannetjesschapen. Nu geschiedde het dat zodra Achab gestorven was, de koning van Moab voorts tegen de koning van Israël in opstand kwam.” (De Moabitische steen, in 1868 gevonden, die nu bewaard wordt in het Louvre te Parijs, vermeldt koning Mesa’s versie van zijn opstand tegen Israël.) 2 Kon. 18:13 „In het veertiende jaar van koning Hizkía, trok Sanherib, de koning van Assyrië, op tegen alle versterkte steden van Juda en veroverde ze vervolgens.” (Gedurende de jaren 1847-1851 heeft Layard het grote paleis van de Assyrische koning Sanherib te Koejoendjik opgegraven. Er werd een kleicilinder gevonden, Koning Sanheribs prisma genoemd, waarop hij zijn eigen pocherige versie van zijn invasie in Juda geeft. Het prisma wordt in het Brits Museum bewaard.) Jer. 34:7 „De strijdkrachten van de koning van Babylon streden tegen . . . Lachis.” (In 1935 werden in de ruïnes van Lachis achttien potscherven gevonden, die beschreven waren met Hebreeuws-Fenicisch schrift. Ze waren geschreven vanuit een buitenpost van Judese troepen aan een bevelhebber te Lachis en geven weer hoe benard de situatie was gedurende de invasie.) Hand. 17:22 „Paulus dan stond midden op de Areópagus.” (De Aresheuvel of „Marsheuvel” een rotsachtige heuvel ten noordwesten van de Akropolis van Athene, is er nog steeds, waardoor de in de bijbel beschreven achtergrond voor Paulus’ toespraak wordt bevestigd. Er is een gedenkplaat waarop zijn toespraak staat.) Bijbel in harmonie met ware wetenschap Job 26:7 „Hij spant het noorden uit over de lege ruimte, hangt de aarde op aan niets.” Jes. 40:22 „Er is er Een die woont boven het rond der aarde — waarvan de bewoners als sprinkhanen zijn.” Job 28:2 „IJzer — uit stof wordt het gehaald, en uit steen wordt koper gegoten.” Gen. 1:11, 21, 25 „Verder zei God: ’De aarde late gras uitspruiten, zaaddragende plantengroei, vruchtbomen die vrucht opleveren naar hun soort, waarvan het zaad erin is . . . En God ging ertoe over de grote zeemonsters te scheppen en elke levende ziel die zich beweegt, waarvan de wateren gingen wemelen naar hun soort, en elk gevleugeld vliegend schepsel naar zijn soort. . . . En God ging ertoe over het wild gedierte der aarde te maken naar zijn soort en de huisdieren naar hun soort en al het zich bewegende gedierte van de aardbodem naar zijn soort.” Zie ook „Evolutie”, blz. 124-131. Bijbel bewezen „het woord van onze God” te zijn omdat bewaard gebleven ondanks heftige tegenstand Jes. 40:8 „Het groene gras is verdord, de bloesem is verwelkt; maar wat het woord van onze God betreft, het zal tot onbepaalde tijd blijven.” 1 Petr. 1:25 „’Wat Jehovah zegt, blijft in eeuwigheid.’ Welnu, dit is het ’gezegde’, dit wat u als goed nieuws is bekendgemaakt.” Zij die voorbeeld van Christus en zijn apostelen volgen, kunnen niet gedeelten van bijbel als mythen verwerpen Joh. 17:17 „Heilig hen door middel van de waarheid; uw woord is waarheid.” Hand. 24:14 „Ik [geloof] alle dingen die in de Wet zijn uiteengezet en in de Profeten staan geschreven.” 2 Tim. 4:3, 4 „Er zal een tijdsperiode komen dat zij de gezonde leer niet zullen verdragen, maar zich overeenkomstig hun eigen begeerten tal van leraren zullen bijeenbrengen om hun oren te laten kittelen, en zij zullen hun oren van de waarheid afwenden en daarentegen tot onware verhalen worden gekeerd.” Zie ook Matth. 19:4, 5; Gen. 1:27; 2:24. Niets van bijbel uit de tijd; alles is nuttig Rom. 15:4 „Alle dingen die eertijds werden geschreven, werden tot ons onderricht geschreven, opdat wij door middel van onze volharding en door middel van de vertroosting uit de Schriften hoop zouden hebben.” Joh. 20:31 „Deze zijn opgetekend opdat gij moogt geloven dat Jezus de Christus is, de Zoon van God, en opdat gij door te geloven leven moogt hebben door middel van zijn naam.” Jezus en zijn apostelen haalden veel aan uit Hebreeuwse Geschriften, stelden voorbeeld voor alle christenen Luk. 4:17-21 „Daarom werd hem [Jezus] de rol van de profeet Jesaja aangereikt, en hij opende de rol en vond de plaats waar geschreven stond: [Jes. 61:1, 2] . . . Hierna rolde hij de rol op, gaf ze aan de dienaar terug en ging zitten . . . Toen begon hij tot hen te zeggen: ’Heden is deze schriftuurplaats, die gij zojuist hebt gehoord, vervuld.’” Luk. 24:27, 44, 45 „En beginnend bij Mozes en al de Profeten legde hij hun uit wat in al de Schriften op hem betrekking had. Nu zei hij tot hen: ’Dit zijn mijn woorden, die ik tot u sprak toen ik nog bij u was, dat alle dingen die in de wet van Mozes en in de Profeten en de Psalmen over mij geschreven staan, vervuld moesten worden.’ Toen opende hij hun verstand volledig zodat zij de betekenis van de Schriften begrepen.” Matth. 4:4-10 „Hij [Jezus] gaf ten antwoord: ’Er staat geschreven [Deut. 8:3]: „De mens moet niet van brood alleen leven, doch van elke uitspraak die uit Jehovah’s mond voortkomt.”’ . . . Jezus zei tot hem: ’Wederom staat er geschreven [Deut. 6:16]: „Gij moogt Jehovah, uw God, niet op de proef stellen.”’ . . . Toen zei Jezus tot hem: ’Ga weg, Satan! Want er staat geschreven [Deut. 5:9]: „Jehovah, uw God, moet gij aanbidden en voor hem alleen heilige dienst verrichten.”’” Rom. 9:12-17 „[Er werd] tot haar gezegd [Gen. 25:23]: ’De oudste zal de slaaf van de jongste zijn.’ Evenals er staat geschreven [Mal. 1:2, 3]: ’Jakob heb ik liefgehad, maar Esau heb ik gehaat.’ Wat zullen wij dan zeggen? Is er onrechtvaardigheid bij God? Moge dat nooit waar worden! Want hij zegt tot Mozes [Ex. 33:19]: ’Ik zal barmhartigheid bewijzen aan wie ik barmhartigheid bewijs, en ik zal mededogen betonen jegens wie ik mededogen betoon.’ Zo hangt het dus niet af van degene die wenst, noch van degene die hard loopt, maar van God, die barmhartig is. Want de Schrift zegt tot Farao [Ex. 9:16]: ’Hiertoe juist heb ik u laten bestaan.’” Zie ook Rom. 9:25-29; 15:9-12; Hand. 15:12-18. Hebreeuwse Geschriften bevatten voorbeelden tot nut van ons in deze tijd 1 Kor. 10:11 „Deze dingen nu bleven hun overkomen als voorbeelden en ze werden opgeschreven tot een waarschuwing voor ons, tot wie de einden van de samenstelsels van dingen gekomen zijn.” Luk. 17:26-30 „Zoals het geschiedde in de dagen van Noach, zo zal het ook zijn in de dagen van de Zoon des mensen: zij aten, zij dronken, mannen huwden, vrouwen werden ten huwelijk gegeven, tot op de dag waarop Noach de ark binnenging en de vloed kwam en hen allen vernietigde. Insgelijks, evenals het geschiedde in de dagen van Lot: zij aten, zij dronken, zij kochten, zij verkochten, zij plantten, zij bouwden. Maar op de dag dat Lot uit Sodom ging, regende het vuur en zwavel uit de hemel en vernietigde hen allen. Op dezelfde wijze zal het gaan op de dag waarop de Zoon des mensen geopenbaard zal worden.” Bijbel dient als één geheel beschouwd te worden 2 Tim. 3:16 „De gehele Schrift is door God geïnspireerd en nuttig.” Regelmatig bijbellezen belangrijk Matth. 4:4 „De mens moet niet van brood alleen leven, doch van elke uitspraak die uit Jehovah’s mond voortkomt.” Joh. 17:3 „Dit betekent eeuwig leven, dat zij voortdurend kennis in zich opnemen van u, de enige ware God, en van hem die gij hebt uitgezonden, Jezus Christus.” Deut. 6:6, 7 „Deze woorden, die ik u heden gebied, moeten op uw hart blijken te zijn; en gij moet ze uw zoon inscherpen en erover spreken wanneer gij in uw huis zit en wanneer gij op de weg gaat en wanneer gij neerligt en wanneer gij opstaat.” 2 Tim. 3:15 „Dat gij van kindsbeen af de heilige geschriften hebt gekend, die u wijs kunnen maken tot redding.” Hand. 17:11 „De [Bereeërs] nu waren edeler van geest dan die in Thessaloníka, want zij namen het woord met de grootste bereidwilligheid des geestes aan en onderzochten dagelijks zorgvuldig de Schriften of deze dingen zo waren.” Ef. 5:17 „Blijft inzien wat de wil van Jehovah is.” Zie ook „Studie”, blz. 412-415. Uiterst belangrijk om begrip van de bijbel te verkrijgen Spr. 4:7, 8 „Verwerf wijsheid; en bij alles wat gij verwerft, verwerf verstand. Schat haar hoog, en ze zal u verhogen. Ze zal u verheerlijken omdat gij haar omhelst.” Matth. 13:19 „Wanneer iemand het woord van het koninkrijk hoort maar de betekenis ervan niet begrijpt, komt de goddeloze en rukt weg wat in zijn hart is gezaaid.” Spr. 2:3-6, 9 „Indien gij bovendien om het verstand zelf roept en om het onderscheidingsvermogen zelf uw stem verheft, indien gij ernaar blijft zoeken als naar zilver, en gij er als naar verborgen schatten naar blijft speuren, in dat geval zult gij de vrees voor Jehovah begrijpen, en gij zult de kénnis van God vinden. Want Jehovah zelf geeft wijsheid; uit zijn mond zijn kennis en onderscheidingsvermogen afkomstig. In dat geval zult gij rechtvaardigheid en recht en oprechtheid begrijpen, de gehele baan van wat goed is.” Neh. 8:8 „Zij bleven voorlezen uit het boek, uit de wet van de ware God, terwijl het werd vertolkt en er betekenis in werd gelegd; en zij bleven het voorgelezene begrijpelijk maken.” Hulp noodzakelijk Hand. 8:30, 31 „Filippus liep hard naast de wagen en hoorde hem hardop de profeet Jesaja lezen, en hij zei: ’Weet gij eigenlijk wel wat gij leest?’ Hij zei: ’Hoe zou ik dat toch ooit kunnen, tenzij iemand mij leidt?’” Begrip niet beperkt tot personen met speciale opleiding Matth. 11:25 „In die tijd nam Jezus het woord en zei: ’Ik loof u in het openbaar, Vader, Heer van hemel en aarde, omdat gij deze dingen voor de wijzen en intellectuelen hebt verborgen en ze aan kleine kinderen hebt geopenbaard.’” Hand. 4:13 „Toen zij nu zagen hoe vrijuit Petrus en Johannes spraken en bemerkten dat zij ongeletterde en gewone mensen waren, verwonderden zij zich.” 1 Kor. 2:10, 13 „Want aan ons heeft God het geopenbaard door middel van zijn geest . . . Deze dingen spreken wij ook, niet met woorden die door menselijke wijsheid worden geleerd, maar met woorden die door de geest worden geleerd, daar wij geestelijke zaken met geestelijke woorden combineren.” Zie ook 1 Joh. 5:20; Joh. 7:14, 15. Voor juiste uitleg van bijbel moeten wij naar God opzien Gen. 40:8 „Jozef . . . zei tot hen: ’Zijn uitleggingen niet een zaak van God?’” Dan. 2:28 „Er [bestaat] een God in de hemel die een Onthuller van geheimen is.” Matth. 11:25 „In die tijd nam Jezus het woord en zei: ’Ik loof u in het openbaar, Vader, Heer van hemel en aarde, omdat gij deze dingen voor de wijzen en intellectuelen hebt verborgen en ze aan kleine kinderen hebt geopenbaard.’” Juiste uitleg is altijd in harmonie met rest van Gods Woord 2 Tim. 3:16 „De gehele Schrift is door God geïnspireerd.” Hand. 15:14, 15 „Simeon heeft nauwgezet verteld hoe God voor de eerste maal zijn aandacht op de natiën heeft gericht om uit hen een volk voor zijn naam te nemen. En hiermee stemmen de woorden van de Profeten overeen.” Andere gedeelten van geschreven Woord werpen er vaak licht op Matth. 16:4 „Een goddeloos en overspelig geslacht blijft een teken zoeken, maar het zal geen teken worden gegeven dan het teken van Jona.” (Vergelijk Matth. 12:39, 40.) Matth. 24:35 „Hemel en aarde zullen voorbijgaan, maar mijn woorden zullen geenszins voorbijgaan.” (Vergelijk Pred. 1:4; Jes. 66:1; Openb. 19:11–20:3.) Gebeurtenissen als vervulling van profetie tonen betekenis Matth. 1:18, 22, 23 „De geboorte van Jezus Christus nu geschiedde aldus. . . . Dit alles is in werkelijkheid geschied opdat vervuld zou worden hetgeen Jehovah door zijn profeet had gesproken, die zei: ’Ziet! De maagd zal zwanger worden en een zoon baren, en zij zullen hem de naam Immánuël geven.’” Hand. 2:4, 14-21 „Zij werden allen met heilige geest vervuld en begonnen in verschillende talen te spreken . . . Petrus stond op met de elf en verhief zijn stem en sprak hen aldus toe: ’. . . Integendeel, dit is wat door bemiddeling van de profeet Joël werd gezegd: „’En in de laatste dagen’, zegt God, ’zal ik wat van mijn geest uitstorten op alle soorten van vlees, en uw zonen en uw dochters zullen profeteren.’”’” Persoonlijke uitleg kan tot verdraaiing van Schrift leiden 2 Petr. 3:15, 16 „Onze geliefde broeder Paulus [heeft] u overeenkomstig de hem gegeven wijsheid . . . geschreven, sprekend over deze dingen, zoals hij ook in al zijn brieven doet. Daarin zijn echter sommige dingen moeilijk te begrijpen, die de niet-onderwezenen en onstandvastigen verdraaien, zoals zij dat ook met de overige Schriften doen, tot hun eigen vernietiging.” Gods geschreven Woord moet niet vervangen worden door menselijke overleveringen Matth. 15:3, 6, 9 „Waarom overtreedt ook gij het gebod Gods ter wille van uw overlevering? . . . Zo hebt gij dan het woord Gods krachteloos gemaakt ter wille van uw overlevering. ’Tevergeefs blijven zij mij aanbidden, omdat zij mensengeboden als leerstellingen onderwijzen.’” 1 Kor. 4:6 „Gaat niet buiten de dingen die geschreven staan.” Schrift waarschuwt voor misleiding door vals-religieuze overleveringen Kol. 2:8 „Past op: misschien zal iemand u als zijn prooi wegdragen door middel van de filosofie en door ijdel bedrog overeenkomstig de overlevering van mensen, overeenkomstig de elementaire dingen van de wereld en niet overeenkomstig Christus.” Gal. 1:13, 14 „Gij hebt natuurlijk gehoord van mijn vroegere levenswandel in het judaïsme, dat ik de gemeente van God tot het uiterste bleef vervolgen en verwoesten, en ik maakte grotere vorderingen in het judaïsme dan velen van mijn leeftijd in mijn ras, daar ik veel ijveriger was voor de overleveringen van mijn vaderen.” Zie ook Jes. 29:13; Matth. 16:6, 12; Gal. 1:7-9. Verboden om iets aan Gods Woord toe te voegen of af te doen Deut. 4:2 „Gij moogt niets toevoegen aan het woord dat ik u gebied, noch er iets van afnemen, opdat gij de geboden van Jehovah, uw God, die ik u gebied, onderhoudt.” Spr. 30:5, 6 „Elk woord van God is gelouterd. Hij is een schild voor wie hun toevlucht tot hem nemen. Voeg niets aan zijn woorden toe, opdat hij u niet terechtwijst en opdat gij geen leugenaar behoeft te blijken.” Openb. 22:18, 19 „Indien iemand een toevoeging aan deze dingen maakt, zal God hem de plagen toevoegen die in deze boekrol beschreven zijn; en indien iemand iets afneemt van de woorden van de boekrol van deze profetie, zal God zijn deel afnemen van de bomen des levens en van de heilige stad, dingen die in deze boekrol beschreven zijn.” Bijbel is nuttig voor mensen van alle natiën en rassen Gen. 22:17, 18 „Ik [zal] u [Abraham] voorzeker . . . zegenen en uw zaad voorzeker . . . vermenigvuldigen . . . En door bemiddeling van uw zaad zullen alle natiën der aarde zich stellig zegenen, ten gevolge van het feit dat gij naar mijn stem hebt geluisterd.” (Vergelijk Gal. 3:16.) Micha 4:2 „Vele natiën zullen stellig heengaan en zeggen: ’Komt, en laten wij opgaan naar de berg van Jehovah . . . en hij zal ons onderrichten omtrent zijn wegen, en wij zullen stellig zijn paden bewandelen.’” 1 Tim. 2:3, 4 „Dit is voortreffelijk en aangenaam in de ogen van onze Redder, God, wiens wil het is dat alle soorten van mensen worden gered en tot een nauwkeurige kennis van de waarheid komen.” Moeten Schrift eerlijk gebruiken Joh. 5:39, 40 „Gij onderzoekt de Schriften, omdat gij denkt dat gij door middel daarvan eeuwig leven zult hebben; en deze leggen juist getuigenis over mij af. En toch wilt gij niet tot mij komen opdat gij leven moogt hebben.” 2 Tim. 2:15 „Doe uw uiterste best om u goedgekeurd aan God aan te bieden, als een werkman die zich nergens over behoeft te schamen, die het woord der waarheid juist hanteert.” Matth. 4:5-7 „Vervolgens nam de Duivel hem mee naar de heilige stad, en hij plaatste hem op de kantelen van de tempel en zei tot hem: ’Indien gij een zoon van God zijt, werp u dan naar beneden, want er staat geschreven: „Hij zal zijn engelen aangaande u opdracht geven, en zij zullen u op hun handen dragen, opdat gij uw voet nimmer aan een steen zult stoten.”’ Jezus zei tot hem: ’Wederom staat er geschreven: „Gij moogt Jehovah, uw God, niet op de proef stellen.”’” Teksten die illustreren dat moderne vertaling tot verbeterd begrip leidt Gen. 25:29 (Statenvertaling) „En Jakob had een kooksel gekookt; en Ezau kwam uit het veld, en was moede.” Gen. 25:29 (NW) „Eens was Jakob een gerecht aan het koken, toen Esau van het veld kwam, en hij was moe.” Matth. 5:3 (Statenvertaling) „Zalig zijn de armen van geest; want hunner is het Koninkrijk der hemelen.” Matth. 5:3 (NW) „Gelukkig zijn zij die zich bewust zijn van hun geestelijke nood, want hun behoort het koninkrijk der hemelen toe.” 1 Kor. 10:25 (Statenvertaling) „Eet al wat in het vleeshuis verkocht wordt, niet ondervragende, om des gewetens wil.” 1 Kor. 10:25 (NW) „Blijft alles eten wat in een vleeshal wordt verkocht, zonder vanwege uw geweten navraag te doen.” Fil. 2:4 (Statenvertaling) „Een iegelijk zie niet op het zijne maar een iegelijk zie ook op hetgeen der anderen is.” Fil. 2:4 (NW) „Terwijl gij niet alleen uit persoonlijk belang het oog houdt op uw eigen zaken, maar ook uit persoonlijk belang op die van de anderen.” Filem. 8 (Statenvertaling) „Hoewel ik grote vrijmoedigheid heb in Christus, om u te bevelen, hetgeen betamelijk is.” Filem. 8 (NW) „Ofschoon ik grote vrijmoedigheid van spreken heb in verband met Christus om u te bevelen te doen wat juist is.” 1 Joh. 2:16 (Statenvertaling) „Want al wat in de wereld is, namelijk de begeerlijkheid des vleses, en de begeerlijkheid der ogen, en de grootsheid des levens, is niet uit den Vader, maar is uit de wereld.” 1 Joh. 2:16 (NW) „Want alles wat in de wereld is — de begeerte van het vlees en de begeerte der ogen en het opzichtige geuren met de middelen voor levensonderhoud die men heeft — spruit niet voort uit de Vader, maar uit de wereld.” Jehovah openbaart zichzelf en zijn voornemens door middel van zijn geschreven Woord Rom. 16:25, 26 „Hem nu die u standvastig kan maken in overeenstemming met het goede nieuws dat ik bekendmaak en de prediking van Jezus Christus, overeenkomstig de openbaring van het heilige geheim, dat tijden lang verzwegen bleef maar nu openbaar is gemaakt en . . . door middel van de profetische geschriften . . . is bekendgemaakt.” Amos 3:7 „De Heer Jehovah zal niets doen tenzij hij zijn vertrouwelijke aangelegenheid heeft geopenbaard aan zijn knechten, de profeten.”
[/qoute]
Dit bericht is gewijzigd op 06-10 17:56.
|
|