justsoufiane Geplaatst op 31-07-2008, 13:43 Reageer
Berichten: 10
gebruiker
Verstuur privé bericht

PROFEET MOHAMMED (SAWS) IN DE BIJBEL, DOOR DR. ZAKIR NAIK

De Profeet Mohammed (saws) in het Oude Testament:

De Qoer'aan zegt in Soerah Al-Araf, 7: 157)

"Hun, die de boodschapper, de ongeletterde profeet volgen, die zij in de Torah en het Evangelie beschreven vinden, ."

1.     MOHAMMED (SAWS) VOORSPELD IN HET BOEK VAN DEUTERONOMIUM:

God, de Almachtige spreekt tot Moesa (as) in het boek van Deuteronomium, hoofdstuk 18, vers 18:

"Een Profeet zal Ik hun verwekken uit het midden hunner broederen, als u; en Ik zal Mijn woorden in Zijn mond geven, en Hij zal tot hen spreken alles, wat Ik Hem gebieden zal"

De Christenen zeggen dat deze voorspelling refereert aan Jezus (as), want Jezus (as) was zoals Mozes (as). Mozes (as) was een Jood, net zoals Jezus (as) een Jood was. Mozes (as) was een Profeet, net zoals Jezus (as) een Profeet was.

Als dit de enige twee criteria zijn waar volgens deze voorspelling aan zou moeten worden voldaan, dan zouden alle profeten na Mozes (as), zoals Salomon, Isaiah, Ezekiel, Daniel, Hosea, Joel, Malachi, Johannes de Baptist etc., aan deze voorspelling voldoen, want ze waren allemaal zowel Joden als Profeten.

Echter, is het de Profeet Mohammed (saws) die is zoals Mozes (Moesa) (as):

i.      Beiden hadden een vader en een moeder, terwijl Jezus (as) op een wonderbaarlijke wijze was geboren zonder mannelijke tussenkomst.

"De geboorte van Jezus Christus was nu aldus; want als Maria, Zijn moeder, met Jozef ondertrouwd was, eer zij samengekomen waren, werd zij zwanger bevonden uit den Heiligen Geest." (Bijbel Matheus 1:18)

"En de engel, antwoordende, zeide tot haar: De Heilige Geest zal over u komen, en de kracht des Allerhoogsten zal u overschaduwen; daarom ook, dat Heilige, Dat uit u geboren zal worden, zal Gods Zoon genaamd worden". (Bijbel, Lukas 1:35)

"42. Toen zeiden de engelen: "O, Maria, Allah heeft u uitverkoren en u gereinigd en u boven de vrouwen aller volkeren uitverkoren." 43. "O, Maria, wees uw Heer gehoorzaam en werp u neder en aanbid met degenen, die aanbidden." 44. Dit is een van de tijdingen van het ongeziene, die wij u openbaren. En gij waart niet bij hen toen zij lootten (om te zien), wie hunner de voogd van Maria zou zijn, noch waart gij bij hen, toen zij met elkander redetwistten. 45. Toen de engelen zeiden: "O, Maria, waarlijk, Allah geeft u blijde tijding door Zijn woord: Zijn naam zal zijn: de Messias, Jezus, zoon van Maria, geerd in deze wereld en in de volgende en hij zal tot hen behoren die in Gods nabijheid zijn. 46. En hij zal tot het volk spreken in de wieg en op middelbare leeftijd en hij zal n der rechtvaardigen zijn." 47. Zij zeide: "Heer, hoe zal ik een zoon hebben, daar geen man mij heeft benaderd?" Hij zeide: "Zo schept Allah, wat Hij wil. Wanneer Hij iets beslist, zegt Hij daartoe slechts: "Wees" en het wordt."

(Qoer'aan Ali 'Imraan 3:42-47)

ii.      Beiden waren getrouwd en hadden kinderen. Jezus (as), was volgens de Bijbel niet getrouwd en had ook geen kinderen.

iii.      Beiden stierven een natuurlijke dood. Jezus (as) is, volgens de Bijbel, opgestaan uit de dood.

"157. En om hun zeggen: "Wij hebben de Messias, Jezus, zoon van Maria, de boodschapper van Allah gedood", - maar zij doodden hem niet, noch kruisigden zij hem (ten dode), - doch het werd hun verward, en zij, die hierover van mening verschilden zijn zeker in twijfel, zij hebben er geen kennis van doch volgen slechts een vermoeden en zij doodden hem gewis niet, 158. Integendeel, Allah verhief hem tot Zich en Allah is Almachtig, Alwijs." (Qoer'aan An-Nisa 4:157-158)

"Een Profeet zal Ik hun verwekken uit het midden hunner broederen, als u; en Ik zal Mijn woorden in Zijn mond geven, en Hij zal tot hen spreken alles, wat Ik Hem gebieden zal." (Bijbel, Deuteronomium 18:18)

Mohammed (saws) komt uit het midden van de broeders van Moesa (as). De Arabieren zijn de broeders van de Joden. Ibraham (as) had twee zonen: Ismal en Isaac (as). De Arabieren zijn nakomelingen van Ismal (as) en de Joden zijn het nageslacht van Isaac (as).

Woorden in de mond:

De Profeet Mohammed (saws) was ongeletterd (analfabeet) en elke openbaring die hij ontving van God, Verheven is Hij, herhaalde hij mondeling.

iv) Beide, naast dat ze Profeten waren, waren ook koningen, met andere woorden, het opleggen van straffen. Jezus (as) zei:" Mijn koninkrijk is niet van deze wereld." (Bijbel, Johannes 18:36)

v) Beiden waren geaccepteerd als Profeet, door de mensen tijdens hun leven, maar Jezus (as) werd afgewezen door zijn volk. Johannes, hoofdstuk 1, vers 11 zegt:" Hij is gekomen tot het Zijne, en de Zijnen hebben Hem niet aangenomen."

vi) Beiden brachten nieuwe wetten en regels voor hun volk. Jezus (as) bracht, volgens de Bijbel, geen nieuwe wetten.

"Meent niet, dat Ik gekomen ben, om de wet of de profeten te ontbinden; Ik ben niet gekomen, om die te ontbinden, maar te vervullen.

Meent niet, dat Ik gekomen ben, om de wet of de profeten te ontbinden; Ik ben niet gekomen, om die te ontbinden, maar te vervullen." (Bijbel Matheus 5:17-18)

2.      Het wordt genoemd in het boek van Deuteronomium, hoofdstuk 18:19

"En het zal geschieden, de man, die niet zal horen naar Mijn woorden, die Hij in Mijn Naam zal spreken, van dien zal Ik het zoeken."

3.     Mohammed (saws) is voorspeld in het boek van Jesaja:

Het wordt genoemd in het boek van Jesaja, hoofdstuk 29, vers 12:

"Of men geeft het boek aan een, die niet lezen kan, zeggende: Lees toch dit; en hij zegt: Ik kan niet lezen"

Toen de aardsengel Jibriel (as), Mohammed (saws) beval, door te zeggen Iqra- "Lees", waarop hij antwoordde: "Ik kan niet lezen".

4.     De Profeet Mohammed (saws) is in het Oude Testament genoemd bij naam:

De Profeet Mohammed (saws) wordt genoemd bij naam, in Hooglied 5, vers 16:

"Hikko Mamittakim we kullo Muhammadim Zehdoodeh wa Zehraee Bayna Jerusalem."

"Zijn gehemelte is enkel zoetigheid, en al wat aan Hem is, is gans begeerlijk. Zulk een is mijn Liefste; ja, zulk een is mijn Vriend, gij dochters van Jeruzalem!"

In de Hebreeuwse taal wordt 'im' toegevoegd uit respect. Op dezelfde manier is 'im' toegevoegd achter de naam van de Profeet Mohammed (saws), zo wordt het Muhammadim. In de Nederlandse vertaling hebben ze zelfs de naam van de Profeet Mohammed (saws) vertaald, als mijn Liefste, maar in het Hebreeuwse Oude Testament, is de naam van de naam van de Profeet Mohammed (saws) nog steeds aanwezig.

De Profeet Mohammed (saws) in het Nieuwe Testament:

Qoer'aan Surah As-Saff 61:6. "En toen Jezus, zoon van Maria, zeide: "O kinderen van Isral, Ik ben Allah's boodschapper voor u, datgene bevestigend wat vóór mij in de Torah was, en een blijde tijding gevende van een boodschapper die na mij komen zal, zijn naam zal Ahmad zijn." En als hij tot hen komen zal met duidelijke bewijzen zullen zij zeggen: "Dit is louter bedrog."

1.     Johannes, hoofdstuk 14, vers 16:

"En Ik zal den Vader bidden, en Hij zal u een anderen Trooster geven, opdat Hij bij u blijve in der eeuwigheid;"

2.     Johannes, hoofdstuk 15, vers 26:

"Maar wanneer de Trooster zal gekomen zijn, Dien Ik u zenden zal van den Vader, namelijk de Geest der waarheid, Die van den Vader uitgaat, Die zal van Mij getuigen."

3.     Johannes, hoofdstuk 16, vers 7:

"Doch Ik zeg u de waarheid: Het is u nut, dat Ik wegga; want indien Ik niet wegga, zo zal de Trooster tot u niet komen; maar indien Ik heenga, zo zal Ik Hem tot u zenden."

"Ahmed" of "Mohammed" wat "de prijzenswaardige" of "degene die prijst" betekent, is bijna de vertaling van het Griekse woord Periclytos. In Johannes 14:16, 15:26 en 16:7. Het woord 'Trooster' wordt gebruikt in de Nederlandse vertaling voor het Griekse woord Paracletos, wat advocaat of aardige vriend betekend in plaats van een trooster. Paracletos is een scheve interpretatie van Periclytos. Jezus (as) heeft Ahmed voorspeld met toenaam. Zelfs het griekse woord Paraclete verwijst naar de Profeet (saws), die een zegen is voor alle schepsels.

Sommige christenen zeggen dat de Trooster die wordt genoemd in deze voorspellingen wijst naar de Heilige Geest. Ze vergeten te realiseren dat de voorspelling duidelijk zegt, dat, alleen als Jezus (as) weggaat, de Trooster zal komen. In de Bijbel staat dat de Heilige Geest al aanwezig was op de aarde voor de geboorte van Jezus (as) en gedurende het leven van Jezus (as), bijvoorbeeld toen Jezus (as) werd gedoopt, etc. Dus deze voorspelling duidt op niemand anders dan de Profeet Mohammed (saws).

4.     Johannes, hoofdstuk 16, vers 12-14:


"Nog vele dingen heb Ik u te zeggen, doch gij kunt die nu niet dragen.

Maar wanneer Die zal gekomen zijn, namelijk de Geest der waarheid, Hij zal u in al de waarheid leiden; want Hij zal van Zichzelven niet spreken, maar zo wat Hij zal gehoord hebben, zal Hij spreken, en de toekomende dingen zal Hij u verkondigen.

Die zal Mij verheerlijken; want Hij zal het uit het Mijne nemen, en zal het u verkondigen"

De Geest van de Waarheid, wanneer we spreken over deze voorspelling, die refereert aan niemand anders dan de Profeet Mohammed (saws)

Opmerking: Alle citaten uit de Bijbel zijn genomen


meld dit bericht aan een moderator

 
Vincent Geplaatst op 01-08-2008, 20:24 Reageer
Berichten: 269
gebruiker
Verstuur privé bericht

http://www.bijbelonline.nl/forum/vie...-jezus-vrede-zij-met-hem-over-sprak

Zelfde strekking.


meld dit bericht aan een moderator

 
Sezgin Geplaatst op 22-09-2008, 21:28 Reageer
Berichten: 44
gebruiker
Verstuur privé bericht

Wat een lef zeg om het afvallige polytheïstische Christendom te linken aan de boodschap van profeten.

* God belooft het Arabische volk uit het zaad van Abraham; Genesis 17:20, Genesis, 21:13, Genesis 21:18
* Profeet zoals Mozes; Deuteronomium 18:18
* Zal niet uit Israël, uit het zaad van Jakob, komen; Deuteronomium 34:10, Psalmen 118:22, Jesaja 8:17, Mattheüs 21:43
* Zal vanuit een ander taal spreken; Jesaja 28:10-13
* Zal uit het woestijn van Arabië komen; Deuteronomium 33:2, Jesaja 42:11, Habakuk 3:3
* Zal Gods Geliefde en de Grootste Profeet zijn; Psalmen 118:22, Hooglied 5:8-9, Jesaja 42:1
* Zal ongeletterd zijn; Jesaja 29:12
* God zal Zijn Woorden en Geboden in zijn mond geven; Deuteronomium 18:18, Johannes 16:13
* Zal met een Wet komen; Deuteronomium 33:2, Jesaja 8:16, Jesaja 51:4
* Zal op een bescheiden manier zijn boodschap verkondigen; Jesaja 42:2-3
* Zal Gods Bescherming en Steun krijgen; Jesaja 42:4, Jesaja 42:6
* Zal in de Naam van God spreken en zal niet gedood worden; Deuteronomium 13:1-5, Deuteronomium 18:19-20, Psalmen 118:26, Mattheüs 23:39
* Zal na de Messias komen; Johannes 1:20-21, Johannes 14:16, Johannes 16:7
* Zal de laatste boodschapper Gods zijn; Psalmen 118:22, Jesaja 8:16, Jesaja 9:5, Jesaja 42:16, Haggai 2:10, Johannes 1:20-21, Johannes 14:16, Johannes 16:13
* Zal komen met een boodschap voor de gehele mensheid; Jesaja 42:4, Jesaja 42:6, Jesaja 51:5, Jesaja 56:6-7, Johannes 16:8
* Zijn komst zal Gods Verbond met de mensheid worden; Jesaja 42:6
* Zijn boodschap zal vrede en rechtvaardigheid zijn; Psalmen 72:3, Psalmen 72:7, Jesaja 9:6, Jesaja 42:1-3, Haggai 2:10, Johannes 16:8
* Zal Gods Lof en Eer niet laten geven aan de heidense afgodsbeelden; Jesaja 42:8
* Zal een krijgsman zijn; Jesaja 42:13, Hooglied 5:10
* Zal een Sterke en een Machtige vertegenwoordiger van God zijn; Jesaja 9:5, Habakuk 3:4
* Zal oorlog voeren tegen de heidenen en de zwakken verlossen; Haggai 2:8, Habakuk 3:6-7, Jesaja 9:4, Jesaja 21:15, Jesaja 42:13-15, Psalmen 72:4, Psalmen 72:12-14
* Zal zijn vijanden overwinnen; Psalmen 72:9, Habakuk 3:6, Jesaja 8:15, Jesaja 42:13, Jesaja 42:17, Mattheüs 21:44
* Zal de heidenen verlossen van ongeloof en polytheïsme; Jesaja 42:1, Jesaja 42:7
* Zal met tienduizenden volgelingen komen; Deuteronomium 33:2, Hooglied 5:10
* Zijn vijanden zullen hem vrezen; Psalmen 72:5
* Zal aan de heidenen Gods Woord en een nieuwe beschaving brengen; Jesaja 9:1, Jesaja 42:7, Jesaja 42:16, Jesaja 43:18-19
* Zal er voor zorgen dat de heidenen enkel God eren; Jesaja 42:12
* Heidenen zullen zich uiteindelijk schamen omdat zij afgodsbeelden aanbaden; Jesaja 42:17
* Zal de Arabieren verzamelen bij het heilige Huis van God; Jesaja 60:7, Haggai 2:8, Zefanja 3:8-9
* Zal koning worden; Psalmen 72:11, Jesaja 9:5, Jesaja 62:3, Daniël 2:44, Mattheüs 21:43
* Koningen zullen hem respecteren en heidenen zullen onder zijn bewind vallen; Psalmen 72:11, Jesaja 60:3, Jesaja 60:5
* Zal van koningen geschenken ontvangen; Psalmen 72:10
* Zal de Israëlieten veroordelen voor hun zonden; Jesaja 58:1, Mattheüs 23:37, Johannes 16:9
* God zal Zijn volgelingen met een nieuwe naam benoemen; Jesaja 62:2
* Zal over de toekomst profeteren; Johannes 16:13
* Met zijn komst zal Jeruzalem Gods heerlijkheid verliezen; Jesaja 8:14, Mattheüs 23:37-38, Johannes 4:21-22
* Na zijn komst zal Palestina niet meer onder Joods bestuur vallen; Hooglied 1:6, Jesaja 9:6, Mattheüs 21:40-41
* Zijn komst zal uiteindelijk leiden tot de val van het Aziatische deel van het Oost Romeinse Rijk; Daniël 2:34-35
* Egypte en Syrië zullen zich tot zijn boodschap bekeren; Jesaja 19:21-25
* Zijn boodschap zal in de ganse wereld verspreid worden; Daniël 2:35
* Zijn naam zal door zijn volgelingen worden geëerd; Psalmen 72:17
* Zijn naam zal van kind tot kind gegeven worden; Psalmen 72:17
* God zal zijn volgelingen niet verlaten; Jesaja 42:16, Johannes 14:16

Dit bericht is gewijzigd op 22-09 21:39.


meld dit bericht aan een moderator

 
Mercurial75 Geplaatst op 07-06-2009, 19:15 Reageer
Berichten: 60
gebruiker
Verstuur privé bericht

1.     MOHAMMED (SAWS) VOORSPELD IN HET BOEK VAN DEUTERONOMIUM:

God, de Almachtige spreekt tot Moesa (as) in het boek van Deuteronomium, hoofdstuk 18, vers 18:

"Een Profeet zal Ik hun verwekken uit het midden hunner broederen, als u; en Ik zal Mijn woorden in Zijn mond geven, en Hij zal tot hen spreken alles, wat Ik Hem gebieden zal"

De Christenen zeggen dat deze voorspelling refereert aan Jezus (as), want Jezus (as) was zoals Mozes (as). Mozes (as) was een Jood, net zoals Jezus (as) een Jood was. Mozes (as) was een Profeet, net zoals Jezus (as) een Profeet was.

Als dit de enige twee criteria zijn waar volgens deze voorspelling aan zou moeten worden voldaan, dan zouden alle profeten na Mozes (as), zoals Salomon, Isaiah, Ezekiel, Daniel, Hosea, Joel, Malachi, Johannes de Baptist etc., aan deze voorspelling voldoen, want ze waren allemaal zowel Joden als Profeten.

Even in het kort twee andere redenen die laten zien dat Mozes niet over Mohammed sprak:

I. Jezus discipelen n.l. Filippus (Johannes 1:45-46) en Petrus (Handelingen 3:17-27) en een van de latere volgelingen Stefanus (Handelingen 7:37) konden onderscheiden en precies aangeven dat het Jezus was waar Mozes over gesproken had.

Als wij de uitspraken vanuit de historische boeken van het Nieuwe Testament (de Evangeliën en het boek Handelingen) en de Koran naast elkaar leggen geven de woorden van Jezus en zijn discipelen duidelijk richting. Alle drie wijzen naar Mozes en twee van hen, de apostel Petrus en Stefanus, citeren zelfs de tekst dat door islamitische geleerden veel later is ‘ontdekt’ n.l. Deuteronomium 18:18!

Nogmaals zijn de Evangeliën en het boek Handelingen, de historische boeken van het Nieuwe Testament. Zij brengen een verslag uit van wat er gedaan en gezegd werd en door wie.

Jezus beschikt over 3 tijdsgenoten die Hem direct in verband kunnen brengen met Mozes.

Conclusie:
Een direct verband tussen Jezus en Mozes wordt in totaal driemaal gelegd! En dit honderden jaren voor de geboorte van Mohammed.

II. Mohammed stamt niet af van een van de 12 stammen van Israël en kan niet als ‘een van de broeders’ worden beschouwd.

De 12 stammen van Israël heetten als volgt: Ruben, Simeon, Levi, Juda, Zebulon, Issachar, Dan, Gad, Aser, Naftali, Jozef en Benjamin.

Mohammed was geen Israëliet, maar een Ismaëliet, een buitenlander, een vreemdeling. En Mozes, sprak in het voorgaande hoofdstuk Deuteronomium 17:14-15 de volgende profetie uit aangaande buitenlanders: “Wanneer gij gekomen zijt in het land dat de HERE, uw God, u geven zal, dit in bezit genomen hebt en daarin woont, en gij dan zoudt zeggen: Ik wil een koning over mij aanstellen, zoals alle volken rondom mij hebben, 15 dan zult gij over u de koning aanstellen, die de HERE, uw God, verkiezen zal; uit het midden van uw broeders zult gij een koning over u aanstellen; geen buitenlander, die uw broeder niet is, zult gij over u mogen aanstellen.” (NBG51)

De God van de Bijbel had de Israëlieten als volk bevolen onder géén beding een leider van buitenlandse afkomst over zich aan te stellen. Mohammed wordt dus enigszins met een etnisch probleem geconfronteerd.

De vervulling van deze profetie wordt vervuld in 1 Samuël 9 & 10 waar Israëls eerste koning genaamd Saul, uit het midden van de broeders kwam, n.l. van de stam van Benjamin. Zo kan een ieder die het maar lezen wil zien hoe God op zeer praktische wijze bevestigd dat Hij met de zinsnede ‘uit het midden uw broeders’ het volk van Israël bedoelde.

Wat men ook niet over het hoofd moet zien is dat Mozes deel uitmaakte van Gods belofte aan Abraham n.l. dat Hij zijn nakomelingen zou bevrijden na 400 jaar van gevangenschap in Egypte (Genesis 15:13-14).

Op de aangewezen tijd richtte God Mozes inderdaad op om Zijn volk Israël uit Egypte te bevrijden (Exodus 3: -10 & Handelingen 7:17-36). En laten wij niet vergeten dat Mozes (uit de stam van Levi) ook een Israëliet was (net als Saul).

Om nu even samen te vatten: Mohammed stamt niet af van een van de 12 Israëlische stammen. En een eerdere profetie van Mozes in Deuteronomium 17:14-15 over de eerste koning van de Israëlieten waarin hij ook de woorden ‘uit het midden van uw broeders’ gebruikte, werd vervuld onder het volk van Israël door een van de nakomelingen van de 12 stammen nl. Saul. En Mozes (die zelf afkomstig is uit een van de 12 stammen) maakt zelf ook deel uit van de vervulling van een belofte van God aan Abraham.

Conclusie:
Het verband dat tussen de 12 stammen van Israël en de uitlating ‘uit het midden van uw broeders’ kan worden gelegd, wordt steeds duidelijker en steeds sterker. Waarom zou God, opeens een andere bedoeling hebben met ‘uit het midden van uw broeders’ in de profetie van Deuteronomium 18:15 & 18?

Zouden wij geen constantheid van God mogen verwachten i.v.m. Zijn profetieën (en de vervulling daarvan)?

De vervulling van de voorgaande profetieën in Genesis 15:13-14 (in de persoon van Mozes) en Deuteronomium 17:14-15 (in de persoon van koning Saul), sluiten de mogelijkheid dat de God van de Bijbel een leider (profeet of koning) op zou richten die uit het midden van de broeders zou komen en (die) ook nog van buiten Israël afkomstig zou zijn volledig uit.

Dit bericht is gewijzigd op 09-06 11:18.


meld dit bericht aan een moderator

 
Mercurial75 Geplaatst op 07-06-2009, 19:18 Reageer
Berichten: 60
gebruiker
Verstuur privé bericht

Echter, is het de Profeet Mohammed (saws) die is zoals Mozes (Moesa) (as):

i.      Beiden hadden een vader en een moeder, terwijl Jezus (as) op een wonderbaarlijke wijze was geboren zonder mannelijke tussenkomst.

"De geboorte van Jezus Christus was nu aldus; want als Maria, Zijn moeder, met Jozef ondertrouwd was, eer zij samengekomen waren, werd zij zwanger bevonden uit den Heiligen Geest." (Bijbel Matheus 1:18)

"En de engel, antwoordende, zeide tot haar: De Heilige Geest zal over u komen, en de kracht des Allerhoogsten zal u overschaduwen; daarom ook, dat Heilige, Dat uit u geboren zal worden, zal Gods Zoon genaamd worden". (Bijbel, Lukas 1:35)

"42. Toen zeiden de engelen: "O, Maria, Allah heeft u uitverkoren en u gereinigd en u boven de vrouwen aller volkeren uitverkoren." 43. "O, Maria, wees uw Heer gehoorzaam en werp u neder en aanbid met degenen, die aanbidden." 44. Dit is een van de tijdingen van het ongeziene, die wij u openbaren. En gij waart niet bij hen toen zij lootten (om te zien), wie hunner de voogd van Maria zou zijn, noch waart gij bij hen, toen zij met elkander redetwistten. 45. Toen de engelen zeiden: "O, Maria, waarlijk, Allah geeft u blijde tijding door Zijn woord: Zijn naam zal zijn: de Messias, Jezus, zoon van Maria, geerd in deze wereld en in de volgende en hij zal tot hen behoren die in Gods nabijheid zijn. 46. En hij zal tot het volk spreken in de wieg en op middelbare leeftijd en hij zal n der rechtvaardigen zijn." 47. Zij zeide: "Heer, hoe zal ik een zoon hebben, daar geen man mij heeft benaderd?" Hij zeide: "Zo schept Allah, wat Hij wil. Wanneer Hij iets beslist, zegt Hij daartoe slechts: "Wees" en het wordt."

(Qoer'aan Ali 'Imraan 3:42-47)

De profeet Jesaja profeteerde het volgende in hoofdstuk 9:5 “Een kind is ons geboren, een zoon is ons gegeven…” (NBV)

Wat ons opvalt, is dat hij niet zegt dat ook de zoon ons geboren is, net als bij het kind.

De zoon is ons gegeven. En dit roept automatisch vragen op over de oorsprong en het bestaan van de zoon in kwestie. Meerdere vrouwen in de Bijbel hebben gezegd dat God hun een zoon heeft gegeven (Eva, Lea, Rachel en Hanna); maar allen werden toch door een natuurlijke of ‘aardse’ vader verwekt.

Dit is echter niet het geval bij Jezus.

“Waar komt deze ‘zoon zonder vader’ (volgens dhr. Deedat) dan vandaan?” is dan de vraag.

De Bijbel geeft hier duidelijk antwoord op (Johannes 3:16; 8:23 & Hebreeën 1:1-12) terwijl de Koran zich in stilzwijgen hult.

Johannes de Doper die wij later in dit stuk weer tegen zullen komen, getuigt als volgt over Jezus in Johannes 1:15 “Johannes heeft van Hem getuigd en heeft geroepen, zeggende: Deze was het, van wie ik zeide: Die na mij komt, is vóór mij geweest, want Hij was eer dan ik.” (NBG51)

Hoe kon Jezus er voor Johannes zijn en toch na hem komen? Alleen een eeuwige God die niet gehinderd wordt door de beperkingen van de tijd zou zoiets kunnen!

Conclusie:
Het wel of niet hebben van een aardse vader is geen geldige reden om Jezus uit te sluiten gezien het feit dat de Koran verzuimd heeft de vraag aangaande de (ware) oorsprong van Jezus te beantwoorden en laat ons een ‘zoon zonder vader’ zien.



Dit bericht is gewijzigd op 09-06 11:18.


meld dit bericht aan een moderator

 
Mercurial75 Geplaatst op 07-06-2009, 19:20 Reageer
Berichten: 60
gebruiker
Verstuur privé bericht

ii.      Beiden waren getrouwd en hadden kinderen. Jezus (as), was volgens de Bijbel niet getrouwd en had ook geen kinderen.

Dit is een zeer interessant punt gezien het feit dat Mohammed méér vrouwen erop nahield dan Mozes.

Maar trouwen en kinderen krijgen zijn niet de voorwaarden om de titel van profeet te mogen hebben; net als vrijgezel zijn dat ook niet is.

Een vergelijking uit de Koran zelf tussen Mozes en Mohammed (Soera 28:48) laat ons zien dat men van Mozes wist dat hij wonderen deed, maar bij Mohammed was dit een vraagteken. Mozes was getrouwd én deed ook wonderen (Deuteronomium 34:10-11), Jezus was niet getrouwd maar deed alsnog wonderen (Johannes 21:25), zelfs grotere dan die van Mozes.

Als het getrouwd zijn een van de criteria zou zijn (geweest), waarom heeft Mohammed dan geen wonderen gedaan zoals Mozes die wél deed als getrouwde man?

En verder voor wat het niet getrouwd zijn betreft zegt Jezus iets opmerkelijks over Johannes de Doper (Matteüs 11:2-14 & Lucas 7:18-28). Hij zegt n.l. in vers 9 (van Matteüs 11) en vers 26 (van Lucas 7) dat Johannes de Doper “meer dan een profeet” is. Hij ging zelfs verder door te zeggen: “Ik verzeker jullie: er is onder allen die uit een vrouw geboren zijn nooit iemand opgetreden die groter was dan Johannes de Doper, maar de kleinste in het Koninkrijk Gods is groter dan hij.” (NBV)

Conclusie:
Uit deze woorden van Jezus over zijn neef Johannes die ook niet getrouwd was kunnen wij dan opmaken dat het argument van het huwelijk helemaal niets zegt over het profeetschap. Getrouwd zijn en kinderen krijgen zijn verder ook geen criteria voor profeetschap. En op gronden daarvan kan men Jezus niet uitsluiten als de profeet in Deuteronomium 18:18.


meld dit bericht aan een moderator

 
Mercurial75 Geplaatst op 07-06-2009, 19:21 Reageer
Berichten: 60
gebruiker
Verstuur privé bericht

iii.      Beiden stierven een natuurlijke dood. Jezus (as) is, volgens de Bijbel, opgestaan uit de dood.

De Ahadith zeggen niet dat de dood van Mohammed natuurlijk was. In Sahieh Boechari Deel 5, Boek 59, Nummer 713 & Deel 4, Boek 53, Nummer 394 lezen wij dat hij vergiftigd werd. En als resultaat daarvan is hij dood gegaan. Hoewel zijn dood niet zo gewelddadig aan toe is gegaan als de dood van Jezus, neemt dat niet weg dat het alles behalve een ‘natuurlijke dood’ te beschouwen is.


meld dit bericht aan een moderator

 
Mercurial75 Geplaatst op 07-06-2009, 19:22 Reageer
Berichten: 60
gebruiker
Verstuur privé bericht

"157. En om hun zeggen: "Wij hebben de Messias, Jezus, zoon van Maria, de boodschapper van Allah gedood", - maar zij doodden hem niet, noch kruisigden zij hem (ten dode), - doch het werd hun verward, en zij, die hierover van mening verschilden zijn zeker in twijfel, zij hebben er geen kennis van doch volgen slechts een vermoeden en zij doodden hem gewis niet, 158. Integendeel, Allah verhief hem tot Zich en Allah is Almachtig, Alwijs." (Qoer'aan An-Nisa 4:157-158)

Maar als het niet Jezus was die aan het kruis hing, wie was het dan wél en wanneer zou deze ‘vervanging’ plaats hebben gevonden?
En welke historisch bewijs is er om dit te ondersteunen?


meld dit bericht aan een moderator

 
Mercurial75 Geplaatst op 07-06-2009, 19:24 Reageer
Berichten: 60
gebruiker
Verstuur privé bericht

v) Beiden waren geaccepteerd als Profeet, door de mensen tijdens hun leven, maar Jezus (as) werd afgewezen door zijn volk. Johannes, hoofdstuk 1, vers 11 zegt:" Hij is gekomen tot het Zijne, en de Zijnen hebben Hem niet aangenomen."

In de Evangeliën wordt er 16 keer gesproken over Jezus als profeet (van de God van de Bijbel).

Vaak was de vraag op WELKE profeet Hij het meest leek, niet of Hij wél of níet een profeet was.

Matteüs 16:13-14 zegt ons als volgt: “Toen Jezus in het gebied van Caesarea Filippi kwam, vroeg hij zijn leerlingen: ‘Wie zeggen de mensen dat de Mensenzoon is?’ 14 Ze antwoordden: ‘Sommigen zeggen Johannes de Doper, anderen Elia, weer anderen Jeremia of een van de andere profeten.’ ” (NBV)

Hoewel er weldegelijk mensen waren die aanstoot aan Hem namen (Matteüs 13:53-57 & Lucas 4:22-24) en er enig verdeeldheid was onder Zijn tegenstanders (Johannes 7:45-52) is Zijn erkenning als profeet onder het volk overduidelijk (Matteüs 14:5, 21:11 & 46; Marcus 6:15; Johannes 4:19, 6:14, 7:40 & 9:17). En bovenstaande vers (Johannes 1:11) heeft niets daarmee te maken.

Verder komt er op dit punt een fout in beredenering aan het licht dat uit de wereld moet worden geholpen. Er is hier sprake van (de fout van) dubbelzinnigheid. De lezer zou de indruk kunnen krijgen dat men in het christendom en de Islam hetzelfde omschrijving hanteert aangaande profeetschap vanwege de vergelijking dat wordt gemaakt tussen Mozes en Mohammed. Wie kan als een profeet worden beschouwd en hoe kan men echte en valse profeten van elkaar onderscheiden? De Bijbel spreekt in verschillende gedeeltes over valse profeten en hoe men deze kan herkennen (o.a. Deuteronomium 13, 18:20-22, Jeremia 5:31, 14:14, 23:9-40 & 28, Ezechiël 13, Matteüs 24:11, 1 Korintiërs 14:29, 2 Timoteüs 4:3, 2 Petrus 2:1, Openbaring 2:20, 16:13). Welke criteria hanteert de Koran op dit gebied?


Dit bericht is gewijzigd op 09-06 11:17.


meld dit bericht aan een moderator

 
Mercurial75 Geplaatst op 07-06-2009, 19:27 Reageer
Berichten: 60
gebruiker
Verstuur privé bericht

vi) Beiden brachten nieuwe wetten en regels voor hun volk. Jezus (as) bracht, volgens de Bijbel, geen nieuwe wetten.

"Meent niet, dat Ik gekomen ben, om de wet of de profeten te ontbinden; Ik ben niet gekomen, om die te ontbinden, maar te vervullen.

Meent niet, dat Ik gekomen ben, om de wet of de profeten te ontbinden; Ik ben niet gekomen, om die te ontbinden, maar te vervullen." (Bijbel Matheus 5:17-18)

“Hoezo ‘nieuwe’ wetten?”
Dat de mensen geen goddelijke wetten hadden voor de komst van Mozes is een misvatting. God gaf ook wetten aan Adam (Genesis 1:28a, 28b, 28c, 29, 2:15, 16), Noach (Genesis 9:1-5) en Abraham (Genesis 17:1, 10 & 18:10); die allemaal voor Mozes kwamen. Het verschil tussen Mozes en de mannen die voor hem kwamen is dat hij een geschreven wet ontving van God en zij niet. De term ‘nieuw’ is dus niet correct.

Geen enkele profeet na Mozes is met nieuwe wetten gekomen. Het boek Psalmen bijvoorbeeld, is een boek van liederen en hoort dan ook tot de poëtische boeken van de Bijbel. Alle profeten na Mozes verwezen naar de bestaande wetten en de komst van de Messias. Wat wij wél zien bij de profeten na Mozes is dat de wet een steeds compacter vorm aannam, van 613 bij Mozes, werden deze samengevat tot 8 door Jesaja, tot 3 bij Micha en uiteindelijk 2 bij Jezus. De essentie van de wet werd steeds duidelijker door de eeuwen heen totdat de perfecte essentie in Christus werd geopenbaard.


meld dit bericht aan een moderator

 
Mercurial75 Geplaatst op 07-06-2009, 19:29 Reageer
Berichten: 60
gebruiker
Verstuur privé bericht

Beide, naast dat ze Profeten waren, waren ook koningen, met andere woorden, het opleggen van straffen. Jezus (as) zei:" Mijn koninkrijk is niet van deze wereld." (Bijbel, Johannes 18:36)

Zowel het ambt van koning als die van profeet zijn posities van leiderschap; ook mannen zoals Simson en Gideon (die als rechters fungeerden in het boek van Richteren) en zelfs een schenker van een koning zoals Nehemia (in het boek dat zijn naam draagt) bekleedden posities van leiderschap, al waren zij geen koningen.

Had Mozes een koninkrijk? Is daar historische bewijs voor? Wat waren daar de grenzen van? Werd hij als koning aangesproken door het volk? Sprak hij ooit over zichzelf als koning? De eerste koning van Israël in de Bijbel was Saul in 1 Samuël 9 & 10. Saul had een koninkrijk (1 Samuël 11:15 & 14:47) met duidelijke grenzen en werd als koning door het volk aangesproken en dat gold ook voor David en Salomo die hem opvolgden.

Verder was Mozes niet van adel, hij had geen druppel ‘blauw bloed’ in zich, maar wel Hebreeuws bloed.
Er komen geen koningen voor in zijn geslachtsregister omdat hij van de stam van Levi is (dat later een priesterlijke stam zou worden). Bij Jezus is er wel blauw bloed. Als afstammeling van koning David (opvolger van Saul) had hij verschillende koningen van Juda in zijn geslachtsregister (Matteüs 1:6-11); waaronder Salomo, Rechabeam, Abia, Asaf, Josafat, Joram, Uzzia, Jotam, Achaz, Hizkia, Manassee, Amos, Josia en Jechonja.

De vragen die wij over Mozes stelden kunnen wij ook over Mohammed stellen: Wat waren daar de grenzen van zijn koninkrijk? Koos Allah hem uit als koning? Werd hij als koning aangesteld door Allah en als zodanig aangesproken door het volk? Sprak hij ooit over zichzelf als koning? Had hij ‘blauw bloed’?

Als het antwoord hierop ‘Nee’ is, vanwaar de vergelijking met Mozes die het ook niet had?

Mozes, van de stam van Levi is opgestaan onder en was een profeet naar het volk van Israël en Jezus, van de stam van Juda ook.

Ook het feit dat koning Herodus een drastische maatregel nam (Matteüs 2:16-18) door onschuldige kinderen te laten vermoorden om de dreiging van een nieuwe koning te bezweren verleent geloofwaardigheid aan het koningschap van Jezus


meld dit bericht aan een moderator

 
Mercurial75 Geplaatst op 07-06-2009, 19:31 Reageer
Berichten: 60
gebruiker
Verstuur privé bericht

  Mohammed (saws) is voorspeld in het boek van Jesaja:

Het wordt genoemd in het boek van Jesaja, hoofdstuk 29, vers 12:

"Of men geeft het boek aan een, die niet lezen kan, zeggende: Lees toch dit; en hij zegt: Ik kan niet lezen"

Toen de aardsengel Jibriel (as), Mohammed (saws) beval, door te zeggen Iqra- "Lees", waarop hij antwoordde: "Ik kan niet lezen".

Hier wordt de Bijbeltekst uit zijn verband getrokken, dit hoofdstuk (Jesaja 29) gaat hoofdzakelijk over de benauwing en redding van Jeruzalem. Het vers in kwestie (v.12) bevindt zich in het gedeelte dat over de ongehoorzaamheid van Israël tegenover God gaat. Bewijs dat men dit uit zijn verband heeft getrokken zien wij in vers 11, waar er duidelijk wordt gezegd dat ‘men’ het aan iemand geeft.

Dit duidt er op dat de ene mens het aan de ander geeft, niet een engel aan een mens als in het geval van Mohammed. Nergens in de Bijbel wordt er over engel gesproken als ‘men’.

In Engelse Bijbels is het duidelijk te lezen dat ‘mannen’ of ‘mensen’ een verzegeld boek aan anderen geven en vers 12 gaat in dezelfde context verder. Het is dus ook duidelijk dat het niet gaat om een overdracht tussen  een engel (bovennatuurlijk) en een mens (natuurlijk), maar tussen mensen onderling.

Dat deze tekst uit zijn verband gerukt staat buiten kijf.


meld dit bericht aan een moderator

 
Mercurial75 Geplaatst op 07-06-2009, 19:34 Reageer
Berichten: 60
gebruiker
Verstuur privé bericht

De Profeet Mohammed (saws) wordt genoemd bij naam, in Hooglied 5, vers 16:

"Hikko Mamittakim we kullo Muhammadim Zehdoodeh wa Zehraee Bayna Jerusalem."

"Zijn gehemelte is enkel zoetigheid, en al wat aan Hem is, is gans begeerlijk. Zulk een is mijn Liefste; ja, zulk een is mijn Vriend, gij dochters van Jeruzalem!"

In de Hebreeuwse taal wordt 'im' toegevoegd uit respect. Op dezelfde manier is 'im' toegevoegd achter de naam van de Profeet Mohammed (saws), zo wordt het Muhammadim. In de Nederlandse vertaling hebben ze zelfs de naam van de Profeet Mohammed (saws) vertaald, als mijn Liefste, maar in het Hebreeuwse Oude Testament, is de naam van de naam van de Profeet Mohammed (saws) nog steeds aanwezig.

De discussie gaat over het Hebreeuws woord voor ‘bekoorlijkheid’: ‘makhmaddim’
( de meervoudsvorm van ‘makhmad’ -) en niet ‘Muhammadim’.  Als men enig zelfstudie doet zal dan snel aan het licht komen dat het woord ‘muhammadim’ nergens in het O. T. staat.

Verder is het interessant omdat men de eigenschappen van een object wil projecteren op een mens zonder rekening te houden dat het om een lichaamsdeel van de geliefde gaat; een deel van het geheel.

De andere eigenschappen of lichaamsdelen van de geliefde die in dit zelfde hoofdstuk (Hooglied 5) genoemd worden zijn: huidskleur (v.10), hoofd & lokken van zijn haar (v.11), ogen (v.12), wangen & lippen (v.13), armen & lichaam (v.14) en zijn benen (v.15). Vers 16 kan dus niet als een op zichzelf staand eigenschap gezien worden.

Het verlangen van de bruid gaat uit naar de bruidegom en dus ook naar zijn lichaam in zijn geheel, maar men koppelt het bijvoeglijk naamwoord – ‘bekoorlijkheid’ (makhmad dus), los van het bijwoord alles, en grijpt dit aan als bewijs. En dit simpelweg omdat het dit woord qua klank zou lijken op ‘Ahmad’ een andere naam voor Mohammed. Deze redenering wordt naar voren gedragen door dhr. Yusuf Estes2.

Hooglied gaat over de liefde tussen Christus en Zijn gemeente (kerk) van ware gelovigen. Hier worden figuren genomen uit de relatie en affectie die er bestaat tussen een bruidegom en zijn toekomstige bruid, een embleem dat vaak gebruikt wordt in de Schrift.3

Dat Mohammed de bruidegom zou kunnen zijn, is onmogelijk mede vanwege de tijdsfactor in dit boek, dat ook tot de poëtische boeken hoort. Waarom zou een bruid verlangen naar, spreken over én tot een bruidegom die nog geboren moet worden? Mohammed is pas na Christus gekomen (570 na Christus geboren), en dit speelt zich af voor de geboorte van Christus (rond 965 voor Christus geschreven). Moet men dan geloven dat de bruid ‘gerust’ meer als 1500 jaar op haar geliefde wil wachten? Kan een bruid op een dergelijke intieme manier haar geliefde beschrijven voordat hij geboren is? Ons gezond verstand zegt ons bij het lezen van dit liefdesverhaal dat beiden spreken over iemand die al in leven is. Verder spreken bruid en bruidegom elkaar aan in de tegenwoordige tijd: woorden zoals “is”, en “bent” spreken niet over de toekomst, maar over het heden.

Een interessant feit is dat er ook islamitische schrijvers zijn zoals dhr. Chaib Bousnane bijvoorbeeld, dat Hooglied als een (bijna) pornografisch boek beschouwt in tegenstelling tot de wijlen heer A. Deedat en ook Yusuf Estes) blijkbaar helemaal geen moeite met het ‘bijna pornografische’ tekst en citeren dit vers als bewijs dat de Bijbel over Mohammed spreekt!

Als laatste komt het punt naar voren dat de geliefde wijn drinkt (Hooglied 5:1) iets wat de Islam verbiedt (o.a. in Soera 5:90).


Dit bericht is gewijzigd op 07-06 19:37.


meld dit bericht aan een moderator

 
Mercurial75 Geplaatst op 07-06-2009, 19:36 Reageer
Berichten: 60
gebruiker
Verstuur privé bericht

"Ahmed" of "Mohammed" wat "de prijzenswaardige" of "degene die prijst" betekent, is bijna de vertaling van het Griekse woord Periclytos. In Johannes 14:16, 15:26 en 16:7. Het woord 'Trooster' wordt gebruikt in de Nederlandse vertaling voor het Griekse woord Paracletos, wat advocaat of aardige vriend betekend in plaats van een trooster. Paracletos is een scheve interpretatie van Periclytos. Jezus (as) heeft Ahmed voorspeld met toenaam. Zelfs het griekse woord Paraclete verwijst naar de Profeet (saws), die een zegen is voor alle schepsels.

Over het bestaan van het woord ‘periklytos’ valt niet te twisten, maar merkwaardig genoeg komt het woord in kwestie geen enkele keer in het Nieuwe Testament voor, en dit vanwege het simpele feit dat het géén Koinè Grieks is, de taal waarin het Nieuwe Testament is geschreven en dat zijn opkomst maakte rond 300 v. Christus, hoofdzakelijk onder Alexander de Grote.

Periklytos komt alleen voor in een variant van oud Grieks, een dialect dat Ionisch Grieks heet om precies te zijn, waar o.a. de werken van de Griekse dichter en zanger Homerus in zijn geschreven. Dit dialect werd maar tijdens enkele eeuwen (800-300 v. Christus) gebruikt. Andere varianten van oud Grieks waren bijvoorbeeld de Attische (waar Koinè van afstamt), Dorische en Aeölische dialecten.

Periklytos wordt in geen enkele Koinè tekst gebruikt, inclusief alle niet-Bijbelse bronnen waarvan het bestaan bekend is en heeft dus helemaal niets te maken met de parakletos in het evangelie van Johannes.


Dit bericht is gewijzigd op 07-06 19:36.


meld dit bericht aan een moderator

 
Mercurial75 Geplaatst op 08-06-2009, 23:35 Reageer
Berichten: 60
gebruiker
Verstuur privé bericht

Woorden in de mond:

De Profeet Mohammed (saws) was ongeletterd (analfabeet) en elke openbaring die hij ontving van God, Verheven is Hij, herhaalde hij mondeling.

Hoewel moslims net als christenen geloven dat hun heilige Schrift door God geopenbaard is, is het concept aangaande goddelijke openbaring en goddelijke inspiratie in beide geloven verschillend.

Men zou niet geneigd zijn dat te denken vanwege de oppervlakkige en (deels) foutieve stellingen die door bijvoorbeeld de wijlen heer Deedat gebruikt werden, n.l. dat zowel Mozes als Mohammed met nieuwe wetten kwamen. Maar er bestaan echter wezenlijke verschillen in goddelijke inspiratie bij Mozes en bij Mohammed.

Goddelijke inspiratie voor de inhoud van de Koran bij Mohammed heeft het meeste weg van de letterlijk-gedicteerde vorm, in welke elk woord gedicteerd werd; wat NIET het geval is geweest met profeten in de Bijbel.

In Bijbelse gevallen vond inspiratie volgens plenair-woordelijke vorm plaats. ‘Deze opvatting zegt dus dat de woorden zelf, dat wil zeggen alle woorden, geïnspireerd zijn. God gaf volledig uiting aan zijn gedachten in de woorden van de Bijbelse tekst. Hij leidde de schrijvers, binnen de context van hun persoonlijkheid en hun cultuur, ook in de keuze van hun woorden, zodat de Bijbel op een onnaspeurlijke wijze het Woord van God is en tegelijkertijd ook het woord van mensen’.

Mozes en Mohammed zijn dus NIET op dezelfde manier geïnspireerd.

Voor wat goddelijke openbaring betreft, beweert men in de islam dat de Koran teksten door Allah direct uit de hemel neer zijn gezonden en aan Mohammed geopenbaard, zonder tussenkomst of betrokkenheid van mensen (Soera 25:4-6 - in essentie dat er geen gebruik is gemaakt van aardse bronnen).

Dit is niet de christelijke visie voor wat goddelijke openbaring betreft. De Bijbel is niet één boek dat aan één persoon is geopenbaard zoals in het geval van de Koran, maar 66 boeken geopenbaard aan meer als 40 schrijvers met verschillende achtergronden, beroepen en opleidingen (herders, vissers, een tollenaar, een arts, een generaal en anderen die hoge posities bekleedden zoals koningen, een rijksbestuurder en een schenker van een koning) op 3 continenten (Afrika, Azië en Europa), verspreid over 1500 jaar. Het christendom erkent menselijke betrokkenheid dus wél, maar deze woorden waren nog altijd onder de inspiratie van God.

2 Petrus 1:20-21: “Besef daarbij vooral dat geen enkele profetie uit de Schrift een eigenmachtige uitleg toelaat, 21 want nooit is een profetie voortgekomen uit menselijk initiatief: mensen die namens God spraken werden daartoe altijd gedreven door de heilige Geest.” (NBV)

De Bijbel is dus “het Woord van God, in de woorden van mensen.”

Het volgende citaat van de wijlen Paul E. Little werpt meer licht op de zaak in zijn boek “Know Why You Believe”:
“De Bijbel is een product van God zelf. Dit zijn niet slechts menselijke ideeën maar het karakter en de wil van God geopenbaard in menselijke woorden. De schrijvers van de Schriften waren niet slechts typemachines. God tikte niet op hen in, zoals op de toetsen van een typemachine om Zijn boodschap voort te brengen. Hij heeft de woorden niet gedicteerd, zoals de Bijbelse kijk op inspiratie vaak in spotprenten is afgebeeld. Het is duidelijk dat ieder auteur een eigen stijl had. Jeremia schreef niet zoals Jesaja, en Johannes schreef niet als Paulus. God werkte door de medewerking van de menselijke persoonlijkheid maar leidde de mensen zodat zij schreven wat Hij wou dat er geschreven werd.”

De openbaring aan Mozes verschilt verder ook met die aan Mohammed omdat deze samen met de openbaringen aan anderen Gods Woord vormen. Zijn woorden zijn niet allesbepalend en staan ook niet op zichzelf, maar maken deel uit van een groter geheel; wat de Bijbel heet.


Dit bericht is gewijzigd op 08-06 23:37.


meld dit bericht aan een moderator

 
Mercurial75 Geplaatst op 08-06-2009, 23:39 Reageer
Berichten: 60
gebruiker
Verstuur privé bericht

Mohammed (saws) komt uit het midden van de broeders van Moesa (as). De Arabieren zijn de broeders van de Joden. Ibraham (as) had twee zonen: Ismal en Isaac (as). De Arabieren zijn nakomelingen van Ismal (as) en de Joden zijn het nageslacht van Isaac (as).


Dit staat in de Bijbel dat Ismaël de eerste zoon van Abraham was, maar er staat ook dat Ismaël NIET de zoon van de belofte was (Genesis 15:1-4) en dat God daardoor geen eeuwig verbond met hem wou sluiten, zelfs niet op aandringen van Abraham zelf (Genesis 17:15-19).

Ismaël was nogmaals niet de zoon van de belofte. In de Bijbelverzen die over Ismaël gaan (Genesis 16:7-15; 17:17-21; 21: 13, 18; 25:12-18) is er niets te vinden over enig verbond met hem of zijn nakomelingen.

De God van de Bijbel omschrijft zichzelf en wordt ook door anderen omschreven als de ‘God van Abraham, Isaak en Jakob (of Israël)’: 21 keer in het Oude Testament en 4 keer in het Nieuwe Testament Zelfs de Koran houdt zich aan deze volgorde (Soera 38:45). In de Koran staat geschreven dat onder het nageslacht van Abraham, Isaak en Jakob het profetenambt en het Boek zijn geplaatst en dat aan de kinderen van Israël (bijzondere) gunsten zijn bewezen (Soera 38:45-46; 45:16-17 & 2:47).

Dhr. Deedat haalde de namen van verschillende oudtestamentische profeten (pagina 4) aan, die inderdaad allemaal joods waren (zoals Jesaja en Daniël). Maar dit is ook wat de Koran zegt; dat aan de kinderen van Israël (de joden dus) het profetenambt is geplaatst; het nageslacht van Abraham, Isaak en Jakob.
En zowel Jezus als Mozes komen voort uit het nageslacht van alle drie mannen, Mohammed niet.

Vraag:
Staat er ook in de Koran een soortgelijke (profetisch) belofte over Ismaël en zijn nageslacht (waar Mohammed natuurlijk ook deel van uit maakt) opgetekend?


meld dit bericht aan een moderator

 
Mercurial75 Geplaatst op 09-06-2009, 09:44 Reageer
Berichten: 60
gebruiker
Verstuur privé bericht

De Profeet Mohammed (saws) in het Nieuwe Testament:

De Trooster is eigenlijk iemand die Jezus’ discipelen zou bijstaan en hen zou helpen met hun taak hier op aarde.

Dit bericht is gewijzigd op 09-06 09:54.


meld dit bericht aan een moderator

 
Mercurial75 Geplaatst op 09-06-2009, 09:55 Reageer
Berichten: 60
gebruiker
Verstuur privé bericht

Punt 1. Johannes, hoofdstuk 14, vers 16 & Punt 4: Johannes, hoofdstuk 16, vers 12-14:

"Nog vele dingen heb Ik u te zeggen, doch gij kunt die nu niet dragen.

Maar wanneer Die zal gekomen zijn, namelijk de Geest der waarheid, Hij zal u in al de waarheid leiden; want Hij zal van Zichzelven niet spreken, maar zo wat Hij zal gehoord hebben, zal Hij spreken, en de toekomende dingen zal Hij u verkondigen.

Die zal Mij verheerlijken; want Hij zal het uit het Mijne nemen, en zal het u verkondigen"

De Geest van de Waarheid, wanneer we spreken over deze voorspelling, die refereert aan niemand anders dan de Profeet Mohammed (saws)

Hij (de Trooster) zou:

 I.      Jezus’ discipelen leren en te binnen brengen alles wat Hij gezegd heeft

Johannes 14:26
“…maar de Trooster, de heilige Geest, die de Vader zenden zal in mijn naam, die zal u alles leren en u te binnen brengen al wat Ik u gezegd heb.”

De Trooster zou mensen alles te binnen brengen dat Jezus hen geleerd heeft. Dus vraag rijst nu: heeft Mohammed dat gedaan? Heeft hij zijn volgelingen en metgezellen alles te binnen gebracht was Jezus heeft gezegd?

In de openbaringen die Mohammed ontvangen had ontkende hij juist de fundamentele dingen wat Jezus Zijn discipelen en de mensen leerde: hij ontkende o.a. Zijn goddelijkheid (Soera 4:171; 5:17; 70-75; 6:102, 9:30; 3:59), kruisiging (Soera 4:157-158) en Zijn Zoonschap (Soera 4:171; 25:2.

Het woord  "ALLES" verliest op deze punten al zijn betekenis als Mohammed de Trooster zou zijn (geweest).

In Johannes 16:12-15 zegt Jezus dan:
“Nog veel heb Ik u te zeggen, maar gij kunt het thans niet dragen; 13 doch wanneer Hij komt, de Geest der waarheid, zal Hij u de weg wijzen tot de volle waarheid; want Hij zal niet uit Zichzelf spreken, maar al wat Hij hoort, zal Hij spreken en de toekomst zal Hij u verkondigen. 14 Hij zal Mij verheerlijken, want Hij zal het uit het mijne nemen en het u verkondigen. 15 Al wat de Vader heeft, is het mijne; daarom zeide Ik: Hij neemt uit het mijne en zal het u verkondigen.”

Jezus sprak hiervoor al een sleutelzin uit in Johannes 14:6 in verband met Zijn relatie met de Heilige Geest in bovenstaande verzen (Johannes 14:26 & 16:12-15):

‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand kan bij de Vader komen dan door mij.´

a)     De weg wijzen naar de volle waarheid
In het bovengenoemde Schriftgedeelte geeft Jezus al duidelijk aan dat de waarheid niet ‘iets’, maar ‘Iemand’ is. De Geest der waarheid die Jezus discipelen de weg zou wijzen naar de ‘volle waarheid’, zou hen dus de weg moeten wijzen naar de volle kennis/openbaring van Jezus zelf, die de waarheid is. Want Hij zei immers: “IK BEN…de waarheid” en dat de Geest der waarheid men de weg naar de “volle waarheid” zou wijzen.

Hij zei ook tegen hen in vers 12 van Johannes 16:
“Nog veel heb Ik u te zeggen, maar gij kunt het thans niet dragen”.

Dit is logisch omdat wij in de evangeliën kunnen lezen dat de discipelen Jezus’ onderwijs in eerste instantie niet begrepen. Deze Geest der waarheid zou nemen wat van Jezus is en het aan hen verkondigen. Hij zou hen verdere uitleg geven en hen in staat stellen om Jezus’ leer te begrijpen én aan anderen te onderwijzen. Nergens kunnen wij lezen waar Jezus discipelen verkondigden dat er nog een profeet zou komen of waar zij de naam Ahmad in de mond hebben genomen.

Laten wij een greep nemen van wat er in de Koran staat, daarin wordt niet naar de volle waarheid over Jezus Christus gewezen zoals de Trooster dat behoorde te doen. Hoe kunnen wij dit weten?

Volgens de Koran was: ‘Isa’ (Jezus in de Koran) de Messias. Hij werd gesteund door de ‘Heilige Geest’ (Soera 2:87; 5:110). Wij zien dat de Heilige Geest op Jezus neerdaalde bij Zijn doop in de rivier de Jordaan door Johannes de Doper in Matteüs 3:16-17, dus dit is waar.

Er wordt ook naar Jezus verwezen als het “Woord van Allah” (Soera 4:171), in Johannes 1:1 zegt de Bijbel dat Jezus “het Woord” is en zodoende is dit ook waar.

De Koran zegt ook dat Maria een maagd was (Soera 19:19-21) en ook dit klopt met wat de Bijbel over haar zegt in Jeremia 7:14 en Lucas 1:34.

Verder rekent de Koran Jezus het genezen van blinden en leprozen, en het opwekken van doden toe (Soera 3:49; 5:110) wat ook waar is. Maar dit is NIET alles wat de Koran over Hem te zeggen heeft.

Aan de hand van de volgende uitspraken in de Koran worden bijvoorbeeld ‘wonderen’ aan Jezus toegeschreven die Hij NOOIT gedaan heeft. Deze verhalen hebben hun oorsprong in de wat men de ‘Jeugdevangelies’ noemt.

Deze ‘evangelies’ behoren tot de niet gecanoniseerde of “apocriefe” (wat “verborgen, geheim” betekent) boeken van de Nieuwe Testament. Deze boeken bevatten verhalen en ‘evangeliën’ die NIET tot de erkende lijst van heilige Schriften van het christendom gerekend worden (op basis van o.a. doctrinaire en feitelijke toetsing) en worden als NIET-AUTENTIEK beschouwd.

De gebeurtenissen in Soera 3:49 & 5:110 [vogels van klei tot leven wekken] tonen opvallende overeenkomsten met wat er in de Kindheidsevangelie van Thomas, hfd. 2:1-6 (niet te verwarren met het Evangelie van Thomas) staat.

Een ander voorbeeld is Soera 19:22-26 [dat Hij als (pasgeboren) baby sprak en wonderen deed voor zijn moeder Maria] komen wij ook in de Pseudo-evangelie/Kindheidsevangelie van Matteüs, hfd. 20 tegen.

Wat de Koran in Soera 19:22 zegt [dat Jezus onder een palmboom lag na Zijn geboorte] komt ook overeen met wat er in Pseudo-evangelie / Kindheidsevangelie van Matteüs, hfd. 20.

Het ‘evangelie van Barnabas’ dat door islamitische leraren onder de aandacht is gebracht behoort ook tot de apocriefe en dus niet erkende schriften, omdat deze ook op grond van feitelijke en historische toetsing niet voldoet.

De bovengenoemde ‘waarheden’ over Jezus zijn in feite legendes die honderden jaren vóór de geboorte van Mohammed al de ronde deden en waren dus allang bekend.

“Zou Allah (met opzet) bekende fabeltjes aan zijn profeet openbaren als nieuw en als waarheid?” is iets wat men zich hierbij af moet vragen.

Zo zien wij dat hoewel Mohammed wél enkele waarheden aangaande Jezus uitsprak, dat hij níet de VOLLE waarheid over Hem uitsprak, omdat er bepaalde zaken NIET juist zijn zoals er boven te lezen is.

Verder haalde Jezus in Johannes 6:45 het volgende aan met betrekking tot Zichzelf en wat ook te herleiden is naar Johannes 14:26: “Er is geschreven in de profeten: En zij zullen allen door God geleerd zijn.”

Bijbelse doctrine leert ons dat Jezus één (van aard) met de Vader is (Johannes 10:30), (Hebreeën 1:3) en de persoonlijke naam van God zelf heeft gebruikt i.v.m. Zijn persoon (Johannes 8:58) en is dus ook God; er waren mensen die Hem wouden stenigen (Johannes 8:51-58 & 10:29-33) omdat Hij zich o.a. ‘aan God gelijk stelde’.

De Bijbel laat ons ook zien dat de mensen versteld stonden over Zijn leer (Matteüs 7:28, 22:33; Marcus 1:22, 27 en bij bijvoorbeeld Mozes niet.

Verder in het Nieuwe Testament lezen wij (naast Johannes 14:26) dat de Heilige Geest de mensen ook leert. Waar zien wij dit?

1 Johannes 2:27
“En wat u betreft, de zalving, die gij van Hem ontvangen hebt, blijft op u, en gij hebt niet van node, dat iemand u lere; maar, gelijk zijn zalving u leert over alle dingen, en waarachtig is en geen leugen, blijft in Hem, gelijk zij u geleerd heeft.”

Hoe krijgt men de zalving? Dat is in het volgende Schriftgedeelte te lezen:

Jesaja 61:1
“De Geest des Heren HEREN is op mij, omdat de HERE mij gezalfd heeft; Hij heeft mij gezonden om een blijde boodschap te brengen aan ootmoedigen, om te verbinden gebrokenen van hart, om voor gevangenen vrijlating uit te roepen en voor gebondenen opening der gevangenis;”
 
Handelingen 10:38
“…van Jezus van Nazaret, hoe God Hem met de heilige Geest en met kracht heeft gezalfd. Hij is rondgegaan, weldoende en genezende allen, die door de duivel overweldigd waren; want God was met Hem.”

1 Korintiërs 1:21
“21 Hij nu, die ons met u bevestigt in de Gezalfde en ons heeft gezalfd, is God, 22 die ook zijn zegel op ons gedrukt en de Geest tot onderpand in onze harten gegeven heeft.”

Het volgende vers uit het Oude Testament geeft ons ook enig inzicht over datgene waar de Geest van God over beschikt.

Jesaja 11:1-2
“En er zal een rijsje voortkomen uit de tronk van Isaï en een scheut uit zijn wortelen zal vrucht dragen. 2 En op hem zal de Geest des HEREN rusten, de Geest van wijsheid en verstand, de Geest van raad en sterkte, de Geest van kennis en vreze des HEREN;”

Wij hebben hierboven mogen lezen dat de zalving en de Heilige Geest samengaan en van God komt; de zalving welke de tegenwoordigheid en kracht van God representeert komt door de Heilige Geest. Diezelfde zalving door de Heilige Geest rustte op een overduidelijke manier op het leven van Jezus Christus wat Hem in staat stelde om alle werken van de satan te kunnen verbreken. In Handelingen 10:38 zien wij hoe Jezus met de Heilige Geest samenwerkte.

Omdat de zalving van God zelf komt (1 Korintiërs 1:21) door de derde persoon van de drie-eenheid, de Heilige Geest (Jesaja 61:1) begrijpen wij dan ‘de zalving’ in 1 Johannes 2:27 in direct verband staat met de Heilige Geest. Hij is dus ook in staat om de gelovigen dingen te leren zoals Jezus dat deed, omdat Hij ook God is zoals Jezus dat is samen met de Vader. En dit wijst terug naar de doctrine van de drie-eenheid dat door islamitische doctrine resoluut wordt afgewezen.

b)     Jezus verheerlijken
De Geest der waarheid zou Jezus “verheerlijken” of “doxaz” in het Grieks (Johannes 16:14) met de volgende betekenissen: “loven, verheffen, grootmaken, bekleden met luister.” Ook op dit vlak kan er worden getoetst of Mohammed Jezus heeft verheerlijkt.

Mohammed bewees Jezus Christus niet de VOLLE eer aangaande Zijn ware identiteit als de Zoon van God (Soera 2:116, 9:30, 10:68-69, 19:35; 88-92, 25:2 & 72:3), door Hem neer te zetten als ‘alleen maar’ een profeet / boodschapper (Soera 5:75, 61:6) terwijl Hij veel meer is.

Jezus’ discipelen brachten Hem veel meer eer dan Mohammed, door Hem te erkennen voor wie Hij waarlijk was o.a. de Zoon van God (geopenbaard aan Petrus in Matteüs 16:13-17) en Heer en God (beleden door Thomas in Johannes 20:28).

Op dit gebied kunnen wij dus concluderen dat Mohammed en de Trooster niet overeenkomen.

Dit omdat ‘alles binnen brengen’, ‘volle waarheid’ en ‘Jezus verheerlijken’ bij Mohammed niet volledig tot uiting komen zoals Jezus zei dat het moest gebeuren.

Dit bericht is gewijzigd op 09-06 11:17.


meld dit bericht aan een moderator

 
Mercurial75 Geplaatst op 09-06-2009, 10:02 Reageer
Berichten: 60
gebruiker
Verstuur privé bericht

Hij (de Trooster) zou:

II.      Jezus’ discipelen woorden geven om te spreken op de aangewezen tijd

Markus 13:9, 11
“Doch gij, ziet toe op uzelf. Zij zullen u overleveren aan gerechtshoven, en in synagogen zult gij gegeseld worden en voor stadhouders en koningen zult gij gesteld worden om Mijnentwil, tot een getuigenis voor hen... 11 En wanneer zij u wegvoeren om u over te leveren, weest dan niet van tevoren bezorgd wat gij zeggen moet, maar zegt wat u in die ure gegeven wordt; want gij zijt het niet, die spreekt, maar de heilige Geest.”

Een praktisch voorbeeld hiervan zien wij niet lang na deze uitspraak in het boek Handelingen. Dit boek bevat de woorden van Stefanus; lid van de Eerste Gemeente en de eerste christelijke martelaar.

De Bijbel zegt heel duidelijk in Handelingen 6:8-10
“En Stefanus, vol van genade en kracht, deed wonderen en grote tekenen onder het volk. 9 Doch er stonden sommigen op van hen, die waren van de zogenaamde synagoge der Libertijnen, der Cyreneeërs en der Alexandrijnen en van de Joden uit Cilicië en Asia en redetwistten met Stefanus, 10 en zij waren niet bij machte de wijsheid en de Geest, waardoor hij sprak, te weerstaan.”

Hij werd voor de Raad van geestelijke leiders geleid om zich te verantwoorden aangaande zijn uitspraken over Jezus en zijn volledige betoog is in Handelingen 7 te lezen. In vers 77 van dit hoofdstuk zegt de Bijbel wederom dat hij de Heilige Geest op zich had. Wat Stefanus overkwam is precies wat Jezus zei dat er zou gebeuren.

Dat niemand in staat was om Stefanus’ wijze woorden te weerstaan, bewijst wat Jezus al gezegd had over de functie van de Heilige Geest/de Trooster in Marcus 13:11.

De Bijbel is zeer duidelijk over de identiteit van de Heilige Geest, en zowel het Oude als het Nieuwe Testament dit laat zien.

Ook hier kunnen wij concluderen dat Mohammed en de Trooster niet één en dezelfde zijn.

Ook de tijdsfactor speelt hierin een belangrijke rol.


meld dit bericht aan een moderator

 
Mercurial75 Geplaatst op 09-06-2009, 11:01 Reageer
Berichten: 60
gebruiker
Verstuur privé bericht

Sommige christenen zeggen dat de Trooster die wordt genoemd in deze voorspellingen wijst naar de Heilige Geest. Ze vergeten te realiseren dat de voorspelling duidelijk zegt, dat, alleen als Jezus (as) weggaat, de Trooster zal komen. In de Bijbel staat dat de Heilige Geest al aanwezig was op de aarde voor de geboorte van Jezus (as) en gedurende het leven van Jezus (as), bijvoorbeeld toen Jezus (as) werd gedoopt, etc. Dus deze voorspelling duidt op niemand anders dan de Profeet Mohammed (saws).

Wat men moet begrijpen is dat voor de dag van Pinksteren de H. Geest maar incidenteel op aarde kwam en alleen op bepaalde mensen. Na de dag van Pinksteren zou hij IN de mensen wonen, in het O.T. kwam hij alleen OP mensen voor bepaalde taken of doeleinden.

Hij (de Trooster) zou:

V.      De gelovige te helpen met gebed en pleit ook voor deze bij God

Romeinen 8:26-27
“En evenzo komt de Geest onze zwakheid te hulp; want wij weten niet wat wij bidden zullen naar behoren, maar de Geest zelf pleit voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen. 27 En Hij, die de harten doorzoekt, weet de bedoeling des Geestes, dat Hij namelijk naar de wil van God voor heiligen pleit.”

Dit is een uitstekend voorbeeld van wat de Trooster hoort te doen; Hij ‘komt de zwakheid van de gelovige te hulp (v.26) én pleit naar de wil van God voor de heiligen (v.27)’: een letterlijke omschrijving van de betekenis van het woord: ‘parakletos’ (Het Griekse woord voor ‘Trooster’ zoals het in de Bijbel staat is paraklētos” (helper, voorspreker, advocaat, pleitbezorger, trooster).

Het woord parakletos wordt in een tweede boek in het Nieuwe Testament gebruikt, nl. in 1 Johannes 2:1
“Mijn kinderkens, dit schrijf ik u, opdat gij niet tot zonde komt. En als iemand gezondigd heeft, wij hebben een voorspraak bij de Vader, Jezus Christus, de rechtvaardige.”

Het Griekse woord voor ‘een voorspraak’ m.a.w. ‘Advocaat’ is ook: Paraklētos.

Dit vers zegt dus dat Jezus in de hemel de Advocaat is voor alle wedergeboren christenen bij God de Vader. Dit laat de relatie van Jezus met de Heilige Geest ook zien in relatie tot Johannes 14:16-17
“En Ik zal de Vader bidden en Hij zal u een andere Trooster geven om tot in eeuwigheid bij u te zijn, 17 de Geest der waarheid, die de wereld niet kan ontvangen, want zij ziet Hem niet en kent Hem niet; maar gij kent Hem, want Hij blijft bij u en zal in u zijn.”

Het woord ‘andere’ zegt het al: een ander die dezelfde functie zal hebben, want voor ‘Trooster’ en ‘voorspraak’ wordt hetzelfde woord gebruikt in het Grieks: parakletos. En beide woorden komen op hun beurt voor in de definitie van het woord parakletos: de cirkel is dus rond.

Wij zien dus dat er een ‘parakletos’ is die actief is op aarde en ook een die in de hemel actief is. Dit laat een duidelijke wisselwerking zien tussen Jezus en de Heilige Geest. De Ene zou de Ander afwisselen: Jezus zei ook het volgende in Johannes 16:7 “Doch Ik zeg u de waarheid: Het is beter voor u, dat Ik heenga. Want indien Ik niet heenga, kan de Trooster niet tot u komen, maar indien Ik heenga, zal Ik Hem tot u zenden.” De ‘andere Trooster’ of Helper (Johannes 14) zou Jezus’ taak op aarde van Hem overnemen in relatie tot de discipelen (helpen, bijstaan) na Zijn terugkeer naar de hemel, zodat Hij voor diezelfde discipelen kon pleiten bij de Vader in de hemel.

Het is heel normaal en zelfs noodzakelijk voor een wedergeboren christen om de Heilige Geest aan te roepen voor kracht. Hij is levend en nog altijd in beweging. Als deze Mohammed zou zijn, zou een christen in dat geval contact moeten zoeken met de doden, omdat Mohammed al dood is. En een christen mag onder géén beding contact met een dode zoeken volgens Deuteronomium 18:9-12; dit is on-Bijbels en een gruwel in de ogen van God.

Ook hier speelt de tijdsfactor op een belangrijke manier mee in het bepalen of Mohammed de Trooster kan zijn. De Trooster kwam 10 dagen na Jezus hemelvaart. Dit tijdsbestek is véél te kort voor Mohammed, die nog geboren moest worden, om op het toneel te verschijnen.

En zodoende is hij uitgesloten als zijnde de Trooster.


Dit bericht is gewijzigd op 09-06 11:03.


meld dit bericht aan een moderator

 
fuad Geplaatst op 21-02-2010, 01:24 Reageer
Berichten: 2
gebruiker
Verstuur privé bericht

WAAROM IS JEZUS NIET ZOALS MOZES, MAAR IS MOHAMMED WEL ZOALS MOZES

► Vader en moeder:
De Profeet Mozes had een vader en een moeder. De Profeet Mohammed had ook een vader en een moeder. Maar Jezus daarentegen, had alleen maar een moeder en geen vader. De geboorte van Jezus was miraculeus, een wonder. Daar geloven christenen én moslims in. Kijk bijvoorbeeld maar eens naar Matteüs 1:18 ... bleek zij zwanger te zijn uit de heilige Geest... Dus Mozes en Mohammed hadden beide een vader en een moeder en Jezus had alleen een moeder. Dus daarom is Jezus niet zoals Mozes, maar is Mohammed wel zoals Mozes.

► Wonderbaarlijke geboorte:
Mozes en Mohammed zijn beiden verwekt op de normale manier zoals wij allen. Maar Jezus was geboren door een bijzonder wonder. Lees bijvoorbeeld lucas 1:35 ...De Heilige Geest zal over u komen... En in de Edele Qor'aan lezen we "zij zei: "O mijn Heer, hoe kan ik een kind krijgen terwijl geen man mij heeft aangeraakt? Hij (Allah) zei: "Zo is het." Allah schept wat Hij wil, als Hij over een zaak bepaalt, dan zegt Hij er slechts tegen: "Wees", en het is." (Soerah Âli'Imrân aya 47) Zoals christenen geloven, dat de geboorte van Jezus een wonder was, zo ook geloven de moslims dat de geboorte van Jezus een wonder was. Dus daarom is Jezus niet zoals Mozes, maar is Mohammed wel zoals Mozes.

► Huwelijk:
Mozes en Mohammed waren beiden getrouwd en hadden kinderen gekregen. Maar Jezus was heel zijn leven vrijgezel. Dus daarom is Jezus niet zoals Mozes, maar is Mohammed wel zoals Mozes.



de origenele taal wat jesus sprak is aramees die taal is uitgestorven bestaat niet meer wordt niet meer gesproken,geef mij een bewijs dat die 100 bijbels dat juulie nu hebben het gods word is?in tegenstelling tot de islam in 1400 jaar is er helemaal niets verandert geen een letter is er verandert en het is nog steeds de zelfde taal arabisch dat gesproken wordt.een bijbel van 200 jaar geleden is totaal anders dan de bijbel van de 20ste eeuw , gods woord moet in zijn authentieke staat blijfen de geleerden kunnen het allemaal op een andere manier interpreteren maar niemand heeft het recht om het gods woord te veranderen.Dus daarom heeft god muhammed(as)als zijn laatste profeet gekozen in wie wij allemaal moeten gelofen en gehoorzamen.


meld dit bericht aan een moderator

 
Nathaniel Geplaatst op 27-04-2010, 20:29 Reageer
Berichten: 526
gebruiker
Verstuur privé bericht

http://www.alashrafiehnazarenechurch.com/node/202


meld dit bericht aan een moderator

 
monami Geplaatst op 25-07-2010, 14:39 Reageer
Berichten: 1
gebruiker
Verstuur privé bericht

Op 07-06-2009, 19:22 Mercurial75 schreef:
"157. En om hun zeggen: "Wij hebben de Messias, Jezus, zoon van Maria, de boodschapper van Allah gedood", - maar zij doodden hem niet, noch kruisigden zij hem (ten dode), - doch het werd hun verward, en zij, die hierover van mening verschilden zijn zeker in twijfel, zij hebben er geen kennis van doch volgen slechts een vermoeden en zij doodden hem gewis niet, 158. Integendeel, Allah verhief hem tot Zich en Allah is Almachtig, Alwijs." (Qoer'aan An-Nisa 4:157-158)

Maar als het niet Jezus was die aan het kruis hing, wie was het dan wél en wanneer zou deze ‘vervanging’ plaats hebben gevonden?
En welke historisch bewijs is er om dit te ondersteunen?





Antwoord is : Judas Iskariot!


Vandaar de raadselachtige dood van Judas in de bijbel
Er zijn 2 versen (Matteüs 27:3-8) en (Handelingen 1:16-19) in de bijbel die aangeven hoe Judas aan zijn einde is gekomen en beiden verzen zijn nog eens tegenstrijdig met elkaar en daarbij veriëferen beiden verzen naar een gebeurtenis in het verleden. Ik zal het hieronder even grondig uitleggen. Kortom de dood van Judas blijft raadselachtig en de beweeg redenen waarom Judas , Jezus heeft veraden blijft ook onduidelijk, daar zijn verschillende theoriën over.

De koran zegt het volgende hierover:
Isa niet door de Joden gekruisigd
Maar telkens als er een gezant tot jullie komt met iets wat jullie niet zint, zijn jullie dan niet hoogmoedig? Dan betichten jullie sommigen van leugens en anderen doden jullie. 2:87

... hun zeggen (Israëlieten):‘Wij hebben de Messias ‘Jezus, de zoon van Marjam, Gods gezant gedood.’ Zij hebben hem niet gedood en zij hebben hem niet gekruisigd, maar het werd hun gesuggereerd. Zij die het daarover oneens zijn, verkeren erover in twijfel. Zij hebben er behalve het afgaan op vermoedens geen kennis van; zij hebben hem vast en zeker niet gedood. 4:153-157
Zij (de Israëlieten red.) maakten plannen en God maakte plannen, maar God is de beste plannenmaker. 3:54



Hier is de uitleg:
Een van de eigenaardigste verschillen tussen Matteüs en Lukas is de wijze waarop Jezus' leerling Judas aan zijn einde komt. Het gangbare beeld daarover vinden we bij Matteüs: nadat Judas Jezus heeft overgeleverd en de gevolgen van zijn daad tot hem zijn doorgedrongen, krijgt hij berouw en pleegt hij zelfmoord door zich op te hangen (Matteüs 27:3-8). Lukas vertelt in de Handelingen der Apostelen echter een heel ander verhaal (Handelingen 1:16-19).

Naast overeenkomsten zijn er opmerkelijke verschillen in beide weergaven.


Judas heeft berouw (Matteüs) < - > Over berouw wordt niets meegedeeld (Lukas).
Judas gooit het geld terug in de tempel (Matteüs) < - > Judas houdt het geld zelf (Lukas).
De priesters kopen van het geld een stuk grond (Matteüs) < - > Judas koopt er zelf een stuk grond voor (Lukas).
Judas hangt zichzelf op (Matteüs) < - > Judas stort voorover in de diepte en splijt uiteen (Lukas).
Het stuk grond heet "bloedakker", omdat het een begraafplaats is (Matteüs)  < - > De grond heet "bloedgrond", omdat Judas erop neergestort is.
Het Psalmcitaat bij monde van David past alleen bij de versie van Lukas, niet bij die van Matteüs.
In de bijbelkunde heerst verlegenheid rondom deze verschillende versies van Judas' dood. Dat blijkt uit opmerkingen als: "een van beide versies is niet de juiste", "Matteüs en Lukas hadden onafhankelijk van elkaar toegang tot vergelijkbare verhalen over Judas", of: "het Nieuwe Testament is al niet meer in staat om de werkelijke feiten met zekerheid terug te halen". Sommige exegeten volstaan met de opmerking dat er verschillen bestaan en laten pogingen tot verklaring achterwege. Ook probeert men beide verhalen te verbinden, maar anderen achten dergelijke harmonisaties tevergeefs. Een verklaring van het verschil in doodsoorzaak anders dan in termen van verschillende overleveringen of niet goed meer geïnformeerde evangelisten, heb ik niet kunnen vinden.

Beschouwen we de beide verhalen echter niet als juiste of onjuiste weergaven van de historische werkelijkheid, maar vragen we of het verschil te verklaren is vanuit het betoog van beide evangelisten, dan openen zich andere perspectieven. Alvorens hierop in te gaan geef ik een korte samenvatting van mijn eerdere bevindingen over het midrasjkarakter van de evangeliën.

Het midrasjkarakter van de evangeliën
Elders heb ik beschreven dat de evangeliën zich laten lezen als midrasj, dat wil zeggen als een vorm van uitleg van Tenach die qua methode verwant is aan de klassieke rabbijnse midrasj in de Talmoed en de Midrasj-literatuur. De evangelisten hebben niet geprobeerd het historische leven van Jezus zo goed mogelijk weer te geven, maar de actuele betekenis van Tenach als woord van God aan de orde te stellen in de joodse wereld van toen. Daarom sluiten hun verhalen aan bij verhalen en thema's uit Tenach. Zij doen dit door middel van citaten, gelijksoortige woorden en verwante beelden, overeenkomst in thematiek, een parallel verloop van gebeurtenissen, etc. Zo beschrijft Matteüs Johannes de Doper met beelden die hij ontleent aan de profeet Elia, terwijl hij Jezus vaak tekent met beelden ontleend aan Mozes. Lukas daarentegen beschrijft Johannes als een Samuël-figuur, terwijl hij voor Jezus vaak beelden gebruikt, die hij ontleent aan de profeet Elia.
De beschrijving van personen in termen van figuren uit Tenach, heb ik indertijd midrasj-identificaties genoemd. De evangelist maakt daarmee duidelijk welke bijdrage Johannes en Jezus zijns inziens leverden aan Israëls verlossing uit de macht van het Romeinse rijk en aan het bereiken van de messiaanse tijd. Hun rol hangt samen met de thematiek die de betreffende bijbelfiguren vertegenwoordigen in Tenach en met de wijze waarop zij in het jodendom van de 1e eeuw werden beschouwd. Elia bijvoorbeeld werd op grond van Maleachi 4:5 gezien als voorbereider van de messiaanse tijd. Wil Matteüs Jezus voorstellen als de messias die het koninkrijk van God initieert, dan zal hij duidelijk moeten maken dat Elia zijn rol als voorbereider al heeft gespeeld. Vandaar dat hij Johannes de Doper de rol van Elia toebedeelt: hij was Elia die komen zou (Matteüs 11:14).
Het is opmerkelijk dat Lukas niet Johannes, maar Jezus beschrijft als Elia. Dit wijst erop de Lukas anders tegen Jezus aankijkt dan Matteüs. Voor Lukas is met Jezus het messiaanse rijk nog niet definitief begonnen. Jezus heeft de komst ervan voorbereid. Na zijn dood en opstanding gaat het verhaal van Lukas dan ook verder in de Handelingen: het messiaanse rijk kan er pas komen als de boodschap naar Rome, het centrum van de macht, is gebracht. Matteüs en Lukas staan elk een verschillende messiaanse strategie voor. Matteüs hoopt de messiaanse tijd te bereiken door zich met de gemeente van Jezus "langs de onderkant van de geschiedenis" te bewegen. De besloten kring van Jezus' volgelingen zal het Romeinse rijk overleven als zij maar trouw blijven aan de Tora en Jezus' uitleg daarvan (d.i. Mozes). Lukas kiest een messiaanse strategie "langs de bovenkant van de geschiedenis". Hij zoekt in de Handelingen de vreedzame confrontatie met de Romeinen in de hoop hen voor de zaak van Israël te winnen. Bij hem is Jezus de voorbereider van deze messiaanse strategie (d.i. Elia), die later door Paulus wordt uitgewerkt. Het is nu opmerkelijk dat de dood van Judas zoals Lukas die weergeeft, zeer goed past bij zijn Tenach-achtergrond van "Jezus is Elia".

De dood van Judas volgens Lukas
Hierboven gaf ik al aan dat Lukas Jezus gemodelleerd heeft naar de profeet Elia. In dat kader lijkt de dood van Judas, de tegenstrever van Jezus, als twee druppels water op de dood van koningin Izebel, de tegenstrever van Elia. In 2 Koningen 9:30-37 stort Izebel naar beneden en splijt uiteen op de akker te Jizreël, die zij en koning Achab zich ooit wederrechtelijk hadden toegeëigend (1 Koningen 21). Drie opvallende parallellen zijn er tussen Izebels dood en die van Judas in de Handelingen.

De doodsoorzaak is het naar beneden vallen (Handelingen 1:18; 2 Koningen 9:33).
De akker waarop het drama zich afspeelt, is door onrecht verworven (Handelingen 1:18; 1 Koningen 21).
De dood van beide tegenstrevers is voorspeld (Handelingen 1:16 en 20; 1 Koningen 21:23 en 2 Koningen 9:36-37).
De veronderstelling ligt dus voor de hand, dat Lukas zich bij de weergave van Judas' dood niet heeft laten leiden door de historische gebeurtenissen, maar door de Elia-midrasj die hij gebruikt om de betekenis van Jezus te duiden.

Deze veronderstelling wordt bevestigd door een reeks kleine verschillen in de weergave van gebeurtenissen tussen beide evangelisten. Een voorbeeld daarvan is de samenzwering van Judas met de hogepriesters en hoofdlieden om Jezus over te leveren (Lukas 22:2-6). Dit is een parallelverhaal van de samenzwering tussen Izebel en de oudsten en edelen van Jizreël om Nabot om te brengen (1 Koningen 21:1-13). Lukas vertelt als enige dat de satan in Judas voer, een parallel van Achabs kwaadheid en toorn. Ook is Lukas de enige bij wie de hogepriesters en hoofdlieden zich verblijdden, een parallel met Izebels "bevel" aan Achab om vrolijk te zijn. Een ander voorbeeld vinden we in Lukas' weergave van Jezus' geestelijke worsteling in de hof van Gethsémane (Lukas 22:39-46), een parallelverhaal van Elia's geestelijke worsteling in de woestijn, nadat hij is gevlucht voor Izebel (1 Koningen 19:5-7). Lukas is de enige evangelist bij wie Jezus wordt bijgestaan door een engel uit de hemel. Dat motief verwijst duidelijk naar de engel die Elia bezocht in 1 Koningen 19.

Op grond van deze gegevens ligt de conclusie voor de hand dat Lukas zich bij zijn weergave van de dood van Judas niet heeft laten leiden door de historische feiten, maar door de Elia-midrasj die hij consequent door zijn evangelie heen heeft ontwikkeld.

De dood van Judas volgens Matteüs
Als Lukas zich bij Judas' dood door midrasjoverwegingen heeft laten leiden, dan kan Matteüs dat ook gedaan hebben. En daarmee wordt de vraag opgeworpen of de weergave van Judas' dood bij Matteüs niet eveneens door een bepaalde Tenach-achtergrond te verklaren is. In de exegetische literatuur wordt een enkele keer gewezen op de dood van Achitofel (2 Samuël 17:23), meestal zonder dat daar verder op wordt ingaan. Vergelijking van Judas' dood bij Matteüs en de dood van Achitofel levert een verrassend beeld op. Achitofel was aanvankelijk vriend en raadgever van David. Maar hij loopt over naar Davids zoon Absalom, als die tegen David in opstand komt. Zodra Achitofel ziet dat de kansen van Absalom verkeken zijn, omdat hij zijn raad niet heeft opgevolgd, keert Achitofel naar huis terug, treft maatregelen voor zijn bezittingen en verhangt zich. De overeenkomsten met Judas' dood bij Matteüs zijn opmerkelijk.

Beide overlopers zien in dat zij verkeerd hebben gehandeld (2 Samuël 17:23a; Matteüs 27:3a).
Beiden treffen beschikkingen over hun bezit (2 Samuël 17b; Matteüs 17:3b-5a).
Beiden hangen zichzelf op (2 Samuël 17:23c; Matteüs 27:5b).
Bij beiden wordt de thematiek van het begraven vermeld (2 Samuël 17:23d; Matteüs 27:7).
Dit beeld geeft een aanwijzing dat Matteüs de vervolging van Jezus door de hogepriesters gezien kan hebben tegen de achtergrond van de vervolging van David door Absalom. En inderdaad blijkt er bij nader onderzoek een overweldigende hoeveelheid parallellen te bestaan tussen Matteüs' beschrijving van Jezus en de verhalen over David in 1 en 2 Samuël, zodat we zonder meer kunnen spreken van de David-midrasj bij Matteüs. Opmerkelijk is dat Matteës vooral gebruik maakt van die David-verhalen, waarin David vervolgd wordt, eerst door Saul, daarna door Absalom. Matteüs 26 en 27 zijn zelfs geheel aangepast aan de verhalencyclus over het conflict tussen David en Absalom. In het kader van dit artikel beperk ik mij grotendeels tot de verhalen over Judas.

Judas' rol in de David-midrasj
Na veel voorafgaande parallellen tussen Jezus en David, vervolgt Matteüs 26 met het motief van de samenzwering en de overloper (Matteüs 26:1-5, 14-15; 2 Samuël 15:1-13). Daarbij introduceert hij voor het eerst de parallel tussen Judas en Achitofel:

Beide verhalen beginnen met "en het geschiedde".
Er is sprake van een samenzwering van hogepriesters en schriftgeleerden enerzijds en van Absalom anderzijds.
Jezus moet door list gevangen worden genomen, terwijl Absalom door list de harten van het volk steelt.
Jezus' discipel Judas loopt over naar de vijand, evenals Davids raadsman Achitofel.
De samenzwering lekt uit. Jezus laat Judas merken op de hoogte te zijn (Matteüs 26:21-25), terwijl "iemand" David erover komt berichten.
De motieven van de satan (kwaadheid en toorn) en de blijdschap, die bij Lukas de parallel met Izebel onderstrepen (zie hierboven), treffen we bij Matteüs niet aan. En hoewel bovenstaande overeenkomsten taalkundig niet sterk zijn, zal in het volgende blijken dat Matteüs wel degelijk Judas met Achitofel identificeert.

Na de samenzwering volgt bij Matteüs parallel aan de David-cyclus een aantal verhalen die niet direct met Judas te maken hebben. Daarbij heeft Matteüs soms tegen de andere evangelisten in zijn beeldmateriaal ontleend aan 2 Samuël. Voorbeelden zijn de uitdrukking "koninkrijk van mijn vader" in plaats van "koninkrijk Gods" tijdens de maaltijd met brood en wijn (Matteüs 26:26-29; 2 Samuël 16:1-3), en de presentatie van twee van de drie volgelingen als "zonen" in het verhaal over de oproep tot waakzaamheid (Matteüs 26:36-40; 2 Samuël 15:27-28). Ook het thema van het verdriet op de Olijfberg zet Matteüs zwaarder aan in het verhaal over "niet mijn wil, maar uw wil geschiede" (Matteüs 26:36-42; 2 Samuël 15:25-32). Opmerkelijk is bovendien het parallelverhaal over "trouw tot in de dood" in beide verhalencycli (Matteüs 26:33-35; 2 Samuël 15:21).

En dan volgt de komst van de vervolgers met in hun midden de overlopers, Judas respectievelijk Achitofel. Het David-verhaal is complexer van opzet dan het verhaal bij Matteüs. Het last een tweede vervolger in, "een man uit het huis van Saul". Ook daaraan ontleent Matteüs elementen. Ik vermeld de volgende parallellen tussen Matteüs 26:46-56 en de David-verhalen.

De plotselinge nabijheid van de vijand (vers 46; 2 Samuël 15:37).
Judas en Achitofel bevinden zich in gezelschap van een grote schare resp. al het volk, al de mannen van Israël (vers 47; 2 Samuël 16:15).
Het naderbij treden van de vervolgers (vers 48-50; 2 Samuël 16:5).
Het afslaan van het oor resp. het hoofd (vers 51; 2 Samuël 16:9).
De vermaning om geen tegengeweld te gebruiken (vers 52; 2 Samuël 16:10-12).
De hulp van twaalf legioenen resp. twaalfduizend man (vers 53; 2 Samuël 17:1).
Het vluchten van de discipelen resp. "al het volk dat bij hem is" (vers 56; 2 Samuël 17:2).
De rol van de leiders van het volk (vers 57; 2 Samuël 17:4).
Opmerkelijk is dat bij geen evangelist de afwijzing van het gebruik van geweld zo sterk is als bij Matteüs. Ook dat heeft Matteüs krachtiger aangezet onder invloed van het David-verhaal. De sterkste overeenkomst bestaat wellicht uit de twaalf legioenen bij Matteüs en de twaalfduizend man bij Achitofel gevolgd door het vluchten van allen die zich bij het slachtoffer bevinden.

Na de gevangenneming volgt nog het parallelverhaal over een "geheime missie" met gemeenschappelijke elementen als het optreden van een slavin, het gezien worden van de "spion", het misleiden van de vijand en de afloop bij het aanbreken van de morgen (Matteüs 26:59-27:1: 2 Samuël 17:1-22). Direct daarop volgt het berouw van de overloper, de verhanging en de thematiek van begraven en begraafplaats (Matteüs 27:3-7: 2 Samuël 17:23). Judas en Achitofel zijn bovendien de enige twee personen in de Bijbel die zelfmoord pleegden door zich te verhangen. Zij deden dat onder vergelijkbare omstandigheden. Al deze gegevens leiden tot de conclusie dat Matteüs bij het schrijven van zijn verhaal over Judas Achitofel als midrasjmodel heeft gebruikt.

Conclusies
Zolang we de berichten van Matteüs en Lukas over de dood van Judas historisch proberen te duiden, zullen we met een onverklaarbaar en raadselachtig levenseinde te maken hebben.


Nu ik dit verklaard heb gaan we weer verder....

Christenen en joden hebben met hun geschriften geknoeid ( Koran,Soera 3:69-71). Hoewel christenen geloven dat ‘Jezus aan een kruis stierf, en joden beweren dat zij hem doodden, werd hij in werkelijkheid niet gedood of gekruisigd, en diegenen die zeiden dat hij werd gekruisigd logen (Soera 4:157). ‘Jezus stierf niet, maar voer op naar Allah (Soera 4:158). Op de dag van de Opstanding zal ‘Jezus zelf een getuige zijn tegenover joden en christenen voor het geloven in zijn dood (Soera 4:159).

Tot de wederkering van Jezus zullen velen Christenen en Joden in dwaling leven denk ik    De koran is als laatste woord van God, Dit is een volmaakt Boek, daaraan is geen twijfel, een leidraad voor de godvrezenden.(2;1-2)


meld dit bericht aan een moderator

 
christen2010 Geplaatst op 26-07-2010, 19:54 Reageer
Berichten: 223
gebruiker
Verstuur privé bericht

Op 25-07-2010, 14:39 monami schreef:
[...]



Antwoord is : Judas Iskariot!


Vandaar de raadselachtige dood van Judas in de bijbel
Er zijn 2 versen (Matteüs 27:3-8) en (Handelingen 1:16-19) in de bijbel die aangeven hoe Judas aan zijn einde is gekomen en beiden verzen zijn nog eens tegenstrijdig met elkaar en daarbij veriëferen beiden verzen naar een gebeurtenis in het verleden. Ik zal het hieronder even grondig uitleggen. Kortom de dood van Judas blijft raadselachtig en de beweeg redenen waarom Judas , Jezus heeft veraden blijft ook onduidelijk, daar zijn verschillende theoriën over.

De koran zegt het volgende hierover:
Isa niet door de Joden gekruisigd
Maar telkens als er een gezant tot jullie komt met iets wat jullie niet zint, zijn jullie dan niet hoogmoedig? Dan betichten jullie sommigen van leugens en anderen doden jullie. 2:87

... hun zeggen (Israëlieten):‘Wij hebben de Messias ‘Jezus, de zoon van Marjam, Gods gezant gedood.’ Zij hebben hem niet gedood en zij hebben hem niet gekruisigd, maar het werd hun gesuggereerd. Zij die het daarover oneens zijn, verkeren erover in twijfel. Zij hebben er behalve het afgaan op vermoedens geen kennis van; zij hebben hem vast en zeker niet gedood. 4:153-157
Zij (de Israëlieten red.) maakten plannen en God maakte plannen, maar God is de beste plannenmaker. 3:54



Hier is de uitleg:
Een van de eigenaardigste verschillen tussen Matteüs en Lukas is de wijze waarop Jezus' leerling Judas aan zijn einde komt. Het gangbare beeld daarover vinden we bij Matteüs: nadat Judas Jezus heeft overgeleverd en de gevolgen van zijn daad tot hem zijn doorgedrongen, krijgt hij berouw en pleegt hij zelfmoord door zich op te hangen (Matteüs 27:3-8). Lukas vertelt in de Handelingen der Apostelen echter een heel ander verhaal (Handelingen 1:16-19).

Naast overeenkomsten zijn er opmerkelijke verschillen in beide weergaven.


Judas heeft berouw (Matteüs) < - > Over berouw wordt niets meegedeeld (Lukas).
Judas gooit het geld terug in de tempel (Matteüs) < - > Judas houdt het geld zelf (Lukas).
De priesters kopen van het geld een stuk grond (Matteüs) < - > Judas koopt er zelf een stuk grond voor (Lukas).
Judas hangt zichzelf op (Matteüs) < - > Judas stort voorover in de diepte en splijt uiteen (Lukas).
Het stuk grond heet "bloedakker", omdat het een begraafplaats is (Matteüs)  < - > De grond heet "bloedgrond", omdat Judas erop neergestort is.
Het Psalmcitaat bij monde van David past alleen bij de versie van Lukas, niet bij die van Matteüs.
In de bijbelkunde heerst verlegenheid rondom deze verschillende versies van Judas' dood. Dat blijkt uit opmerkingen als: "een van beide versies is niet de juiste", "Matteüs en Lukas hadden onafhankelijk van elkaar toegang tot vergelijkbare verhalen over Judas", of: "het Nieuwe Testament is al niet meer in staat om de werkelijke feiten met zekerheid terug te halen". Sommige exegeten volstaan met de opmerking dat er verschillen bestaan en laten pogingen tot verklaring achterwege. Ook probeert men beide verhalen te verbinden, maar anderen achten dergelijke harmonisaties tevergeefs. Een verklaring van het verschil in doodsoorzaak anders dan in termen van verschillende overleveringen of niet goed meer geïnformeerde evangelisten, heb ik niet kunnen vinden.

Beschouwen we de beide verhalen echter niet als juiste of onjuiste weergaven van de historische werkelijkheid, maar vragen we of het verschil te verklaren is vanuit het betoog van beide evangelisten, dan openen zich andere perspectieven. Alvorens hierop in te gaan geef ik een korte samenvatting van mijn eerdere bevindingen over het midrasjkarakter van de evangeliën.

Het midrasjkarakter van de evangeliën
Elders heb ik beschreven dat de evangeliën zich laten lezen als midrasj, dat wil zeggen als een vorm van uitleg van Tenach die qua methode verwant is aan de klassieke rabbijnse midrasj in de Talmoed en de Midrasj-literatuur. De evangelisten hebben niet geprobeerd het historische leven van Jezus zo goed mogelijk weer te geven, maar de actuele betekenis van Tenach als woord van God aan de orde te stellen in de joodse wereld van toen. Daarom sluiten hun verhalen aan bij verhalen en thema's uit Tenach. Zij doen dit door middel van citaten, gelijksoortige woorden en verwante beelden, overeenkomst in thematiek, een parallel verloop van gebeurtenissen, etc. Zo beschrijft Matteüs Johannes de Doper met beelden die hij ontleent aan de profeet Elia, terwijl hij Jezus vaak tekent met beelden ontleend aan Mozes. Lukas daarentegen beschrijft Johannes als een Samuël-figuur, terwijl hij voor Jezus vaak beelden gebruikt, die hij ontleent aan de profeet Elia.
De beschrijving van personen in termen van figuren uit Tenach, heb ik indertijd midrasj-identificaties genoemd. De evangelist maakt daarmee duidelijk welke bijdrage Johannes en Jezus zijns inziens leverden aan Israëls verlossing uit de macht van het Romeinse rijk en aan het bereiken van de messiaanse tijd. Hun rol hangt samen met de thematiek die de betreffende bijbelfiguren vertegenwoordigen in Tenach en met de wijze waarop zij in het jodendom van de 1e eeuw werden beschouwd. Elia bijvoorbeeld werd op grond van Maleachi 4:5 gezien als voorbereider van de messiaanse tijd. Wil Matteüs Jezus voorstellen als de messias die het koninkrijk van God initieert, dan zal hij duidelijk moeten maken dat Elia zijn rol als voorbereider al heeft gespeeld. Vandaar dat hij Johannes de Doper de rol van Elia toebedeelt: hij was Elia die komen zou (Matteüs 11:14).
Het is opmerkelijk dat Lukas niet Johannes, maar Jezus beschrijft als Elia. Dit wijst erop de Lukas anders tegen Jezus aankijkt dan Matteüs. Voor Lukas is met Jezus het messiaanse rijk nog niet definitief begonnen. Jezus heeft de komst ervan voorbereid. Na zijn dood en opstanding gaat het verhaal van Lukas dan ook verder in de Handelingen: het messiaanse rijk kan er pas komen als de boodschap naar Rome, het centrum van de macht, is gebracht. Matteüs en Lukas staan elk een verschillende messiaanse strategie voor. Matteüs hoopt de messiaanse tijd te bereiken door zich met de gemeente van Jezus "langs de onderkant van de geschiedenis" te bewegen. De besloten kring van Jezus' volgelingen zal het Romeinse rijk overleven als zij maar trouw blijven aan de Tora en Jezus' uitleg daarvan (d.i. Mozes). Lukas kiest een messiaanse strategie "langs de bovenkant van de geschiedenis". Hij zoekt in de Handelingen de vreedzame confrontatie met de Romeinen in de hoop hen voor de zaak van Israël te winnen. Bij hem is Jezus de voorbereider van deze messiaanse strategie (d.i. Elia), die later door Paulus wordt uitgewerkt. Het is nu opmerkelijk dat de dood van Judas zoals Lukas die weergeeft, zeer goed past bij zijn Tenach-achtergrond van "Jezus is Elia".

De dood van Judas volgens Lukas
Hierboven gaf ik al aan dat Lukas Jezus gemodelleerd heeft naar de profeet Elia. In dat kader lijkt de dood van Judas, de tegenstrever van Jezus, als twee druppels water op de dood van koningin Izebel, de tegenstrever van Elia. In 2 Koningen 9:30-37 stort Izebel naar beneden en splijt uiteen op de akker te Jizreël, die zij en koning Achab zich ooit wederrechtelijk hadden toegeëigend (1 Koningen 21). Drie opvallende parallellen zijn er tussen Izebels dood en die van Judas in de Handelingen.

De doodsoorzaak is het naar beneden vallen (Handelingen 1:18; 2 Koningen 9:33).
De akker waarop het drama zich afspeelt, is door onrecht verworven (Handelingen 1:18; 1 Koningen 21).
De dood van beide tegenstrevers is voorspeld (Handelingen 1:16 en 20; 1 Koningen 21:23 en 2 Koningen 9:36-37).
De veronderstelling ligt dus voor de hand, dat Lukas zich bij de weergave van Judas' dood niet heeft laten leiden door de historische gebeurtenissen, maar door de Elia-midrasj die hij gebruikt om de betekenis van Jezus te duiden.

Deze veronderstelling wordt bevestigd door een reeks kleine verschillen in de weergave van gebeurtenissen tussen beide evangelisten. Een voorbeeld daarvan is de samenzwering van Judas met de hogepriesters en hoofdlieden om Jezus over te leveren (Lukas 22:2-6). Dit is een parallelverhaal van de samenzwering tussen Izebel en de oudsten en edelen van Jizreël om Nabot om te brengen (1 Koningen 21:1-13). Lukas vertelt als enige dat de satan in Judas voer, een parallel van Achabs kwaadheid en toorn. Ook is Lukas de enige bij wie de hogepriesters en hoofdlieden zich verblijdden, een parallel met Izebels "bevel" aan Achab om vrolijk te zijn. Een ander voorbeeld vinden we in Lukas' weergave van Jezus' geestelijke worsteling in de hof van Gethsémane (Lukas 22:39-46), een parallelverhaal van Elia's geestelijke worsteling in de woestijn, nadat hij is gevlucht voor Izebel (1 Koningen 19:5-7). Lukas is de enige evangelist bij wie Jezus wordt bijgestaan door een engel uit de hemel. Dat motief verwijst duidelijk naar de engel die Elia bezocht in 1 Koningen 19.

Op grond van deze gegevens ligt de conclusie voor de hand dat Lukas zich bij zijn weergave van de dood van Judas niet heeft laten leiden door de historische feiten, maar door de Elia-midrasj die hij consequent door zijn evangelie heen heeft ontwikkeld.

De dood van Judas volgens Matteüs
Als Lukas zich bij Judas' dood door midrasjoverwegingen heeft laten leiden, dan kan Matteüs dat ook gedaan hebben. En daarmee wordt de vraag opgeworpen of de weergave van Judas' dood bij Matteüs niet eveneens door een bepaalde Tenach-achtergrond te verklaren is. In de exegetische literatuur wordt een enkele keer gewezen op de dood van Achitofel (2 Samuël 17:23), meestal zonder dat daar verder op wordt ingaan. Vergelijking van Judas' dood bij Matteüs en de dood van Achitofel levert een verrassend beeld op. Achitofel was aanvankelijk vriend en raadgever van David. Maar hij loopt over naar Davids zoon Absalom, als die tegen David in opstand komt. Zodra Achitofel ziet dat de kansen van Absalom verkeken zijn, omdat hij zijn raad niet heeft opgevolgd, keert Achitofel naar huis terug, treft maatregelen voor zijn bezittingen en verhangt zich. De overeenkomsten met Judas' dood bij Matteüs zijn opmerkelijk.

Beide overlopers zien in dat zij verkeerd hebben gehandeld (2 Samuël 17:23a; Matteüs 27:3a).
Beiden treffen beschikkingen over hun bezit (2 Samuël 17b; Matteüs 17:3b-5a).
Beiden hangen zichzelf op (2 Samuël 17:23c; Matteüs 27:5b).
Bij beiden wordt de thematiek van het begraven vermeld (2 Samuël 17:23d; Matteüs 27:7).
Dit beeld geeft een aanwijzing dat Matteüs de vervolging van Jezus door de hogepriesters gezien kan hebben tegen de achtergrond van de vervolging van David door Absalom. En inderdaad blijkt er bij nader onderzoek een overweldigende hoeveelheid parallellen te bestaan tussen Matteüs' beschrijving van Jezus en de verhalen over David in 1 en 2 Samuël, zodat we zonder meer kunnen spreken van de David-midrasj bij Matteüs. Opmerkelijk is dat Matteës vooral gebruik maakt van die David-verhalen, waarin David vervolgd wordt, eerst door Saul, daarna door Absalom. Matteüs 26 en 27 zijn zelfs geheel aangepast aan de verhalencyclus over het conflict tussen David en Absalom. In het kader van dit artikel beperk ik mij grotendeels tot de verhalen over Judas.

Judas' rol in de David-midrasj
Na veel voorafgaande parallellen tussen Jezus en David, vervolgt Matteüs 26 met het motief van de samenzwering en de overloper (Matteüs 26:1-5, 14-15; 2 Samuël 15:1-13). Daarbij introduceert hij voor het eerst de parallel tussen Judas en Achitofel:

Beide verhalen beginnen met "en het geschiedde".
Er is sprake van een samenzwering van hogepriesters en schriftgeleerden enerzijds en van Absalom anderzijds.
Jezus moet door list gevangen worden genomen, terwijl Absalom door list de harten van het volk steelt.
Jezus' discipel Judas loopt over naar de vijand, evenals Davids raadsman Achitofel.
De samenzwering lekt uit. Jezus laat Judas merken op de hoogte te zijn (Matteüs 26:21-25), terwijl "iemand" David erover komt berichten.
De motieven van de satan (kwaadheid en toorn) en de blijdschap, die bij Lukas de parallel met Izebel onderstrepen (zie hierboven), treffen we bij Matteüs niet aan. En hoewel bovenstaande overeenkomsten taalkundig niet sterk zijn, zal in het volgende blijken dat Matteüs wel degelijk Judas met Achitofel identificeert.

Na de samenzwering volgt bij Matteüs parallel aan de David-cyclus een aantal verhalen die niet direct met Judas te maken hebben. Daarbij heeft Matteüs soms tegen de andere evangelisten in zijn beeldmateriaal ontleend aan 2 Samuël. Voorbeelden zijn de uitdrukking "koninkrijk van mijn vader" in plaats van "koninkrijk Gods" tijdens de maaltijd met brood en wijn (Matteüs 26:26-29; 2 Samuël 16:1-3), en de presentatie van twee van de drie volgelingen als "zonen" in het verhaal over de oproep tot waakzaamheid (Matteüs 26:36-40; 2 Samuël 15:27-28). Ook het thema van het verdriet op de Olijfberg zet Matteüs zwaarder aan in het verhaal over "niet mijn wil, maar uw wil geschiede" (Matteüs 26:36-42; 2 Samuël 15:25-32). Opmerkelijk is bovendien het parallelverhaal over "trouw tot in de dood" in beide verhalencycli (Matteüs 26:33-35; 2 Samuël 15:21).

En dan volgt de komst van de vervolgers met in hun midden de overlopers, Judas respectievelijk Achitofel. Het David-verhaal is complexer van opzet dan het verhaal bij Matteüs. Het last een tweede vervolger in, "een man uit het huis van Saul". Ook daaraan ontleent Matteüs elementen. Ik vermeld de volgende parallellen tussen Matteüs 26:46-56 en de David-verhalen.

De plotselinge nabijheid van de vijand (vers 46; 2 Samuël 15:37).
Judas en Achitofel bevinden zich in gezelschap van een grote schare resp. al het volk, al de mannen van Israël (vers 47; 2 Samuël 16:15).
Het naderbij treden van de vervolgers (vers 48-50; 2 Samuël 16:5).
Het afslaan van het oor resp. het hoofd (vers 51; 2 Samuël 16:9).
De vermaning om geen tegengeweld te gebruiken (vers 52; 2 Samuël 16:10-12).
De hulp van twaalf legioenen resp. twaalfduizend man (vers 53; 2 Samuël 17:1).
Het vluchten van de discipelen resp. "al het volk dat bij hem is" (vers 56; 2 Samuël 17:2).
De rol van de leiders van het volk (vers 57; 2 Samuël 17:4).
Opmerkelijk is dat bij geen evangelist de afwijzing van het gebruik van geweld zo sterk is als bij Matteüs. Ook dat heeft Matteüs krachtiger aangezet onder invloed van het David-verhaal. De sterkste overeenkomst bestaat wellicht uit de twaalf legioenen bij Matteüs en de twaalfduizend man bij Achitofel gevolgd door het vluchten van allen die zich bij het slachtoffer bevinden.

Na de gevangenneming volgt nog het parallelverhaal over een "geheime missie" met gemeenschappelijke elementen als het optreden van een slavin, het gezien worden van de "spion", het misleiden van de vijand en de afloop bij het aanbreken van de morgen (Matteüs 26:59-27:1: 2 Samuël 17:1-22). Direct daarop volgt het berouw van de overloper, de verhanging en de thematiek van begraven en begraafplaats (Matteüs 27:3-7: 2 Samuël 17:23). Judas en Achitofel zijn bovendien de enige twee personen in de Bijbel die zelfmoord pleegden door zich te verhangen. Zij deden dat onder vergelijkbare omstandigheden. Al deze gegevens leiden tot de conclusie dat Matteüs bij het schrijven van zijn verhaal over Judas Achitofel als midrasjmodel heeft gebruikt.

Conclusies
Zolang we de berichten van Matteüs en Lukas over de dood van Judas historisch proberen te duiden, zullen we met een onverklaarbaar en raadselachtig levenseinde te maken hebben.


Nu ik dit verklaard heb gaan we weer verder....

Christenen en joden hebben met hun geschriften geknoeid ( Koran,Soera 3:69-71). Hoewel christenen geloven dat ‘Jezus aan een kruis stierf, en joden beweren dat zij hem doodden, werd hij in werkelijkheid niet gedood of gekruisigd, en diegenen die zeiden dat hij werd gekruisigd logen (Soera 4:157). ‘Jezus stierf niet, maar voer op naar Allah (Soera 4:158). Op de dag van de Opstanding zal ‘Jezus zelf een getuige zijn tegenover joden en christenen voor het geloven in zijn dood (Soera 4:159).

Tot de wederkering van Jezus zullen velen Christenen en Joden in dwaling leven denk ik    De koran is als laatste woord van God, Dit is een volmaakt Boek, daaraan is geen twijfel, een leidraad voor de godvrezenden.(2;1-2)



Alleen door het geloof wat uit de hemel afkomstig is, verstaat een mens dat Jezus is de Christus, en dat Hij De Zoon van God is en dat Hij God is en Mens is geworden, zonder zonde en Zichzelf ge-offerd heeft als Lam van God via de kruisdood op Golgotha tot redding der wereld opdat een ieder, die zich aan Hem toevertrouwt in geloof, niet verloren zal gaan maar eeuwig leven heeft.
Dat is wedergeboorte, bewerkt door het herscheppende werk van de Heilige Geest!
Jezus Christus is opgewekt uit de dood en is opgevaren ten hemel en regeert tot in alle eeuwigheid en zal wederkomen om te oordelen de levenden en de doden.
christen2010


Dit bericht is gewijzigd op 26-07 19:58.


meld dit bericht aan een moderator