De kerkvader Hieronymus maakte in de vierde eeuw n.Chr. een Latijnse vertaling van zowel de boeken van het Oude Testament uit het Hebreeuws als de boeken van het Nieuwe Testament uit het Grieks. Daarnaast vertaalde Hieronymus ook een aantal boeken (uit het Grieks) die later als ‘deuterocanoniek’ bekend zouden komen te staan. De Vulgata werd de gezaghebbende tekst van de Bijbel van de westerse kerk.