Berichten: 119
gebruiker
Verstuur privé bericht
|
Bij deze een korte samnvatting van hoe Gods woord tijdens de verdrukkingen + de jaren van verduisternis (zoals voorspeld in de visioenen in Daniel) bewaard is gebleven, en Constatijn er dus niet voor heeft gezorgd dat er geen één Bijbel bewaard bleef. Omdat het info is die ons allen aangaat, deel ik dit graag met één ieder die hierin geïnteresseerd is. Ik weet dat het veel tekst is, maarja dat is de Bijbel zelf tog ook? 
De vervolgingen in de eerste eeuwen: Toen Jezus het lot van Jeruzalem en de gebeurtenissen in verband met zijn wederkomst aan zijn discipelen meedeelde, voorzegde Hij ook wat de christenen zou overkomen vanaf de tijd dat Hij van hen zou worden weggenomen tot zijn wederkomst met grote macht en heerlijkheid om hen te verlossen. Van de top van de Olijfberg zag Jezus de stormen die kort daarna over de apostolische gemeente zouden losbarsten en toen Hij verder in de toekomst keek, zag Hij de zware, vernietigende orkanen die zijn volgelingen in de eeuwen van duisternis en vervolging zouden treffen. In enkele korte uitspraken met een ontzettende betekenis voorzegde Hij welk lot de machthebbers van deze wereld aan Gods gemeente zouden toebedelen (Matteüs 24:9,21,22). De volgelingen van Christus zouden hetzelfde pad van vernedering, spot en lijden als hun Meester moeten betreden. De vijandschap die was ontbrand tegen de Verlosser der wereld zou ook al zijn volgelingen ten deel vallen
Een tijd van geestelijke duisternis In zijn tweede brief aan de Tessalonicenzen voorzegde de apostel Paulus de grote afval die zou leiden tot de vestiging van het pausdom. Hij zei dat „de dag des Heren" niet zou aanbreken voordat zich bepaalde ingrijpende veranderingen hadden voorgedaan: „Eerst moet de afval komen en de mens der wetteloosheid zich openbaren, de zoon des verderfs, de tegenstander, die zich verheft tegen al wat God of voorwerp van verering heet, zodat hij zich in de tempel Gods zet, om aan zich te laten zien, dat hij een god is". Ook waarschuwde de apostel zijn broeders: „Het geheimenis der wetteloosheid is reeds in werking" (2 Tessalonicenzen 2:3,4,7). Zelfs in die begintijd zag hij dwalingen de gemeente binnensluipen die de weg zouden bereiden voor de ontwikkeling van het pausdom.
Toen begonnen de 1260 jaren van pauselijke onderdrukking, die waren aangekondigd in de profetieën van Daniël en de Openbaring (Daniël 7:25; Openbaring 13:5-7). De christenen werden voor de keus gesteld hun geloof de rug toe te keren en de roomse ceremoniën en eredienst te aanvaarden óf de rest van hun leven door te brengen in kerkers en ter dood gebracht te worden op de pijnbank, de brandstapel of het schavot.
Toen gingen de woorden van Jezus in vervulling: „En gij zult overgeleverd worden zelfs door ouders en broeders en verwanten en vrienden, en zij zullen sommigen van u doden, en gij zult door allen gehaat worden om mijns naams wil" (Lucas 21:16,17). De vervolgingen die over de gelovigen losbarstten waren heviger dan ooit tevoren en de wereld werd één groot slagveld. Eeuwenlang vond de gemeente van Christus een toevlucht in de afzondering en de eenzaamheid. De profeet zegt in dit verband: ,,En de vrouw vluchtte naar de woestijn, waar zij een plaats heeft, door God bereid, opdat zij daar twaalfhonderd en zestig dagen onderhouden zou worden" (Openbaring 12:6).
De toestand van de wereld onder rooms-katholieke heerschappij was een verschrikkelijke en treffende vervulling van de woorden van de profeet Hosea: „Mijn volk gaat te gronde door het gebrek aan kennis. Omdat gij de kennis verworpen hebt, verwerp Ik u (...) daar gij de wet van uw God vergeten hebt, zal ook Ik uw zonen vergeten". „Er (is) geen trouw, geen liefde en geen kennis Gods in het land. Vloeken, liegen, moorden, stelen en echtbreken! Men pleegt geweld, bloedbad volgt op bloedbad" (Hosea 4:6,1,2). Dat waren de gevolgen van het verbieden van Gods Woord.
De waldenzen De geschiedenis van Gods volk tijdens de donkere eeuwen die op de heerschappij van Rome volgden, is in de hemel opgetekend. Er is echter niet veel van terug te vinden in de historische documenten van de mens. Er zijn maar weinig sporen van hun bestaan. Alleen in de beschuldigingen van hun vervolgers kan men enkele aanwijzingen vinden. Rome wilde namelijk elk spoor dat wees op de verwerping van haar leer en van haar bevelen uitwissen. Ze probeerde alles wat ketters was, zowel mensen als geschriften, te vernietigen. Twijfel of vragen over het gezag van de pauselijke dogma's waren al voldoende om rijk en arm, hoog- en laaggeplaatsten van het leven te beroven. Rome probeerde ook elk bewijs van haar wreedheid tegenover andersdenkenden te vernietigen.
De Waldenzen waren één van de eerste volken in Europa die een vertaling van de Heilige Schrift hadden (zie Aanhangsel onder „de Waldenzen en de Bijbel" . Eeuwen vóór de Hervorming hadden ze de Bijbel in manuscript in hun eigen taal. Daar ze de onvervalste waarheid hadden, werden ze het bijzondere doelwit van haat en vervolging. Ze verklaarden dat de kerk van Rome het afvallige Babyion van de Openbaring was en stelden hun leven in de waagschaal door zich tegen haar dwalingen te verzetten. Terwijl enkelen onder druk van langdurige vervolgingen hun geloof verloren en geleidelijk de bijbelse beginselen prijsgaven, hielden anderen vast aan de waarheid.
In de eeuwen van duisternis en afvalligheid waren er Waldenzen die de heerschappij van Rome verwierpen, de beeldendienst als afgoderij bestempelden en de ware sabbat heiligden. In de zwaarste stormen van tegenwerking behielden ze hun geloof. Hoewel ze werden doorstoken door de spies van de Savoyaarden en op de brandstapels van Rome terecht kwamen, stonden ze pal voor Gods Woord en Gods eer. Achter de hoge bergen, de schuilplaats van vervolgden en verdrukten in de loop der eeuwen, vonden de Waldenzen een toevluchtsoord. Hier werd het licht der waarheid tijdens de lange periode van middeleeuwse duisternis brandend gehouden. Duizend jaar lang bewaarden deze getuigen voor de waarheid hier het oude geloof
De vervolgingen waaronder de godvrezende Waldenzen eeuwenlang te lijden hadden, werden verdragen met een geduld en een standvastigheid die hun Verlosser eer aandeden. Ondanks de kruistochten en de onmenselijke slachtingen waaraan ze werden blootgesteld, bleven ze hun zendelingen uitzenden om de kostbare waarheid te verspreiden. Ze werden de dood ingejaagd, maar hun bloed bevochtigde het uitgestrooide zaad en de vruchten bleven niet uit. Zo getuigden de Waldenzen eeuwen voor de komst van Luther voor God. Ze waren over verscheidene landen verstrooid en plantten het zaad van de Hervorming, die begon in de tijd van Wyclif, zich uitbreidde en zich verdiepte in de dagen van Luther en moet worden voortgezet tot het einde der tijden door degenen die bereid zijn alles te lijden „om het woord Gods en het getuigenis van Jezus" (Openbaring l :9
John Wyclif
Vóór de Hervorming waren er soms maar heel weinig exemplaren van de Bijbel. God heeft echter nooit toegelaten dat zijn Woord helemaal verloren ging. Zijn waarheid zou niet voor altijd verborgen blijven.
Wyclif is één van de grootste hervormers. Weinigen die na hem kwamen hadden zo'n brede kijk en zo'n heldere geest. Weinigen waren zo vastberaden en moedig bij het verdedigen van de waarheid.
Deze eerste hervormer was integer, onvermoeibaar in zijn studie en zijn werk. Hij was door en door eerlijk, betrouwbaar en toegewijd bij zijn pastoraal werk. Hij had deze eigenschappen ondanks de geestelijke duisternis en het zedenverval van de tijd waarin hij leefde.
Het karakter van Wyclif getuigt van de opvoedende waarde van de Schrift. Hij was door de Bijbel gevormd. De inspanning om de grote geopenbaarde waarheden te begrijpen, schenkt frisheid en kracht aan alle vermogens. Het geeft een bredere kijk op de dingen, scherpt het waarnemingsvermogen en vormt de kritische zin.
Het onderzoek van de Bijbel zal meer dan elke andere studie iedere gedachte, elk gevoel en elk streven veredelen. Het zet aan tot volharding, geduld, moed en vastberadenheid. Het verfijnt het karakter en heiligt de ziel. Een ernstig en eerbiedig onderzoek van de Schrift brengt de geest van de onderzoeker in verbinding met de oneindige Geest. Het vormt mensen met een scherpere en creatievere geest en met hogere beginselen. Het zal betere resultaten opleveren dan de beste opleiding waar menselijke inzichten aan ten grondslag lagen. De dichter van de Psalmen zegt: „Het openen van uw woorden verspreidt licht, het geeft de onverstandigen inzicht" (Psalm 119:130
Hierna komt het verhaal van:Johannes Hus en Hiëronymus van Praag, en Luther.
Omdat ik bang ben dat dit al te veel is, stop ik bij deze. Wie oprecht geïnteresseerd is kan het me laten weten, dan kan ik je de volle waarheid ovr deze geschiedenis geven. Is het niet geweldig hoe God dit allemaal heeft laten lopen? Praise him! [/b}
Liefs Nina
Dit bericht is gewijzigd op 03-08 14:04.
|