Berichten: 2737
gebruiker
Verstuur privé bericht
|
Openbaring 1:
3 Zalig is hij, die leest, en zijn zij, die horen de woorden dezer profetie, en die bewaren, hetgeen in dezelve geschreven is; want de tijd is nabij. 4 Johannes aan de zeven Gemeenten, die in Azië zijn: genade zij u en vrede van Hem, Die is, en Die was, en Die komen zal; en van de zeven geesten, die voor Zijn troon zijn; 5 En van Jezus Christus, Die de getrouwe Getuige is, de Eerstgeborene uit de doden, en de Overste der koningen der aarde. Hem, Die ons heeft liefgehad, en ons van onze zonden gewassen heeft in Zijn bloed. 6 En Die ons gemaakt heeft tot koningen en priesters Gode en Zijn Vader; Hem, zeg ik, zij de heerlijkheid en de kracht in alle eeuwigheid. Amen. 7 Ziet, Hij komt met de wolken en alle oog zal Hem zien, ook degenen, die Hem doorstoken hebben; en alle geslachten der aarde zullen over Hem rouw bedrijven; ja, amen. 8 Ik ben de Alfa en de Omega, het Begin en het Einde, zegt de Heere, Die is, en Die was, en Die komen zal, de Almachtige. Ja , Die Heiland is van allen, die gekocht zijn met het VERGOTEN BLOED VAN DE ZOON VAN GOD EN DE ZOON VAN MENSEN! ZALIG IS DIE MENS, DIE ZICH HEEFT LATEN WASSEN IN DIT BLOED! Velen achten dit Bloed onrein en willen zelf genoegdoening bewerken, maar dat is het BLOED verachten en dan zul je eeuwig in je eigen bloedschuld blijven rondzwemmen, terwijl je verdrinkende bent, maar niet verdrinkt, dus een eeuwig wee. Wee hen, die zichzelf en uit zichzelf God willen dienen, die hebben de dood lief en verwerpen Christus als de Verlosser en zijn dus aan de Gerechtigheid niet onderworpen en missen die ook eeuwig. Alleen bekering, buigen onder aan het kruis van Golgotha, daar lever je je zondepakket in met jezelf, en zó ontvang je de nieuwe schepping in Christus door wedergeboorte, anno 2010!!!!
Hebreeën 1: 1 God, voortijds veelmaal en op velerlei wijze, tot de vaderen gesproken hebbende door de profeten, heeft in deze laatste dagen tot ons gesproken door den Zoon; (dus God spreekt nu uitsluitend door Jezus Christus en dus door degenen, die van Christus zijn) 2 Welken Hij gesteld heeft tot een Erfgenaam van alles, door Welken Hij ook de wereld gemaakt heeft; (De wereld is mede door Christus gemaakt, laat Ons mensen maken) 3 Dewelke, alzo Hij is het Afschijnsel Zijner heerlijkheid, en het uitgedrukte Beeld Zijner zelfstandigheid, en alle dingen draagt door het woord Zijner kracht, nadat Hij de reinigmaking onzer zonden door Zichzelven te weeg gebracht heeft, is gezeten aan de rechter hand der Majesteit in de hoogste hemelen; (Hij regeert vanuit de hemel) 4 Zoveel treffelijker geworden dan de engelen, als Hij uitnemender Naam boven hen geërfd heeft.
5 Want tot wien van de engelen heeft Hij ooit gezegd: Gij zijt Mijn Zoon, heden heb ik U gegenereerd? En wederom: Ik zal Hem tot een Vader zijn, en Hij zal Mij tot een Zoon zijn? (Boven de engelen verheven is Jezus Christus) 6 En als Hij wederom den Eerstgeborene inbrengt in de wereld, zegt Hij: En dat alle engelen Gods Hem aanbidden.
7 En tot de engelen zegt Hij wel: Die Zijn engelen maakt geesten, en Zijn dienaars een vlam des vuurs.
8 Maar tot den Zoon zegt Hij: Uw troon, o God, is in alle eeuwigheid; de schepter Uws koninkrijks is een rechte schepter. God spreekt: God, Mijn God en Hij is Koning van Zijn hemels Koninkrijk) 9 Gij hebt rechtvaardigheid liefgehad, en ongerechtigheid gehaat; daarom heeft U, o God! Uw God gezalfd met olie der vreugde boven Uw medegenoten. (God heeft Zelf Verzoening gebracht door menselijk vlees(lichaam) aan te nemen en de volledige weg van het aardse leven te volbrengen zonder zonde te doen ..) 10 En: Gij, Heere! hebt in den beginne de aarde gegrond, en de hemelen zijn werken Uwer handen; (opnieuw de is God, De Zoon, Medeschepper van de kosmos waaronder de aarde)
11 Dezelve zullen vergaan, maar Gij blijft altijd, en zij zullen alle als een kleed verouden;
12 En als een dekkleed zult Gij ze ineenrollen, en zij zullen veranderd worden; maar Gij zijt Dezelfde, en Uw jaren zullen niet ophouden. (Vergaan en veranderd worden, dus beschreven proclamatie van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, de nieuwe kosmos dus) 13 En tot welken der engelen heeft Hij ooit gezegd: Zit aan Mijn rechter hand, totdat Ik Uw vijanden zal gezet hebben tot een voetbank Uwer voeten?
14 Zijn zij niet allen gedienstige geesten, die tot dienst uitgezonden worden, om dergenen wil, die de zaligheid beërven zullen?
|